zondag 31 januari 2010

In het land der blinden...

Kijk, nu zie ik er zo uit.
Het is weer eens wat anders...

Ik moet wel zeggen dat het me nog best meevalt, al scheelt het vast dat het maar voor twee dagen is. Wat niet meevalt is het verwijderen van een pleister, want dat heeft meteen een milde wenkbrauwepilatie tot gevolg. Maar verder: can do.

Gelukkig ben ik morgen weer gewoon met twee ogen. Dat dan weer wel. Maar voor nu valt het me alles mee.

dinsdag 26 januari 2010

Oogzaken

Zo nu en dan zie je ze in de supermarkt of in de winkelstraat. Kleine kleutertjes met een pleister op hun oog. Soms een vrolijke kinderpleister, vaak een saaie bruine, en meestal ook met een brilletje op hun kleuterneusje. Aandoenlijk vind ik dat. Schattig.

Komend weekend mag ik (Anne, 25 jaar) twee dagen lang met zo’n pleister op mijn oog lopen. Een saaie bruine, dus echt rock ’n roll wordt het niet, maar ik vind het tamelijk komisch.

U vraagt zich misschien af waarom. Een terechte vraag, dus ik leg dat even uit.
Mensen die mij kennen, weten dat ik een nogal ruime blik op de wereld heb. Dat heeft alles te maken met mijn rechteroog. Dat oog leidt een eigen leven, wat er in de praktijk op neerkomt dat mijn oog te ver naar rechts staat. Ik beschik goddank over meer dan genoeg zelfspot om hier prima mee te kunnen leven en mijn arsenaal ‘ooggrapjes’ kent geen grenzen.

Maar als je even doorvraagt en een beetje in mijn onzekere kant prikt, dan zul je ontdekken dat dat hele oog niet alleen dwars staat, maar me ook flink dwars zit. Dat ik er van baal. Dat ik het lelijk vind. Dat het me onzeker maakt en dat ik af en toe flink moet opboksen tegen (voor)oordelen van mens & maatschappij. Dat ik het heel akelig vind dat er mensen zijn die me soms benaderen of ik lijpe Lotje ben, of kinderen die me ongegeneerd aanstaren (want geen enkel mens is zo conformistisch als een kind).

Als ik ergens geen vrede mee heb, dan verander ik het. Alleen dit was heel lang niet te veranderen. Totdat ik afgelopen donderdag in de stoel van een orthoptist zat, die enorm kundig was en aan het eind van haar metingen een verheugende conclusie trok. “Er is geen enkele reden om jouw oog niet recht te zetten. Dus dat gaan we doen.” Die opmerking zorgde ervoor dat mijn gezicht bijna in een totaalruptuur scheurde van de glimlach die tevoorschijn kwam. Mijn oog! Rechtgezet! Mijn doorn-in-mijn-oog oog!!

Het enige wat nog moet, is de maximale hoek meten waarin het oog staat, zodat ze weet hoeveel er gecorrigeerd moet worden. Voor het meten van die hoek moet mijn oog dus even een weekendje niet-functioneel zijn. En daarom moet ik twee dagen zo’n piratenpleister opplakken.

Voor elke andere reden zou ik het verschrikkelijk vinden, maar komend weekend ben ik met alle liefde en plezier een piraat.

Want behalve die pleister, heb ik vooral een schitterend doel voor ogen.

woensdag 20 januari 2010

Van lang naar tamelijk kort

Het onderwerp ‘kappersangst’ is op dit weblog al uitentreuren behandeld. Toch wil ik er nog eens opnieuw over beginnen, want er is een doorbraak, y’all!

Mijn uitgangspunt is dat kappers nooit goed genoeg zijn. Ik dacht dat ik een degelijke salon ontdekt had, tot de kapper de laatste keer op een nogal irritante manier met mij flirtte. Fragment uit dat gesprek:
Hij: “Heb je geen vriend?? Naaah! Aan je uiterlijk ligt het niet hoor…”
Ik: “Nee dat klopt. Het ligt aan de rest.”
Na dit akkefietje zat ik dus weer zonder kapper.

