maandag 22 maart 2010

U zei?!

De laatste tijd was ik hard bezig om mijn blog te veranderen in een medisch handboek. Een cyste hier, een kwaaltje daar... geen goede ontwikkeling, al met al. Er moest nodig weer wat lucht en humor aan te pas komen, voor de balans. Daarom ben ik maar eens bij gaan houden wat voor onzin ik mensen hoor uitkramen. En dat is heel wat, getuige onderstaande lijst...

"Dat was een broek met korte mouwen."

"We moeten toch onze eigen erwtjes doppen."

"'s Nachts zie je gewoon meer bomen op de weg."

"Ik had even iets uit de losse pols gezogen."

"Ik wil het uit je eigen lippen horen!"

"Daar heb ik een zwaar hoofd in."

"Wij wonen in een Venix-wijk."

"Ik ben heel slecht in geheugen."

"Hier heb ik echt naar uitgeleefd!"

"Dat loopt de pan uit."

"Als er iemand met beide benen in de aarde staat, dan ben ik het wel."

"Ik zit in de gebakken peren."

"Na lang zwikken en wegen..."

"Mijn benen gaan er helemaal van stromen!"

"Dat ging zó plotsklapselings..."

"Volgens mij zijn er best veel mannen die de boodschappen koken."

"Dat is mijn pet ontstegen."

"We hebben het even achter de coulissen besproken."

"Ik fietste onder de tunnel door."

"Dan kan je lekker op je gemoed rusten."

"Dat heeft hij voor zijn rekening gekregen."

"Daar hebben we even over stilgestaan."

En om mezelf nog even te kakken te zetten (zelfspot is een goed iets), dit zei ik laatst vol vuur in een relaas over De Liefde:
"Het blijft toch een kwestie van aanstoten en aftrekken."

Heeft u input? Ik hoor het graag!

woensdag 17 maart 2010

Cyste (Nog steeds? Jazeker...)

...dus met frisse moed en tegenzin fietste ik vanmiddag naar het ziekenhuis. In de wachtkamer liep de spanning op. Dat werd nog erger toen een meneer heel nadrukkelijk aan zijn vrouw vertelde hoeveel pijn de verdoving precies had gedaan. En daarna haalde de operatieassistente mij op, moest ik me half ontkleden en wandelde ik de OK in.

Een meevaller: het was dezelfde chirurg als de vorige keer. Het voorstellen was dus niet nodig en mijn blote billen knepen iets minder samen. Vervolgens moest ik op de behandeltafel gaan liggen, werd er een lamp op mijn lies gericht en onderzocht de chrirug het plekje. Ze constateerde dat opereren op dit moment niet erg zinvol was. Had ik me dus mooi voor niks zenuwachtig gemaakt voor die verdovingsspuiten. Onverrichter zake mocht ik me terug aankleden.

Tot zover het goede nieuws.

De reden dat de operatie nu niet zinvol was, is dat de plek 'onrustig' is. Een typisch dokterswoord dat meestal licht dreigend klinkt. Er zijn zich nog meer plekjes aan het vormen en het ziet er geïrriteerd uit. Dus volgende week moet ik op het spreekuur van de chirurg komen. Dan gaan ze mijn lies nog eens heel nauwkeurig bekijken, en dan zou het zomaar kunnen dat het hele gebied in één klap geopereerd gaat worden. Niet poliklinisch. Neen, dan maken ze er meteen dagje van.

En dat, lieve lezers, geeft mij een unheimisch gevoel. Ik hou niet zo van zulke dagjes. Ziekenhuisdagjes. Operatiedagjes. Narcosedagjes. Ik heb al zo'n dagje voo de boeg (mijn oogoperatie) en eigenlijk vond ik dat wel weer genoeg operatie voor dit jaar. Maar het zou dus zomaar kunnen dat dat anders uitpakt.

Maar goed.
Ik kan nu tenminste nog zitten en ik hoef deze week geen afspraken af te zeggen door leed in de lies.

En toch ben ik daar door deze wending van het verhaal niet onverdeeld blij mee.

dinsdag 16 maart 2010

Cyste (Alweer? Ja, alweer!)

