donderdag 25 november 2010

Poëtische update

Ja, ik blog te weinig. Maar ik weet even niet zoveel te vertellen. Dat het niet zo goed gaat met me, dat zou ik nog kunnen zeggen. Dat ik hard mijn best doe om mezelf terug te vinden, dat moet daar dan op volgen. Maar zo simpel is het niet.

Daarom een poëtishce update. Die voor nu even genoeg zegt over mijn 'state of mind'. En dan binnenkort weer een fatsoenlijk stukje.

***

(zonder titel)
Soms, in het diepst van de nacht,
bezoekt ze me.

Wanneer mijn ogen trillen van slaap,
mijn handen zweten, mijn borst hijgt,
van de afstand die ik moet gaan, dan
fluistert ze in doffe kleuren en vage
beelden dat ze schreeuwen wil.
Ze toont me haar brieven opdat ik
haar fouten niet zal maken, leidt me
naar kamers waar nog scherven liggen
op de vloer, en dozen, waarheid,
haar beeltenis in tienvoud.

Eens stelde ze me voor aan haar
kinderen, gesneden uit haar goud. Ik zag
hoe ze tranen veegden uit hun,
uit haar ogen.
Ik was met hen opgegroeid, maar
het waren vreemden. Ik merkte
hoezeer ik haar geworden was
en dat ik hen niet kon troosten.

Op een dag hoop ik haar te omhelzen en
blij te zijn dat ze beter werd en dat ik
ontwaakte met zalf op mijn handen.

***
De muur
Deze muur duwt me met de neus op de feiten:
ook kinderen kunnen lijden.
Een vuist schaaft zich aan de stenen,
verdwaasd kijk ik naar
de rode vlekken. Dit is niet mijn hand,
of toch? Op de grond
ligt mijn lichaam met vreemde
grote ogen te huilen.

Hoe? Wat?

Net als zij kan ik geen kant op.
Ik moet de donkere schaduwwereld in stappen,
iets doen, maar wat? Dat ik
nooit meer - dat heb ik als kind al gezworen.
Maar ik ben geen spierbundel, ik heb
geen wapens. Evenmin
heb ik een keuze.

maandag 15 november 2010

Een stukje vol jeugdsentiment

Afgelopen zaterdag was vriendin M. hier voor ons traditionele Sinterklaasweekend. Voor de intocht begon, was Kinderen voor Kinderen 31 op televisie. En oh, wij houden van Kinderen voor Kinderen. Dus dachten we: dat willen we zien.

En dat viel dus tegen.
Dat viel heel erg tegen.

De Kinderen voor Kinderen-kinderen van nu zijn de Kinderen voor Kinderen-kinderen van vroeger niet meer. En de liedjes zijn tegewnoodig ook heel anders dan in 'onze tijd'. Vroeger (the good old days) was het een pretentieloos clubje Gooise koters met typische rrr en een sjaaltje om de nek. Tegenwoordig zijn het mini-Beyoncé's met kleding die way too trendy en way too slutty is. Het zijn de Gooise vrouwen van de toekomst. Het kostte ons dan ook niet veel tijd om ze van een diepgaand jury-rapport te voorzien. Binnen één coupletje hadden we met name één meisje tot op de bodem geanalyseerd en afgefikt tot op haar veters. We refereerden aan haar als "die slet met die paardenbek", wat weliswaar niet heel vriendelijk is, maar wel de waarheid.

En dan de liedjes. In onze tijd waren die grofweg in te delen in een paar categorieën, te weten:
1. school
2. vriendjes en vriendinnetjes
3. ouders, opa's en oma's (waarbij de vaders, opa's en oma's meestal al hemelden of dat spoedig gingen doen)
4. verhuizen
5. koek en zopie (likes: kip, patat en appelmoes, dislikes: derrie a la crème met ei).
6. verliefdheid
7. dieren

Tegenwoorig gaat de verliedheid al een stuk verder, er wordt al getwijfeld, hard to get gespeeld en nou ja, het klinkt vaak veel volwassener dan ik het tot nu toe zelf heb meegemaakt (wat in dit geval nou eens niets over mij zegt). Vroeger was zoenen vies, nu lijkt het een raison d'etre van negenjarige, kortgerokte, roodbelippestifte meisjes. Verder was chillen op je billen een absolute must (waar we vroeger nog afreisden naar een onbewoond eiland) en oh ja, politieke correchteid vierde hoogtij, terwijl de kinderen van onze generatie bij voorkeur niet volwassen werden en vooral niets wilden worden. Wat mij overigens tot nu toe goed gelukt lijkt te zijn. (*ketsjing-boem*).

Hoe dan ook, M. en ik waren geenszins te spreken over dit muzikale dieptepunt. Er was een tijd dat we gesteven en gestreken voor de buis zaten en de liedjes er bij ons in gingen als zoete koek, maar die tijd is duidelijk voorbij. Op een gegeven moment zei ik zelfs dat mijn kinderen later niet naar Kinderen voor Kinderen mogen kijken, omdat ik bang ben dat ze daardoor negatief beïnvloed worden. Ik bedoel maar.

Gelukkig bleek bij de intocht dat Sinterklaas nog immer de goede oude kindervriend is die hij behoort te zijn, geloofden we weer hardnekkig en lagen we af en toe behoorlijk in een deuk om de grote-mensengrapjes van de Hoofdpiet. Zo kwam alles toch nog goed.

