Een tijdje terug gaf ik u in een reeks quotes een helder beeld van hoe het Nederlands dagelijks mishandeld wordt. Schokkend, niet? Welnu, ik heb er nog meer. Want als je er op gaat letten dan hoor je ze aan de lopende band. En niet alleen ikzelf, ook een aantal lezers spitste de oren na het lezen van mijn blog. De hoogtepunten:
Vraag: "Welke kip vind je het mooist?"
Antwoord: "De haas."
"Dat was de andersomme volgorde."
"Als hij een bloeddruk heeft, moet die meneer ergens anders worden gelegd."
"Ze willen gewoon voor een appeltje en een ei op de eerste rang."
"Met A. van apotheek F., ik kreeg net een recept voor mevrouw L., geboren 1586..."
"De spanning valt van hun gezichten af te snijden."
"De housewarming is alleen voor intimici."
"Oké, dat houd ik dan in mijn achterste..."
"Beter een half ei dan een lege doos, toch?"
"Ik kom wel even Pools hoogte nemen."
"Ik voelde mij het zesde wiel aan het fornuis."
"Daar zijn we heel trots mee."
"Je moet alles eruit geven wat erin zit."
"Ik voelde me daar heel onheimlich bij."
"We worden niet voor één gaatje gevangen."
"...maar ik moet gewoon voor mijn eigen boontjes zorgen!"
Tips blijven welkom, aan deel drie wordt reeds gewerkt!
woensdag 28 april 2010
zondag 25 april 2010
Quiz
Dag lieve lezers, wat leuk dat u weer kijkt op de weblog van Anne. Vandaag geen spannend verhaal maar een kleine quiz. Komt-ie:
Het is zondag 25 april. Wat vieren we vandaag?
A. Wereldmalariadag
B. Het Italiaans equivalent van bevrijdingsdag
C. De 26e verjaardag van uw blogster
D. Alle bovenstaande antwoorden zijn correct
U kunt uw antwoord neerpoten in de comments. Onder de goede inzenders verloot ik een leuke verrassing. *zoekt notaris voor het eerlijk laten verlopen van deze verloting*.
Winnaars krijgen persoonlijk bericht.
Over de uitslag kan worden gecorrespondeerd.
Het is zondag 25 april. Wat vieren we vandaag?
A. Wereldmalariadag
B. Het Italiaans equivalent van bevrijdingsdag
C. De 26e verjaardag van uw blogster
D. Alle bovenstaande antwoorden zijn correct
U kunt uw antwoord neerpoten in de comments. Onder de goede inzenders verloot ik een leuke verrassing. *zoekt notaris voor het eerlijk laten verlopen van deze verloting*.
Winnaars krijgen persoonlijk bericht.
Over de uitslag kan worden gecorrespondeerd.
maandag 19 april 2010
Gig-oh-no
Ik wil graag een abonnement op Flair. Ik koop dat tijdschrift nu elke week en het zou handig zijn als hij gewoon op de deurmat lag. Het punt is alleen: ik wacht tot ze een leuk cadeau geven aan nieuwe abonnees. Een tas of een pakket van het één of ander of een dekbedovertrek. Ik wil dat.
Vorige week hoorde ik dat ze het bij de Linda anders aanpakken. Daar wordt bij wijze van stunt een gigolo toegezegd aan nieuwe abonnees. Mijn mond viel wagenwijd open toen ik dat hoorde. Een gigolo! Nou vráág ik je!
De verbazing begon voor mij al bij het feit dat er überhaupt mensen bestaan die een abonnement willen op dat tijdschrift. Maar dat ligt aan mij. Ik heb het blad één keer gelezen en dat was terwijl ik op een baby paste die aan één stuk door krijste. Haar moeder had gezegd: “Laten huilen”, dus ik mepte de ene Linda-pagina na de andere om, terwijl ik voortdurend dacht: “Ik hoor je niet, ik hoor je niet, ik hoor je niet, ik ho…. AARGH!!!” Misschien was dat gewoon geen comfortabele manier van kennismaken met de Linda. Maar goed.
