En langzaam, langzaam gaan we onderuit…
Traditiegetrouw geef ik een terugblik op het jaar dat is geweest. En pfoeh, 2009 was me het jaartje wel. Sommige dingen gingen wel even wat anders dan ik het me had voorgesteld, maar er waren ook genoeg leuke dingen om de moed erin te houden.
Werk
Mijn jaar begon met een nieuwe baan. Met leuke collega’s en ook werkinhoudelijk is het prima, ik ga weer met plezier naar kantoor en we kunnen heel hard lachen met z’n allen. Bovendien mag ik heel vaak stukjes schrijven, dus beter kan haast niet.
Buitenschoolse activiteiten
Theatersport ging full speed door. We organiseerden een feest, stonden op de planken, deden veel leuke dingen. Ik prijs me nog steeds gelukkig dat ik in deze club mensen ben terechtgekomen. Natuurlijk was er ook weer het theatersportweekend en het was er weer één om in te lijsten.
Ik reisde naar Canada, wat hier en daar iets anders uitpakte dan verwacht. Maar het was een prachtvakantie waar ik met veel plezier aan terugdenk.
Verder deed ik leuke dingen als picknicken en naar het theater gaan. Ik ging ook naar het vuurwerk in Scheveningen kijken en ik ging naar de sportschool. Het laatste nieuws daaromtrent is dat ik me heb uitgeschreven en berust in het feit dat zelfs een blok beton sportiever is dan ik. Een ander mooi iets is dat ik een heel fijne vriendschap ontwikkelde met E., met wie ik tegenwoordig allerlei leuke, meest culturele, dingen doe.
Liefde
Dit onderwerp is komen te vervallen. Alsof ik niet eens meedeed.
Gezondheid
Hier ging het goed mis.
Het begon in februari met een spoedopname in het ziekenhuis vanwege een ontstoken eileider. Daaruit volgde een reeks onderzoeken en een wonderlijke conclusie over mijn anatomie. Ik zit raar in elkaar.
In juli ging ik skaten en eindigde mijn arm in een mitella. Maar dat was allemaal wel overkomelijk, uiteindelijk.
Het was erger dat ik me op ‘vals plat’ bleek te bevinden. Langzaam maar zeker ging ik onderuit. Er kwamen dingen terug waarvan ik dacht dat ik ze vijf jaar geleden met wortel en tak had uitgeroeid. Maar it’s back, and this time it’s angry. Ik ben ziek, al heb ik er moeite mee om het zo te noemen. Ziek en om die reden heel verdrietig. Het overheerst in alles.
Ik wilde dit niet meer en nu moet ik toch weer ondergaan wat al eerder is doorstaan. Ik geloof erin dat het ook deze keer weer goed kan komen, daar gaat het niet om. Maar de enige oplossing is om er nu echt helemaal doorheen te gaan. Oud zeer, oud verdriet, het moet eruit. In 2010 ga ik daar hard aan werken.
Over een jaar typ ik natuurlijk weer een terugblik. Het mooie van tijd is dat het dan weer gaat over wat geweest is, terwijl ik dat alles nu nog moet gaan meemaken. Het zal een pittig jaar worden, daar mag ik gevoeglijk vanuit gaan. Maar ik denk echt dat het uiteindelijk ‘dik’ in orde komt.
Maybe this year will get better than the last.
woensdag 30 december 2009
maandag 28 december 2009
Een kerstverhaal
Mijn beste kerstverhaal speelde acht jaar geleden. Ik werkte in die dagen als verkoopster slash wegwijzer bij de ToeristShop in Middelburg.
De ToeristShop was een VVV-achtige instantie. Ik moest Duitsers de weg wijzen en ansichtkaarten, postzegels en souvenirs verkopen en B&B’s boeken.
Het contact met de klanten was leuk, maar oh, de werksfeer.
Mijn baas heette Y. en zij had bij diverse managementcursussen geleerd hoe ze om moest gaan met haar personeel. Daarom vroeg ze altijd keurig hoe het met me ging, maar vergat daarna te luisteren naar het antwoord. Wat ze niet had geleerd, was om haar personeel op een nuttige manier bezig te houden in een kleregat waar in de wintermaanden alleen de inheemsen rondsloffen. Uiteraard hebben die geen toeristische info nodig. Daarom bracht ik mijn schoolboeken mee en zat in de verloren uurtjes (grofweg van negen tot vijf) te studeren.