En over dat geloven: we hadden dus allebei een schoencadeautje hè, zondagochtend. Dus don't mess with Sinterklaas. Hij bestaat.

maandag 8 november 2010

Machteloze liefde

Soms moet je keuzes maken. Keuzes voor jezelf. Ik ben daar niet zo goed in; ik ben niet het type mens dat zichzelf veel gunt. Rennen, vliegen, springen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan, dat is het devies waar ik mezelf altijd aan houd.

Nu ben ik op een punt dat ik steeds opnieuw moet opstaan, omdat vaker ik val dan strikt genomen wenselijk is. Ik struikel constant over mijn eigen voeten, zo voelt dat. 's Nachts lig ik uren wakker, in het donker te staren en te piekeren over van alles en nog wat. Soms voelt alles zo uitzichtloos en zo leeg. Als ik dan toch in slaap val, komen de spoken in mijn dromen. Ik verdrink terwijl iedereen staat te kijken en niemand iets doet. Ik ben in brandende gebouwen waaruit ik niet kan ontsnappen. Ik ben constant alles en iedereen kwijt. En dan de terugkerende droom waarin ik een kindje krijg waar ik niet voor kan zorgen - het is altijd een meisje en ik vergeet haar en dit meisje kijkt me dan aan met van die grote, verwijtende ogen die dwars door mijn ziel snijden.

Ik voel dat ik van haar hou, het is alleen een machteloze liefde.

Ondertussen moet ik dus rennen en vliegen en doorgaan. Wil ik alles goed doen voor iedereen. Iedereen helpen. Lieve berichtjes sturen, mensen laten weten dat ik aan ze denk, om ze geef en dat het me niet koud laat hoe het met hen gaat. Eén van mijn liefste vriendinnetjes is op het moment bezig met honderd dingen tegelijk die alle honderd haar volste aandacht vergen. Ik zie hoe moe ze is, ik lees in haar mails dat ze het zwaar heeft, maar ook zij gaat door. En door. En door. Onze vriendschap is ooit ontstaan uit herkenning van de ander. Ze zeggen wel eens dat sommige mensen aan een half woord genoeg hebben, maar zij en ik hebben zelfs dat halve woord niet nodig. Wij begrijpen elkaar gewoon.

Ik voel dat ik van haar hou, het is nu alleen een machteloze liefde. Maar liefde niettemin.

Want ik kan haar nu niet helpen met al die honderd dingen. Ik kan af en toe iets bijdragen, maar ik kan haar niets uit handen nemen. Kón ik dat maar. Het gaat alleen niet, omdat het dingen zijn die ze echt zelf zal moeten doen - en in mijn oren klinkt dat meteen heel hard, maar het ís zo. Ik kan haar werk niet doen, haar opleiding niet volgen, haar huis niet bouwen, haar kind niet dragen.

En ik moet keuzes maken. Keuzes voor mezelf. Keuzes voor de vrouw die ik ben, het meisje dat ik was.

Ik weet niet of ik van haar hou. Het voelt vooral machteloos.

dinsdag 2 november 2010

Toos Werkeloos

Mijn naam is Toos en ik ben werkeloos.
Dat kon er ook nog wel bij. Of nou ja, dat kon er helemaal niet meer bij, maar ach, 2010 is toch al een kutjaar. Ik ga nu dan ook niet op de details in. Daarnet werd op TV gezegd dat we teveel klagen en daar doe ik mooi niet aan mee. Neen. Ik ga een poging doen om de positieve kanten van een contract dat niet velengd wordt te benoemen.

Ten eerste. Volgende week begint het Sinterklaasjournaal weer. Dat vind ik leuk en omdat ik dan gewoon thuis ben, kan ik dus vol overgave dat hele fokking journaal op de voet volgen. Echt, tegen de tijd dat het 5 december is ben ik beter op de hoogte dan de gemiddelde kleuter. Ik denk dat ik zelfs weer in Sinterklaas ga geloven, gewoon, voor de zekerheid.

Ten tweede. Mijn onderbuurman is verhuisd. Ik had niks tegen hem, maar ik heb vooral niks tegen zijn appartement. Ik zie nu kansen voor het oplossen van mijn habitatkwestie. Zijn appartement heeft een balkon, een iets normalere badkamer en ik kan in mijn slaapkamer naast mijn bed ook mijn kledingkast kwijt. Dus thans ben ik in onderhandeling met de huisbaas over een interne verhuizing. Dat is handig, want dan hoef ik geen busje te huren en geen adreswijzigingen te versturen. Ik houd u op de hoogte.

Ten derde. Ik heb de VVD nog. Daar doe ik tegenwoordig een communicatieklus voor en dat is een goed iets.

Ten vierde. Ik kan naar P. en L. en J. en dan weer naar P., en dat is nodig, want ik moet zo hier en daar nog wel wat geestelijk herijken - to put in mildly.

Ik heb lang en diep nagedacht over een 'ten vijfde', maar die kan ik niet bedenken. Daarvoor weet ik het nog te kort, denk ik. Ik ben namelijk ook een beetje boos over, nou ja, alles. Boos op 2010. Boos op 'de omstandigheden'.

Maar afijn.
Tijdens het slechtnieuwsgesprek bood afdelingshoofd J. aan dat hij - als ik daar behoefte aan had - wel iemand wilde faciliteren die ik op zijn bek kon slaan. Op dat moment zei ik: "Nee, dat is niet nodig", maar daar kom ik graag op terug. Dus J., als je dit leest... Regel Dat.

En verder? Ik ga niet klagen. Maar ik moet hier dus best een beetje om huilen.
In de tranen-met-tuiten zin des woords.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...