Nu is het zo dat ‘naar de kapper gaan’ bij mij volgens een vast stramien verloopt. Ik besluit, meestal op vrijdag, dat er écht geknipt moet worden. Dan ren ik paniekerig een kapsalon binnen. “Hebben jullie NU tijd om mij te knippen?” roep ik. En als ik eenmaal zit: “Het mag niet te kort en het moet nog in een staart kunnen en het moet onderhoudsvriendelijk zijn want ik heb geen föhn en…” Als je dat elke keer zegt, krijg je dus elke keer hetzelfde haar. Daar was ik heel senang mee.

Maar nu niet meer. Het woord “afknippen” kwam de laatste weken steeds vaker in me opborrelen. Niet kort, maar wel een stuk korter. Anders. Vlotter.

Wat doe je in zo’n geval? Juist. Dan mail je vriendin M., omdat zij altijd heel steunend en motiverend is en bovendien ervaring heeft met het kortwieken van lang haar.

Ik vroeg haar: “Toen jij je lange haar kort knipte, heb je toen last gehad van spijtgevoelens of huilbuien of aanverwante zaken?” Daar was ik namelijk bang voor. Dat ik alleen nog maar zou kunnen huilen als ik mijn haar afknipte.

Ze mailde terug dat ze geen enkele huilbui heeft gehad maar juist trots was dat ze het gedaan had. En ze wreef me fijntjes onder de neus dat ik zo vaak zeg dat ik mijn haar anders wil, maar dat ik het nooit doe. En dat het leuke van haar is dat het weer aangroeit. Daar had ze natuurlijk een goed punt.

Dus met goede moed stapte ik hedenmiddag het kapsalon in. De kapster leefde zich uit op mijn lokken en nu is mijn haar een heel stuk korter. En wat denk je? Als ik in de spiegel kijk, ben ik helemaal happy. Niks huilbuien, niks spijt, maar inderdad: trots!

Misschien is naar de kapper gaan toch minder eng dan ik altijd dacht...

donderdag 14 januari 2010

Nattigheid

Ik woon alweer twee jaar in Den Haag. In die tijd heb ik veel geleerd, onder andere welke geluiden er in mijn huis thuishoren. De fluitketel, het espressoapparaat en het zingen van M. bijvoorbeeld, maar ook de knallen van de CV-ketel, de seksgeluiden van de buren en het meppen van de slager (hij heeft geen woede-issue, het is iets met schnitzels).

Ik weet ook precies welke geluiden er niet thuishoren in mijn huis. Dat is bijvoorbeeld een druppend geluid in mijn slaapkamer. En dus kreeg ik een unheimisch gevoel toen dat geluid daar gisternacht ineens wel was.

Na een paar uren woelen was ik net op het punt dat ik dacht dat ik in slaap zou vallen. En toen hoorde ik het. *Ploink… ploink… ploink…* Op dat moment was ‘slapen’ mijn eerste prioriteit, dus ik startte een mantra. “Het is de douche… gewoon de douche…” Op de kadans van die gedachte viel ik in slaap.

Gisterochtend was ik het druppen vergeten.
Pas op kantoor schoot het me weer te binnen. Ik kreeg van twee mensen de reactie dat het dan wel mee zou vallen, anders was ik wel met mijn blote voeten in een plas water gestapt des ochtends. Ik deed nog eens mijn “het was vast gewoon de douche”-mantra, maar eenmaal thuis haastte ik me naar de slaapkamer om poolshoogte te nemen.

Het was niet de douche.
Het geploink vond wel degelijk zijn oorsprong in een kleine lekkage. Er lag in elk geval een plas water op vloer en vensterbank, waar één van mijn knuffels met zijn pluchen billen middenin zat. Ik heb de knuffel op de verwarming gezet om te drogen en ben gaan dweilen.