Er zijn vrouwen die dat blad op hun deurmat willen aantreffen en die worden nu dus gelokt met een gigolo. Voor mij persoonlijk is dat een reden om geen abonnement te willen. Maar echt niet. Want even: een gigolo. Hoe triest ben je als je zo iemand in huis haalt? En wat voor iemand dan? Want dat weet je helemaal niet als de redactie van de Linda dat voor jou gaat arrangeren. Zit je dadelijk op de bank (of erger: je ligt in bed) met een lilliputter met een snor en een accent. Maar ja, ’t is je abonnementscadeautje hè. Dus ja, dan is het ook zonde om ‘m direct buiten te bonjouren.
Voor mij persoonlijk geldt dat ik maar weinig mensen in mijn bed verdraag. Als er vriendinnen komen logeren sta ik oogluikend toe dat ze naast me kruipen, maar verder verdedig ik mijn bed zoals een moederleeuw haar welpen verdedigt. Ik kan me voorstellen dat er vrouwen zijn die gastvrijer zijn waar het hun sponde betreft. En minder kieskeurig ook waarschijnlijk. Die zo’n gigolo wel een opwindend concept vinden en die dit zien als ludieke actie en ultieme manier om eens goed aan hun gerief te komen.
Ik vraag me nu ineens af: hoe weten ze bij zo’n gigoloverhuurbedrijf nou dat zo’n man ‘goed’ is? ‘Goed’ is toch een kwestie van perceptie? Moet hij een proefwip maken met de bazin? (Ik denk altijd dat gigolo’s voor bazinnen werken zoals hoeren voor pooiers, maar dat is gestoeld op een puur gebrek aan kennis). Moet hij laten zien hoe charmant en galant hij precies is? Want het schijnt dus helemaal niet per definitie om de seks te gaan, gigolo’s worden ook ingehuurd puur en alleen als gezelschap. Waar je bij hoerenbezoek mag veronderstellen dat er geneukt wordt, kan je met een gigolo ook scrabbelen (á €450 per uur, of iets in die koers).
In mijn ogen is dat treurig. Get a life, zoek vrienden en spendeer je tijd daarmee. Dat is niet alleen heel veel goedkoper, maar vooral vertrouwder, warmer en het geeft volgens mij stukken meer voldoening.
En mocht het je toch om je gerief te doen zijn, neem dan een abonnement op de Viva. Krijg je een vibrator cadeau; iedereen gelukkig.
Ik wacht ondertussen nog even op een leuk cadeautje van Flair.
Vorige week hoorde ik dat ze het bij de Linda anders aanpakken. Daar wordt bij wijze van stunt een gigolo toegezegd aan nieuwe abonnees. Mijn mond viel wagenwijd open toen ik dat hoorde. Een gigolo! Nou vráág ik je!
De verbazing begon voor mij al bij het feit dat er überhaupt mensen bestaan die een abonnement willen op dat tijdschrift. Maar dat ligt aan mij. Ik heb het blad één keer gelezen en dat was terwijl ik op een baby paste die aan één stuk door krijste. Haar moeder had gezegd: “Laten huilen”, dus ik mepte de ene Linda-pagina na de andere om, terwijl ik voortdurend dacht: “Ik hoor je niet, ik hoor je niet, ik hoor je niet, ik ho…. AARGH!!!” Misschien was dat gewoon geen comfortabele manier van kennismaken met de Linda. Maar goed.
Er zijn vrouwen die dat blad op hun deurmat willen aantreffen en die worden nu dus gelokt met een gigolo. Voor mij persoonlijk is dat een reden om geen abonnement te willen. Maar echt niet. Want even: een gigolo. Hoe triest ben je als je zo iemand in huis haalt? En wat voor iemand dan? Want dat weet je helemaal niet als de redactie van de Linda dat voor jou gaat arrangeren. Zit je dadelijk op de bank (of erger: je ligt in bed) met een lilliputter met een snor en een accent. Maar ja, ’t is je abonnementscadeautje hè. Dus ja, dan is het ook zonde om ‘m direct buiten te bonjouren.
Voor mij persoonlijk geldt dat ik maar weinig mensen in mijn bed verdraag. Als er vriendinnen komen logeren sta ik oogluikend toe dat ze naast me kruipen, maar verder verdedig ik mijn bed zoals een moederleeuw haar welpen verdedigt. Ik kan me voorstellen dat er vrouwen zijn die gastvrijer zijn waar het hun sponde betreft. En minder kieskeurig ook waarschijnlijk. Die zo’n gigolo wel een opwindend concept vinden en die dit zien als ludieke actie en ultieme manier om eens goed aan hun gerief te komen.