Het is weer zover. Voor de derde maal in vier maanden tijd word ik in het ziekenhuis verwacht bij de poli chirurgie / heelkunde. Om cyste nummer zes te verwijderen. Ik vind dat geen fijn vooruitzicht.

Het weghalen van de cyste an sich is het probleem niet. Daar voel je niks van. Maar voordat het zover is, zijn er een paar noemenswaardige hobbels op de weg.

Ten eerste: de cyste bevindt zich in mijn lies. De operatieassistente haalt me op uit de wachtkamer en instrueert me om me uit te kleden. Alleen de bovenkleding mag ik aanhouden. Dus daar sta ik dan. En dan moet ik in al mijn nakende glorie die OK in, alwaar de chirurg me opwacht. Aangezien ik een keurig opgevoed meisje ben, geef ik die chirurg dan netjes een handje. Ik verzeker u: het voelt raar om jezelf in je blote billen aan iemand te introduceren. Maar die chirurg is – zo veronderstel ik – wel het één en ander gewend.

Daarna moet ik op de behandeltafel gaan liggen. Mijn been moet in een lichtelijk onnatuurlijke hoek, want een lies is een listig plekje. En dan lig ik daar, en dan komt het ergste van alles. Het verdoven.

De eerste keer heb ik op mijn knuisten gebeten en af en toe iets van “Auwauwauw” geroepen. De tweede keer mocht ik in de hand van de operatieassistente knijpen, wat ik met overgave deed. Want o, wat doet dat pijn. Behalve keurig opgevoed ben ik ook altijd heel flink en huilen om een prik is echt mijn eer te na, maar bij zo’n verdoving komen de tranen als vanzelf. In my defence: het is niet één prik, het zijn er drie. Per cyste. Nu hoef ik gelukkig maar één cyste te laten verwijderen, maar de vorige keren waren het er meerdere. Dan heb je het binnen afzienbare tijd echt helemaal geschoten met dat geprik dat zich angstaanjagend dicht bij je vrouwelijke organen afspeelt.

Nou ja, en dan ben ik verdoofd. Dat is wel een prettig iets. Want ik wéét wel dat die chirurg dan in mijn lies zit te snijden, maar daar voel ik dus niks van. En ik zie het ook niet, want a. probeer maar eens in je eigen lies te kijken, en b. er ligt een blauwe operatiedoek overheen. Tot nu toe werden de cystes na verwijdering in een bakje gelegd waar ik ze nog even kon zien en er afscheid van kon nemen. Bij dat afscheid vloeiden geen tranen. En daarna word ik dichtgenaaid, bepleisterd en met een enórme lap maandverband heengezonden.

De ervaring leert dat ik daarna nog precies naar huis kan fietsen (want: verdoving werkt nog). En daarna is het nog even doorbijten. Want die verdoving raakt uitgewerkt en dan schrijnt het, en dan trekt het, en dan is zitten – laat staan lekker zitten – een paar dagen knap lastig. En dan is het leed geleden en ga ik weer fluitend door het leven.

Tot de volgende cyste zich aandient.

dinsdag 9 maart 2010

Onthand

Ik heb hier al vaker geschreven over het feit dat ik reuma heb. Geen reden om met dozen Kleenex te gaan slepen hoor, het is vervelend doch overkomelijk. Met de juiste medicijnen is het prima te hanteren. Behalve soms. En het is nu soms.

Ten eerste: ik heb nieuwe medicijnen. Of eigenlijk ben ik terug bij mijn oude medicijnen. Eerst had ik pilletjes, maar daar werd ik een beetje misselijk van. ‘Een beetje misselijk’ mag u interpreteren als: midden in de nacht wakker worden en weten dat ik du moment moest kotsen. Gevolg: middernachtelijk mijn bed verschonen en op zoek naar een emmer voor naast het bed om zulks in de toekomst te voorkomen.
Vanwege dit doorslaande succes kreeg ik na verloop van tijd injecties in plaats van tabletten en moest ik eens per week een naald in mijn buik jassen. Daar werd ik ook een beetje misselijk van; ik hou niet van naalden in mijn buik. Gevolg: uitstelgedrag en dus een onvoldoende medicijntoevoer. En dat vond de reumatoloog dan weer geen succes. Om die reden moest ik toch weer terug naar de pilletjes, op hoop van zegen en op hoop van gewenning.
Zaterdag nam ik de eerste dosis. Het goede nieuws is dat ik midden in de nacht op tijd bij de WC wist te komen om mijn maag te schonen, het slechte nieuws dat ik die chemische troep dus nog steeds slecht verdraag. Komende zaterdag zet ik mijn emmer maar weer naast het bed.