Het is een a-typische lekkage, want er zijn geen vochtkringen in het plafond of iets van dien aard. Het lekt langs mijn raam, maar ik weet niet hoe en ik weet dus ook niet wat ik eraan moet doen. Nou ja, ik weet in zulk soort situaties eigenlijk nooit wat ik moet doen, behalve dan mijn moeder bellen. ‘Je moeder bellen’ is namelijk over het algemeen de beste oplossing voor eigenlijk alles. Ik denk alleen dat zij hier ook geen antwoord op heeft.

Dus nu ligt er een dweil op mijn vensterbank.
Ik zoek iemand die mij kan zeggen wat je moet doen in geval van lekkages-langs-het-raam. Tips & adviezen gaarne in de comments.

woensdag 13 januari 2010

Afscheid van een vriend

Eergisteren vroeg ik mij hier af of een fiets kan doodvriezen.
Vandaag heb ik het antwoord.

Jazeker.
Een fiets kan doodvriezen en de mijne heeft dat gedaan.

Het begon met een vastgevroren handrem, die het na een paar dagen op miraculeuze wijze toch ineens weer deed. Maar dat was van korte duur. Vanochtend zat-ie weer muurvast. Dat merkte ik pas toen ik moest uitwijken voor een politieman, die ik derhalve bijna van de sokken reed.

De laatste dagen kwamen er ook steeds meer geluiden uit mijn fiets. Ik omschreef dat hier als 'alsof er drie kuikentjes in klem zitten', maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het eigenlijk na elk hobbeltje anders was. Dan weer waren het die kuikens, dan weer was het een schorre kikker en op nog een ander moment kwam er zo'n kakafonie aan geluiden uit het ding dat ik aan een hoorspel moest denken. Sinds gister was er wel iets constants: een aanhoudende fluitketelimitatie.

Daarnet kwam er een probleem bij. Mijn linkerhandrem blokkeerde. Dat gaf niet bepaald een impuls aan mijn gevoel van veiligheid. Ik probeerde mijn rechterhandrem toen maar door zijn bevroren toestand heen te knijpen. Dat lukte, maar niet geheel met het gewenste effect: mijn fiets zette zich vast in een staat van permanent remmen.

Daarmee is de fiets behoorlijk onbruikbaar geworden. En dat is vervelend. Nu moet ik alles te voet of met het OV doen. Ik ga straks proberen of ik - door keihard te trappen - nog bij het station kan geraken. Dat zou de boel iets vergemakkelijken, want het station is een betere uitvalsbasis dan mijn paddestoel.

Ik baal hiervan. Mijn fiets en ik hebben altijd een haast symbiotische relatie gehad, en nu is het zomaar ineens einde oefening. Het logistiek ongemak is enorm en ook de emotionele impact mag niet onderschat worden.

Ik ga hier nu tranen met tuiten om huilen.
Morgen meer.

dinsdag 12 januari 2010

Je hoort nog eens wat

Ik heb een issue met een paar collega’s en het gaat over mijn voorliefde voor radio 2.
Tot voor kort vond men het oké dat ik deze zender luisterde, maar eind vorig jaar was het ineens gedaan met dat gedoogbeleid.

En dat kwam door de top2000. Raar hè?
De top2000 is mijn inziens het radio-equivalent van een orgasme. Een week lang de allermooiste muziek ooit gemaakt en dat dan non-stop. Af en toe wel een nieuws-weer-verkeer-riedeltje tussendoor, maar dan gewoon weer verder genieten. Iets mooiers bestaat er – radiogewijs – niet.

Collega N. had hier zo haar eigen ideeën over. Die vond de top2000 niet leuk en radio 2 werd door haar op een enorme manier afgezeken, waar ik voorwaar gepikeerd over was. Dat vertelde ik haar ook. Ik zei dat het afkatten van radio 2 voor mij hetzelfde voelt als het uitfoeteren van mijn borstbeen: het ligt me beide na aan het hart. Zij noemde mij een ‘oud wijf’, maar weigerde de discussie aan te gaan.