Ik vraag me nu ineens af: hoe weten ze bij zo’n gigoloverhuurbedrijf nou dat zo’n man ‘goed’ is? ‘Goed’ is toch een kwestie van perceptie? Moet hij een proefwip maken met de bazin? (Ik denk altijd dat gigolo’s voor bazinnen werken zoals hoeren voor pooiers, maar dat is gestoeld op een puur gebrek aan kennis). Moet hij laten zien hoe charmant en galant hij precies is? Want het schijnt dus helemaal niet per definitie om de seks te gaan, gigolo’s worden ook ingehuurd puur en alleen als gezelschap. Waar je bij hoerenbezoek mag veronderstellen dat er geneukt wordt, kan je met een gigolo ook scrabbelen (á €450 per uur, of iets in die koers).
In mijn ogen is dat treurig. Get a life, zoek vrienden en spendeer je tijd daarmee. Dat is niet alleen heel veel goedkoper, maar vooral vertrouwder, warmer en het geeft volgens mij stukken meer voldoening.
En mocht het je toch om je gerief te doen zijn, neem dan een abonnement op de Viva. Krijg je een vibrator cadeau; iedereen gelukkig.
Ik wacht ondertussen nog even op een leuk cadeautje van Flair.
dinsdag 13 april 2010
Albert Heijn XS
Soms weet ik even niets om te doen.
Alle was is dan schoon en gestreken en opgeruimd, de vloer blinkt dusdanig dat ik mijzelf erin weerspiegeld zie, het gehele aanrecht is vaatwerkvrij en mijn boek is uit. Dan weet ik het gewoon even niet meer.
De meest succesvolle remedie op zo’n moment is deze: je gaat uit het raam kijken. Als je uit het raam kijkt, koop je wat tijd. Het lijkt of je bezig bent, je kan ongestoord nadenken, maar je kan je ook focussen op alles wat er door de straat paradeert en aldus van tijd tot tijd concluderen: “Mijn leven is erg, maar het kan dus nóg erger.”
Vrijdag stond ik weer eens voor het venster. Wat ik niet had kunnen voorzien, gebeurde. Deze uit-het-raam-staar-sessie verwerd tot educatief climax. Dat kwam door het navolgende gesprekje dat ik opving. Het begin van het gesprek was nou niet dat je dacht: “Pfoeh, wat staan wij hier erudiet te converseren”, maar daar moet je even doorheen.
Meisje: “Hé, daar is een Albert Heijn.”
Jongen: “Ja, daar is een Albert Heijn.”
Meisje: “’t Is wel een kleine Albert Heijn.”
Jongen (let op, nou komt het): “Klopt. Dit is de kleinste Albert Heijn van Nederland.”
Meisje: “Oh, goh. Maar hij is nu wel dicht.”
Jongen: “Ja, hij is wel dicht.”
U moet weten: ik ben gek op nutteloze weetjes. Van die feitjes waar je echt geen flikker aan hebt, maar waarmee je wel een beetje kunt showen op verjaardagsfeestjes. Dat ik nu gewoon in de straat blijk te wonen bij een nutteloos weetje, dat ik mijn boodschappen doe bij een nutteloos weetje… Dat, lieve lezer, vervult mij met euforie.
Ik denk ook dat het klopt. Die Albert Heijn heeft namelijk de grootte en het assortiment van een SRV wagen. Er is een gangpad waar je niet met karretje en al in kunt, want dan loop je jezelf klem. Je kunt elkaar in de gehele winkel niet passeren (met kar). En om even een indruk te geven van het assortiment: ze hebben er nèt genoeg om in leven te blijven, maar de meeste producten hebben ze gewoon niet. Of ze hebben maar één smaak van, nou ja, *iets*, en dat is dan altijd de minst lekkere. Als ze de vakken vullen (‘ze’ zijn vijftienjarige puistenkoppen met een slome blik in de ogen), blokkeren ze met de kratten altijd het tegenoverliggende schap. Vergeleken daarbij is de gemiddelde Aldi de boodschappenhemel. Maar echt.