De dag kwam dat Y. ontdekte dat ik studeerde onder werktijd. Ze ging toen andere klusjes voor me verzinnen. Zo moest ik een deel van de souvenirtjes inpakken, zodat we daar geen tijd aan kwijt waren als er een klant was. Terwijl: àls er een klant was, dan wilde je die zo lang mogelijk vasthouden, want het was vaak de enige levende ziel die je op een hele dag zag.
Gelukkig voor Y. werd het toen kerstvakantie en na de kerstdagen had ze dé oplossing voor het werktekort. Ik moest de kerstboom aftuigen. Dus ik aan de slag. Ik kletterde een paar ballen tegen de plavuizen en klauterde op een stoel om de ornamentjes bovenin de boom te verwijderen. Er hing alleen één kerstbeertje waar ik niet bij kon, dus die liet ik hangen.
Wist u dat een kerstbeertje laten hangen grote gevolgen kan hebben?
Een paar dagen later ontbood Y. mij in de shop. We moesten praten. Ze was niet tevreden over mij. Ik studeerde onder werktijd, ik liep de kantjes er vanaf, et cetera. Dat was allemaal nog tot daar aan toe, maar besefte ik me wel dat ik nu echt te ver was gegaan? Ze had me toch gevraagd om de kerstboom af te tuigen? Ik zei: “Ja, dus dat heb ik gedaan.” Zij zei: “Nou, dat heb je niet goed gedaan. Er hing nog wat in.” Ik zei: “Klopt, daar kon ik niet bij.”
Een hoop gehakketak kortom, en ik wilde het liefst die hele kerstboom in haar endeldarm proppen.
Om kort te gaan: het niet goed aftuigen van de kerstboom leidde tot mijn ontslag. Een kerstbeertje deed mij de das om. Ik kon er geen traan om laten.
Ik ben toen als columniste bij de PZC gaan werken.
De rest is geschiedenis.
De ToeristShop was een VVV-achtige instantie. Ik moest Duitsers de weg wijzen en ansichtkaarten, postzegels en souvenirs verkopen en B&B’s boeken.
Het contact met de klanten was leuk, maar oh, de werksfeer.
Mijn baas heette Y. en zij had bij diverse managementcursussen geleerd hoe ze om moest gaan met haar personeel. Daarom vroeg ze altijd keurig hoe het met me ging, maar vergat daarna te luisteren naar het antwoord. Wat ze niet had geleerd, was om haar personeel op een nuttige manier bezig te houden in een kleregat waar in de wintermaanden alleen de inheemsen rondsloffen. Uiteraard hebben die geen toeristische info nodig. Daarom bracht ik mijn schoolboeken mee en zat in de verloren uurtjes (grofweg van negen tot vijf) te studeren.
De dag kwam dat Y. ontdekte dat ik studeerde onder werktijd. Ze ging toen andere klusjes voor me verzinnen. Zo moest ik een deel van de souvenirtjes inpakken, zodat we daar geen tijd aan kwijt waren als er een klant was. Terwijl: àls er een klant was, dan wilde je die zo lang mogelijk vasthouden, want het was vaak de enige levende ziel die je op een hele dag zag.
Gelukkig voor Y. werd het toen kerstvakantie en na de kerstdagen had ze dé oplossing voor het werktekort. Ik moest de kerstboom aftuigen. Dus ik aan de slag. Ik kletterde een paar ballen tegen de plavuizen en klauterde op een stoel om de ornamentjes bovenin de boom te verwijderen. Er hing alleen één kerstbeertje waar ik niet bij kon, dus die liet ik hangen.
Wist u dat een kerstbeertje laten hangen grote gevolgen kan hebben?
Een paar dagen later ontbood Y. mij in de shop. We moesten praten. Ze was niet tevreden over mij. Ik studeerde onder werktijd, ik liep de kantjes er vanaf, et cetera. Dat was allemaal nog tot daar aan toe, maar besefte ik me wel dat ik nu echt te ver was gegaan? Ze had me toch gevraagd om de kerstboom af te tuigen? Ik zei: “Ja, dus dat heb ik gedaan.” Zij zei: “Nou, dat heb je niet goed gedaan. Er hing nog wat in.” Ik zei: “Klopt, daar kon ik niet bij.”
Een hoop gehakketak kortom, en ik wilde het liefst die hele kerstboom in haar endeldarm proppen.
Om kort te gaan: het niet goed aftuigen van de kerstboom leidde tot mijn ontslag. Een kerstbeertje deed mij de das om. Ik kon er geen traan om laten.
Ik ben toen als columniste bij de PZC gaan werken.