Het tweede punt is dat ik momenteel te kampen heb met een lamme vlerk. Ontstekingen horen bij reuma en gelukkig heb ik ze niet vaak. Maar nu wel, in mijn rechterschouder. Ik ben rechtshandig en links bijzonder onhandig, maar ik moet nu toch veel met links doen. Probeer het eens: tandenpoetsen met je verkeerde hand. Geen fijn iets.
Bijkomend probleem is dat mijn vermaledijde pilletjes slecht combineren met veel antibiotica. Ook dat heb ik al eens proefondervindelijk mogen vaststellen, een jaar of twee geleden. Kermend van de ellende belde ik dat weekend met de huisartsenpost. Maar iedereen die wel eens de huisartsenpost heeft gebeld, weet hoe behulpzaam ze daar zijn. “Neem maar twee paracetamolletjes en als het dan niet overgaat, moet je nog maar eens bellen”, is hun vaste riedel. Afijn, ik heb het uiteindelijk overleefd.

Dat zal me nu ook wel weer lukken. Maar ik voel me een beetje onthand.
Op momenten als deze baal ik verschrikkelijk van die klote-reuma en alles wat erbij komt kijken.

woensdag 3 maart 2010

Vox populi

Omdat ik een heel betrokken burger ben, heb ik vandaag gestemd. Natuurlijk. Volgens mij heb ik nog nooit een kans om mijn stem te laten horen voorbij laten gaan.

Over de verkiezingen is al heel veel gezegd. Veel inhoudelijks, veel over de omlijsting. De campagnes die in sommige gevallen echt hopeloos zijn. Ik kan een partij die zichzelf promoot met een K3-achtige choreografie ècht niet serieus nemen.
De slogan 'Anders ja', doet mij vooral denken aan de tijden waarin mijn moeder een culinaire bevlieging had en mij hoopvol om mijn mening vroeg. "Ik vind het niet vies, ik vind het.... anders, ja", zei ik dan. Om haar gevoelens te sparen.

Maar goed.

Ik wil het even over iets anders hebben.
De media volgen de verkiezingen uiteraard op de voet. Ze stationeren verslaggevers en cameraploegen bij diverse stemlokalen. De verslaggevers mogen de argeloze stemmer dan attaqueren zodra die het stemlokaal verlaat. En nu wil ik wel eens weten: waarom staat er nou nóóit een goeduitgeruste ploeg met zo'n dode bever op een stok op míj te wachten?

Ik wil het zo graag.
Dat zo'n verslaggever mij vraagt wat ik gestemd heb en waarom. Dat ik dan een microfoon in mijn snufferd geduwd krijg. En dat ik dan onverschrokken een vlammend betoog houd waarmee ik het plekje in de Tweede Kamer (dat ik werkelijk ambieer) meteen veilig stel. Dat ik de verslaggever dan omver blaas en alle kijkers / luisteraars van hun stoel kieperen en denken: "Tjonge, wat een weloverwogen keuze! Wat een geëngageerde tante! Ik ben om!" En dat ik zodoende en passant nog wat kiezers werf voor mijn partij.
Ik wil dat, maar het gebeurt dus nooit.

Een oproep via mijn blog heeft nu geen zin meer. De stemlokalen zijn al dicht. Maar gelukkig mogen we in juni weer naar de GFT-bak, dus mijn kansen zijn nog niet verkeken.
Dan hoop ik opnieuw op een verslaggever en stem ik - loyaal als ik ben - weer op de VVD.

En niets anders nee.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...