Los van de puistenkoppen werkt er ook nog het één en ander aan kassapersoneel dat je behandelt alsof jij op aard bent om hen het leven zo zuur mogelijk te maken. Ze kijken je aan alsof ze de boodschappen het liefst in je gezicht zouden uitknijpen.
En toch.
Voor dat alles krijg je ineens wat meer compassie als je op een willekeurige vrijdagavond hoort dat die verguisde AH de kleinste van Nederland is. Dan begrijp je wel waarom iedereen die daar in ruil voor salaris wat loopt te klussen nou niet bepaald het zonnetje in huis is. Als je ambities op XL-niveau liggen en je komt niet verder dan XS, dan is dat gewoon ronduit klote. Natuurlijk. En dan moet je ook nog een smurfen en sprookjeszegels verstrekken aan de clientèle, terwijl zelfs Klein Duimpje zich nog te fors zou voelen voor deze supermarkt.
Ik heb daar nog lang over nagedacht, kijkend uit het vensterraam. En ik dacht: “Mijn leven is erg, maar het kan dus nóg erger.”
Alle was is dan schoon en gestreken en opgeruimd, de vloer blinkt dusdanig dat ik mijzelf erin weerspiegeld zie, het gehele aanrecht is vaatwerkvrij en mijn boek is uit. Dan weet ik het gewoon even niet meer.
De meest succesvolle remedie op zo’n moment is deze: je gaat uit het raam kijken. Als je uit het raam kijkt, koop je wat tijd. Het lijkt of je bezig bent, je kan ongestoord nadenken, maar je kan je ook focussen op alles wat er door de straat paradeert en aldus van tijd tot tijd concluderen: “Mijn leven is erg, maar het kan dus nóg erger.”
Vrijdag stond ik weer eens voor het venster. Wat ik niet had kunnen voorzien, gebeurde. Deze uit-het-raam-staar-sessie verwerd tot educatief climax. Dat kwam door het navolgende gesprekje dat ik opving. Het begin van het gesprek was nou niet dat je dacht: “Pfoeh, wat staan wij hier erudiet te converseren”, maar daar moet je even doorheen.
Meisje: “Hé, daar is een Albert Heijn.”
Jongen: “Ja, daar is een Albert Heijn.”
Meisje: “’t Is wel een kleine Albert Heijn.”
Jongen (let op, nou komt het): “Klopt. Dit is de kleinste Albert Heijn van Nederland.”
Meisje: “Oh, goh. Maar hij is nu wel dicht.”
Jongen: “Ja, hij is wel dicht.”
U moet weten: ik ben gek op nutteloze weetjes. Van die feitjes waar je echt geen flikker aan hebt, maar waarmee je wel een beetje kunt showen op verjaardagsfeestjes. Dat ik nu gewoon in de straat blijk te wonen bij een nutteloos weetje, dat ik mijn boodschappen doe bij een nutteloos weetje… Dat, lieve lezer, vervult mij met euforie.
Ik denk ook dat het klopt. Die Albert Heijn heeft namelijk de grootte en het assortiment van een SRV wagen. Er is een gangpad waar je niet met karretje en al in kunt, want dan loop je jezelf klem. Je kunt elkaar in de gehele winkel niet passeren (met kar). En om even een indruk te geven van het assortiment: ze hebben er nèt genoeg om in leven te blijven, maar de meeste producten hebben ze gewoon niet. Of ze hebben maar één smaak van, nou ja, *iets*, en dat is dan altijd de minst lekkere. Als ze de vakken vullen (‘ze’ zijn vijftienjarige puistenkoppen met een slome blik in de ogen), blokkeren ze met de kratten altijd het tegenoverliggende schap. Vergeleken daarbij is de gemiddelde Aldi de boodschappenhemel. Maar echt.
Los van de puistenkoppen werkt er ook nog het één en ander aan kassapersoneel dat je behandelt alsof jij op aard bent om hen het leven zo zuur mogelijk te maken. Ze kijken je aan alsof ze de boodschappen het liefst in je gezicht zouden uitknijpen.
En toch.