De rest is geschiedenis.
donderdag 24 december 2009
Nieuws van het zitvlak
Mijn lievelingsonderbroek is kwijt. Om maar even met de deur in huis te vallen.
Ik vrees dat dit hele gegeven u werkelijk aan de bips zal oxideren, maar voor mijn bips ligt het net effe anders. Mijn lievelingsonderbroek. Kwijt.
Het signalement luidt: een donkerblauwe boxer met kleine gekleurde hartjes en op de elastieken band de tekst “It’s my party”. Hier te bekijken.
Ja, het is maar een onderbroek. Ik zou me dezer dagen ook om heel andere dingen druk kunnen maken (de mislukte klimaattop, ijzel, kerstdepressies). Maar nee. Het punt is namelijk: deze onderbroek zit bijzonder lekker om mijn pas geopereerde bil. Dus ik mis het ding echt. En wat me frustreert is dat ik niet begrijp hoe deze verdwijning heeft kunnen gebeuren.
Een kleine reconstructie:
Ik had de onderbroek gewassen.
Hij hing aan het droogrek.
Ik vouwde hem op.
Daarna legde ik ‘m in de ondergoedmand.
Gisteren wilde ik ‘m aantrekken, en……… weg was-ie.
Ik heb al naast de mand gekeken, en in de sectie beha’s gezocht (misschien zocht hij zijn match, je weet het niet). Ook heb ik op onwaarschijnlijke plekken gezocht. Maar nergens te vinden, die hele onderbroek niet.
Vanavond ga ik de ondergoedmand van voor tot achter doorspitten. Ik wil mijn onderbroek gewoon terug, potver. Dus hoe kan ik mijn kerstavond beter besteden? Nou dan.
Mocht er een doorbraak zijn, dan laat ik u dat weten. Tot die tijd wens ik u fijne kerstdagen en een welbehagen.
Ik vrees dat dit hele gegeven u werkelijk aan de bips zal oxideren, maar voor mijn bips ligt het net effe anders. Mijn lievelingsonderbroek. Kwijt.
Het signalement luidt: een donkerblauwe boxer met kleine gekleurde hartjes en op de elastieken band de tekst “It’s my party”. Hier te bekijken.
Ja, het is maar een onderbroek. Ik zou me dezer dagen ook om heel andere dingen druk kunnen maken (de mislukte klimaattop, ijzel, kerstdepressies). Maar nee. Het punt is namelijk: deze onderbroek zit bijzonder lekker om mijn pas geopereerde bil. Dus ik mis het ding echt. En wat me frustreert is dat ik niet begrijp hoe deze verdwijning heeft kunnen gebeuren.
Een kleine reconstructie:
Ik had de onderbroek gewassen.
Hij hing aan het droogrek.
Ik vouwde hem op.
Daarna legde ik ‘m in de ondergoedmand.
Gisteren wilde ik ‘m aantrekken, en……… weg was-ie.
Ik heb al naast de mand gekeken, en in de sectie beha’s gezocht (misschien zocht hij zijn match, je weet het niet). Ook heb ik op onwaarschijnlijke plekken gezocht. Maar nergens te vinden, die hele onderbroek niet.
Vanavond ga ik de ondergoedmand van voor tot achter doorspitten. Ik wil mijn onderbroek gewoon terug, potver. Dus hoe kan ik mijn kerstavond beter besteden? Nou dan.
Mocht er een doorbraak zijn, dan laat ik u dat weten. Tot die tijd wens ik u fijne kerstdagen en een welbehagen.
woensdag 23 december 2009
Gekke trekjes
Maandagmiddag ben ik heelhuids en met nieuwe schoenen thuisgekomen. Daarom kan ik geen rampenblog schrijven. Gelukkig kon ik vannacht niet slapen (gisternacht ook niet, en man, wat is de langste nacht dan lang…), dus nu heb ik een ander onderwerp om even met u door te nemen.
Mijn autistische trekjes.
Hoe ik daarbij kom? Wel, ik had laatst een gesprek met vriendin E., omdat één van ons gehoord had dat elk mens autistische trekjes heeft. Wij gingen die even benoemen. Zo kan vriendin E. gefascineerd naar het draaien van de wasmachine kijken en is het voor mij een noodzaak om het klepje van de brievenbus altijd te sluiten (dat is ook echt functioneel, want als het dan weer open staat weet je dat er post op de mat ligt, en post is leuk).