Gelukkig hoefde ik me alleen in de ochtenduren te verdedigen (want echt: ik moest me verdedigen) en kon ik de rest van de dag in de beslotenheid van mijn paddestoel vol overgave genieten van de Lijst der Lijsten. zonder hierom veroordeeld te worden. (want echt: ik werd veroordeeld).

En nu is het weer hommeles.
Collega K. verdraagt de Nederhorror die zo nu en dan in de Gouden Uren gedraaid wordt totaal niet. Ik ook niet, maar ik denk als ik Nick & Simon hoor: “even doorbijten”. Terwijl K. denkt: “Zie je wel dat radio 2 een pestpokkepleuriszender is!” En daar slaat ze de plank behoorlijk mis. Maar elke keer als er Nederhorror gedraaid wordt, vangt de discussie aan of ik mijn radio niet op een andere zender kan zetten. En ja, dat kán ik best. Maar ik wíl het niet.

Wat voor ‘andere zender’ zou ik moeten luisteren? Het jukeboxgekweel van SkyRadio? Dat verveelt te snel. En van zenders als 538 en Q Music word ik een beetje nijdig. Dat quasi lollige gereutel van zogenaamd hippe DJ’s… jek! Ik hecht aan inhoud. En dat hebben die zenders maar zeer beperkt.

Daarom luister ik radio 2. Vanwege de mix van inhoud, actualiteit, achtergronden, fijne muziek en humor. Vanwege het zeer gevarieerde programma-aanbod. En als ze me om die reden een oud wijf vinden: so be it.

Maar dat dit gezeur mij werkelijk een beetje irriteert, dat mag duidelijk zijn.

maandag 11 januari 2010

Winter wonder...

Ja ik weet het, ik log schandalig weinig. Maar ik verkeer in een soort winterhalfslaap. Al mijn activiteiten zijn gelabeld met kreten als “ijs en weder dienende” en “afhankelijk van het weer natuurlijk hè” en meer van dat soort nonsens. Net als het grootste deel van Nederland gedraag ook ik me alsof we op Antarctica zijn gedropt. Zonder kompas en warme dekens.

Inmiddels durf ik wel weer te fietsen en gebruik ik het weer niet meer constant als excuus om me aan het sociale leven te onttrekken. Je kan ook zeggen dat ik een beetje gewend ben geraakt aan de winter. Wel vraag ik me steeds meer dingen af. Dingen waar ik normaal nooit zo over nadenk, maar die nu ineens heel actueel zijn. Bijvoorbeeld:

  • Als mensen zeggen: “Ik heb op het ijs gestaan”, bedoelen ze: “Ik heb geschaatst”. Waarom zeggen ze dat dan niet gewoon? ‘Op het ijs staan’ visualiseer ik heel statisch, een beetje als een levend standbeeld. ‘Schaatsen’ visualiseer ik als zwieren en zwaaien en veel pret.
  • Het strooizout is op, de wegenwacht maakt overuren, bussen kunnen niet rijden, treinstellen zijn stuk en ijsbrekers moeten de vaarwegen begaanbaar houden. Dat weten we nou wel. Waar je niemand over hoort is het ongemak waar fietsers mee te kampen hebben. Zo is mijn rechterhandrem vastgevroren en klinkt mijn fiets alsof er drie kuikentjes in klem zitten. Ik ben een beetje bang dat een fiets ook kan doodvriezen.
  • Het lijkt erop dat je je meer zorgen moet maken als het KNMI geen weerwaarschuwing geeft dan als ze dat wel doen. Ter illustratie: toen ik laatst naar Utrecht wilde terwijl er geen waarschuwing was, ben ik bevend als een riet binnen gebleven, omdat het buiten werkelijk op Antarctica begon te lijken. Gisteren wilde ik weer naar Utrecht en was er wel gewaarschuwd, maar zelden verliep een treinreis zo voorspoedig. Heen én terug. Raar.
  • Ik weet dat mijn oma Den Haag ver weg vindt. Maar dat ze het beschouwt als gebied met afwijkende klimatologische omstandigheden, dat ontdek ik nu. Ze belt me ineens regelmatig op. Steeds met vragen als: “Ben je nog niet ingesneeuwd”, “Hoe erg is het daar” en “Heb je wel genoeg eten in huis”. Nu klopt het wel dat het winterweer in Zeeland altijd een beetje achterblijft (wat het leven daar heel comfortabel maakt), maar oma doet alsof zij in de Cariben zit. “Ja, hier ligt niks natuurlijk. Maar bij jou zal het wel bar en boos zijn.” Ik waardeer de bezorgdheid.
  • De Elfstedenkoorts heerscht. Hotels zijn volgeboekt en een of andere dwaas heeft al een stuk van de tocht geschaatst. Terwijl het ijs nog lang niet overal betrouwbaar is. Maar blijkbaar is ‘rustig afwachten’ te lastig. Er is zelfs al een Elfstedenhit gecomponeerd (echt een wanstaltig, gedrochtelijk kutnummer). Ik word een beetje moe van zulk overspannen gedoe. Een bepaalde dosis chauvinisme is mij ook niet vreemd, maar ik heb het gemengd met realiteitszin en er een sausje van Hollandse nuchterheid overheen gegooid. Dus ik zal wel zien. Misschien ‘giet it oan’, misschien ‘net’.
  • Tot slot de belangrijkste vraag. Hoe is het mogelijk dat ik nog steeds niets ‘heb’?! Ik bedoel: mijn reputatie op het gebied van uitglijders liegt er niet om. En nu is het glad en glibberig glijweer en blijf ik gewoon de hele tijd overeind! Ik weet zelfs al welke kleur gips ik wil (ik weet nog niet rond welk gewricht, maar anticiperen kan geen kwaad), maar er gebeurt niks. Dit kost me mijn image!

Mocht iemand antwoorden weten: ik hoor ze graag. Zo niet, dan wens ik u veel succes met alle winterse toestanden. Binnenkort volgt er vast wel weer een bericht uit de loopgraven.

Wacht nou maar gewoon geduldig af.

maandag 4 januari 2010

Vrees niet: er is hoop

Allereerst wens ik u een heel gelukkig nieuwjaar!
2010 begon voor mij bij E. & S. thuis. We deden spelletjes en stonden om 23.59 uur een beetje zenuwachtige dingen te roepen over champagne en de klok op TV (“Nee, niet zappen! Deze is toch goed?”) Om 0.00 uur werd er natuurlijk gezoend en geknuffeld en kreeg ik bijna mijn jaarlijkse nieuwjaarsnachthuilbui, maar die slikte ik bij nader inzien toch maar weg. Ik vind mezelf nu echt te groot voor dat gesnotter en te klein voor melancholie.

De eerste dagen van 2010 waren ook niet bepaald rock ’n roll, dus heerlijk rustig. Ik had dat nodig. Ik sliep uit, bezocht mijn oma’s en opa, las wat en ik keek TV. En daar wil ik even iets over zeggen.

Aan het eind van het Boer d’amour seizoen vroeg ik me vertwijfeld af hoe we onze zondagavonden nu door moesten komen. Daar is nu een oplossing voor, in elk geval de komende weken. Die oplossing luidt: Annie M.G..

Annie M.G. is een serie die de komende weken op zondagavond wordt uitgezonden op Nederland 2. Gisteravond was de eerste aflevering. Het is mooi en grappig en ontroerend en vrolijk en dus ontzettend de moeite waard. Bovendien kan je lekker meezingen met de liedjes en hard lachen om ietwat onnatuurlijke danspasjes. Al bedacht ik me gisteravond wel dat een leven met onnatuurlijke danspasjes veel leuker kan zijn.

Dus als u me de komende weken ineens met een hand op een paaltje een vrolijk rondje ziet draaien, dan ligt dat aan deze TV-serie. Echt waar. Dito als ik ineens sta te twipsen.

Ergo: kijk die serie. Je wordt er voorwaar een leuker mens van. Ik merk dat nu al.
2010 is écht goed begonnen.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...