Voor dat alles krijg je ineens wat meer compassie als je op een willekeurige vrijdagavond hoort dat die verguisde AH de kleinste van Nederland is. Dan begrijp je wel waarom iedereen die daar in ruil voor salaris wat loopt te klussen nou niet bepaald het zonnetje in huis is. Als je ambities op XL-niveau liggen en je komt niet verder dan XS, dan is dat gewoon ronduit klote. Natuurlijk. En dan moet je ook nog een smurfen en sprookjeszegels verstrekken aan de clientèle, terwijl zelfs Klein Duimpje zich nog te fors zou voelen voor deze supermarkt.
Ik heb daar nog lang over nagedacht, kijkend uit het vensterraam. En ik dacht: “Mijn leven is erg, maar het kan dus nóg erger.”
vrijdag 9 april 2010
Over kogels en kerken
In mijn vorige logje maakte ik terloops gewag van kogels die door kerken moesten. Ik zal daar nog even wat tekst en uitleg bij geven.
De succesvolle kogel had te maken met een traject waar ik in verzeild was geraakt. Dat traject had ik nodig, zeiden ze. 'Ze' ja, zelf stond ik er vanaf den beginne enigszins sceptisch tegenover. Maar ja, je probeert eens wat hè.
Dat proberen heb ik ruim twee maanden volgehouden en toen was ik op het punt dat het traject - dat erop gericht was mij vooruit te helpen - me doodongelukkig maakte. Maar echt. Ik ging niet vooruit, maar holde achteruit. En dat was niet de bedoeling. Daarom besloot ik niet langer te doen wat 'ze' zeiden, maar de touwtjes zelf maar weer in handen te nemen. Het grappige was: toen ik dat aan een afvaardiging van 'ze' vertelde, bleek dat 'ze' precies hetzelfde advies aan mij hadden willen geven. We waren het dus snel eens. Dat was kogel numero uno.
Vandaag heb ik het traject afgesloten. Een hele opluchting. Dat wil echter niet zeggen dat ik klaar ben, want ik moet nog steeds vooruit geholpen worden. Beter worden, terug Anne zijn. Daar gaat nog veel tijd in zitten, want ik sta nog aan het begin. En toch... ik denk wel dat het me gaat lukken.
De tweede kogel had alles te maken met iets waar ik al eens eerder over schreef: ik wil graag een huis kopen. Twee weken terug bezichtigde ik een huis waar ik acute buikvlinders van kreeg. Het was zó, zó mooi! Ruim en licht en gezellig en sfeervol. Actie was dus geboden. Ik benaderde een aankoopmakelaar, regelde een afspraak bij de hypotheekadviseur en in mijn hoofd was het huis al gekocht, geverfd en ingericht.
Afijn. Vorige week donderdag had ik eerst een afspraak met die aankoopmakelaar. En echt: toen ik daarna naar de hypotheekman fietste, precies op dát moment, werd ik gebeld. Het huis was verkocht. Dan kom je wel met een gigantische sik bij die hypotheekman aan, kan ik u zeggen. Die heeft mij toen nog een uur onderhouden over mijn financiële situatie en mogelijkheden. Een goed iets, wat bij het volgende droomhuis kan ik dan nóg sneller actie nemen. De rest van de dag heb ik zitten wachten op een telefoontje waarin deze bijzonder slecht gelukte één april grap ongedaan gemaakt zou worden, maar dat was tevergeefs.
Om kort te gaan: ik heb nog wat tijd nodig. Tijd voor mezelf en tijd om mijn droomhuis te vinden. Alleen maar wat tijd.
En godsgruwelijk veel geduld.
De succesvolle kogel had te maken met een traject waar ik in verzeild was geraakt. Dat traject had ik nodig, zeiden ze. 'Ze' ja, zelf stond ik er vanaf den beginne enigszins sceptisch tegenover. Maar ja, je probeert eens wat hè.
Dat proberen heb ik ruim twee maanden volgehouden en toen was ik op het punt dat het traject - dat erop gericht was mij vooruit te helpen - me doodongelukkig maakte. Maar echt. Ik ging niet vooruit, maar holde achteruit. En dat was niet de bedoeling. Daarom besloot ik niet langer te doen wat 'ze' zeiden, maar de touwtjes zelf maar weer in handen te nemen. Het grappige was: toen ik dat aan een afvaardiging van 'ze' vertelde, bleek dat 'ze' precies hetzelfde advies aan mij hadden willen geven. We waren het dus snel eens. Dat was kogel numero uno.
Vandaag heb ik het traject afgesloten. Een hele opluchting. Dat wil echter niet zeggen dat ik klaar ben, want ik moet nog steeds vooruit geholpen worden. Beter worden, terug Anne zijn. Daar gaat nog veel tijd in zitten, want ik sta nog aan het begin. En toch... ik denk wel dat het me gaat lukken.
De tweede kogel had alles te maken met iets waar ik al eens eerder over schreef: ik wil graag een huis kopen. Twee weken terug bezichtigde ik een huis waar ik acute buikvlinders van kreeg. Het was zó, zó mooi! Ruim en licht en gezellig en sfeervol. Actie was dus geboden. Ik benaderde een aankoopmakelaar, regelde een afspraak bij de hypotheekadviseur en in mijn hoofd was het huis al gekocht, geverfd en ingericht.
Afijn. Vorige week donderdag had ik eerst een afspraak met die aankoopmakelaar. En echt: toen ik daarna naar de hypotheekman fietste, precies op dát moment, werd ik gebeld. Het huis was verkocht. Dan kom je wel met een gigantische sik bij die hypotheekman aan, kan ik u zeggen. Die heeft mij toen nog een uur onderhouden over mijn financiële situatie en mogelijkheden. Een goed iets, wat bij het volgende droomhuis kan ik dan nóg sneller actie nemen. De rest van de dag heb ik zitten wachten op een telefoontje waarin deze bijzonder slecht gelukte één april grap ongedaan gemaakt zou worden, maar dat was tevergeefs.
Om kort te gaan: ik heb nog wat tijd nodig. Tijd voor mezelf en tijd om mijn droomhuis te vinden. Alleen maar wat tijd.
En godsgruwelijk veel geduld.
maandag 5 april 2010
Virtuele vissen
Ja, het is alweer veel te lang geleden dat ik hier iets heb gepost. Dat weet ik en dat geef ik ook ruiterlijk toe. Maar ik had het druk. Druk met het maken van keuzes, waarbij ik onverschrokken één kogel door de kerk jaagde en waarbij een tweede kogel nogal teleurstellend de verkeerde kant op ging.
Tussen de bedrijven door had ik gelukkig nog tijd om me te verbazen. Die verbazing had alles te maken met de mogelijkheden van de virtuele wereld. Nu had ik daar al langer 'last' van. Een aantal mensen in mijn omgeving heeft een iPhone en gesprekken met die mensen beginnen niet zelden met de openingszin: "Weet je waar nu een app voor is?" En dan laten ze je bijvoorbeeld een roze schermpje met een gele badeend zien. Als je dan op die eend klikt, zegt-ie drie keer "kwek". Daar halen die mensen opvallend veel levensgeluk uit.
Maar het eindigt niet bij een badeend.
Eergisteren hoorde ik iets nieuws en dat nieuws ketste werkelijk waar af op mijn hersenen. Op Facebook schijn je de trotse eigenaar te kunnen worden van een virtuele vissenkom. Ik dacht nog: als je wel van vissen houdt maar bijvoorbeeld niemand hebt die tijdens jouw vakantie je vis in leven kan houden, dan is het wel een uitkomst. Maar daar vergiste ik me dus in. Want die virtuele vissen overleven het niet als je uitlogt, voor drie weken naar Ibiza vertrekt en daarna pas weer inlogt. Nee, dan zijn ze dood. Dat schijnt zo te werken.
Dus dan moet je een oppas hebben voor je virtuele vissen. Volgt u het nog? Ik niet.
Wat de consequenties zijn als je virutele vis een virtuele dood sterft weet ik niet. Een echte vis kan je nog door de plee spoelen na zijn overlijden, een virtuele vis kan je misschien wel opnieuw opstarten. Of heb je dan ook een virutele WC om 'm virtueel doorheen te jagen?
Maar even: je besteedt dus een deel van je tijd aan het verzorgen van een computervis. In die tijd kan je ook een afwasje doen, met een lauwwarm sopje de vensterbank afnemen of bijvoorbeeld de krant lezen. Persoonlijk vind ik dat nuttiger. Wat is er leuk aan zo'n vis? Waarom zou je dat willen? Ben ik nou weer zo'n ouderwetse muts, of is dit gewoon echt zinloze tijdbesteding?
Een levende vis is ook al een tamelijk zinloos iets, maar goed, je hebt er nog wat gezelschap en bezigheid aan. Ik had ooit twee visjes en die maakten altijd heel gezellig geluid. Mijn visjes bekwaamden zich namelijk in een soort onderwater-jeux de boules, met de steentjes op de bodem van de kom. Nou, dat was best aardig. Dat zie ik zo'n virtuele vis nog niet doen.
Maar goed, misschien praat ik voor mijn beurt. Dat zou best kunnen. Misschien zijn virtuele facebook-vissen echt wel heel wijs. Dus als iemand zo'n virtuele vissenkom beheert, kan die persoon me dan even uitleggen wat de toegevoegde waarde en het leuke daarvan is?
Ik ben echt heel benieuwd.
Tussen de bedrijven door had ik gelukkig nog tijd om me te verbazen. Die verbazing had alles te maken met de mogelijkheden van de virtuele wereld. Nu had ik daar al langer 'last' van. Een aantal mensen in mijn omgeving heeft een iPhone en gesprekken met die mensen beginnen niet zelden met de openingszin: "Weet je waar nu een app voor is?" En dan laten ze je bijvoorbeeld een roze schermpje met een gele badeend zien. Als je dan op die eend klikt, zegt-ie drie keer "kwek". Daar halen die mensen opvallend veel levensgeluk uit.
Maar het eindigt niet bij een badeend.
Eergisteren hoorde ik iets nieuws en dat nieuws ketste werkelijk waar af op mijn hersenen. Op Facebook schijn je de trotse eigenaar te kunnen worden van een virtuele vissenkom. Ik dacht nog: als je wel van vissen houdt maar bijvoorbeeld niemand hebt die tijdens jouw vakantie je vis in leven kan houden, dan is het wel een uitkomst. Maar daar vergiste ik me dus in. Want die virtuele vissen overleven het niet als je uitlogt, voor drie weken naar Ibiza vertrekt en daarna pas weer inlogt. Nee, dan zijn ze dood. Dat schijnt zo te werken.
Dus dan moet je een oppas hebben voor je virtuele vissen. Volgt u het nog? Ik niet.
Wat de consequenties zijn als je virutele vis een virtuele dood sterft weet ik niet. Een echte vis kan je nog door de plee spoelen na zijn overlijden, een virtuele vis kan je misschien wel opnieuw opstarten. Of heb je dan ook een virutele WC om 'm virtueel doorheen te jagen?
Maar even: je besteedt dus een deel van je tijd aan het verzorgen van een computervis. In die tijd kan je ook een afwasje doen, met een lauwwarm sopje de vensterbank afnemen of bijvoorbeeld de krant lezen. Persoonlijk vind ik dat nuttiger. Wat is er leuk aan zo'n vis? Waarom zou je dat willen? Ben ik nou weer zo'n ouderwetse muts, of is dit gewoon echt zinloze tijdbesteding?
Een levende vis is ook al een tamelijk zinloos iets, maar goed, je hebt er nog wat gezelschap en bezigheid aan. Ik had ooit twee visjes en die maakten altijd heel gezellig geluid. Mijn visjes bekwaamden zich namelijk in een soort onderwater-jeux de boules, met de steentjes op de bodem van de kom. Nou, dat was best aardig. Dat zie ik zo'n virtuele vis nog niet doen.
Maar goed, misschien praat ik voor mijn beurt. Dat zou best kunnen. Misschien zijn virtuele facebook-vissen echt wel heel wijs. Dus als iemand zo'n virtuele vissenkom beheert, kan die persoon me dan even uitleggen wat de toegevoegde waarde en het leuke daarvan is?
Ik ben echt heel benieuwd.
Abonneren op:
Posts (Atom)
U Zei?! - Deel 36
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
Die boeren en die vrouwen, die maken het me niet makkelijk dit jaar. Gisteren was het echt een saaie aflevering. Vorig seizoen was het heus ...
-
De donkere dagen voor kerst zijn weer alomtegenwoordig, met alle jingle bells en dromen over een witte kerst die daarbij horen. Winkelstrate...