Maar ik heb meer, veel meer. Over gekke dingetjes die ik onbewust doe kan ik natuurlijk niets zeggen, maar ik heb zat dingen die ik zelf ook wel apart vind. Wat dan zoal? Nou:
1. Ik doe altijd eerst mijn rechter- en dan mijn linkersok aan. Altijd. Maar ik doe eerst mijn linker contactlens in en dan pas de rechter. Handschoenen: links-rechts, ringen: rechts-links, oorbellen: links-rechts.
2. Ik knak met mijn tenen. Als ik een afwasje sta te doen of zomaar wat sta te staan, wip ik af en toe eventjes omhoog zodat mijn teenkootjes ‘knakkerdekak’ zeggen. Lekker is dat.
3. Tijdens saaie autoritjes tel ik de strepen op de weg of geparkeerde auto’s. Tijdens doodsaaie autoritjes, til ik bij elke streep of auto mijn tenen even op. Dit vind ik zelf mijn raarste eigenschap.
4. Al mijn boeken, cd’s en dvd’s staan in alfabetische volgorde. Dit schijnt iets typisch autistisch te zijn, maar ik noem het vooral handig.
5. Behalve bij mijn geboorte, ben ik bijna altijd overal te vroeg. Echt. Soms maar een minuutje, maar ik zit ook vaak genoeg een half uur voor Jan Lul in een wachtkamer of op een station.
6. Als ik diep moet nadenken, dan steek ik de achterkant van mijn pen in mijn mond. Niet tussen mijn tanden, want op pennen kluiven is vies, maar tussen mijn lippen. Dit is een familietrekje, want mijn vader denkt op precies dezelfde manier diep na.
7, Vragen sluit ik vaak af met “of niet?”. Dus: “Kook jij wel eens spaghetti, of niet?” Of: “Bel jij je moeder vaak, of niet?” Het is volstrekt overbodig en ik hoor het mezelf nu ook steeds zeggen. Hier wil ik wel vanaf.
Het is niet zo dat ik denk dat ik morgen doodga of de hele week savooienkool moet eten als ik het anders zou doen. Het zijn gewoontetjes. Ik zou ze kunnen veranderen, maar ik zie daar geen enkele noodzaak voor.
Jullie hebben vast ook gekke trekjes. Ik ben nu te biecht gegaan en ik zou het leuk vinden om ook eens wat van jullie te lezen.
Vooral als er nog iemand is die dwangmatig met de tenen zit te wippen bij het passeren van geparkeerde auto’s, zou mij dat enorm sterken.
Mijn autistische trekjes.
Hoe ik daarbij kom? Wel, ik had laatst een gesprek met vriendin E., omdat één van ons gehoord had dat elk mens autistische trekjes heeft. Wij gingen die even benoemen. Zo kan vriendin E. gefascineerd naar het draaien van de wasmachine kijken en is het voor mij een noodzaak om het klepje van de brievenbus altijd te sluiten (dat is ook echt functioneel, want als het dan weer open staat weet je dat er post op de mat ligt, en post is leuk).
Maar ik heb meer, veel meer. Over gekke dingetjes die ik onbewust doe kan ik natuurlijk niets zeggen, maar ik heb zat dingen die ik zelf ook wel apart vind. Wat dan zoal? Nou:
1. Ik doe altijd eerst mijn rechter- en dan mijn linkersok aan. Altijd. Maar ik doe eerst mijn linker contactlens in en dan pas de rechter. Handschoenen: links-rechts, ringen: rechts-links, oorbellen: links-rechts.
2. Ik knak met mijn tenen. Als ik een afwasje sta te doen of zomaar wat sta te staan, wip ik af en toe eventjes omhoog zodat mijn teenkootjes ‘knakkerdekak’ zeggen. Lekker is dat.
3. Tijdens saaie autoritjes tel ik de strepen op de weg of geparkeerde auto’s. Tijdens doodsaaie autoritjes, til ik bij elke streep of auto mijn tenen even op. Dit vind ik zelf mijn raarste eigenschap.
4. Al mijn boeken, cd’s en dvd’s staan in alfabetische volgorde. Dit schijnt iets typisch autistisch te zijn, maar ik noem het vooral handig.
5. Behalve bij mijn geboorte, ben ik bijna altijd overal te vroeg. Echt. Soms maar een minuutje, maar ik zit ook vaak genoeg een half uur voor Jan Lul in een wachtkamer of op een station.
6. Als ik diep moet nadenken, dan steek ik de achterkant van mijn pen in mijn mond. Niet tussen mijn tanden, want op pennen kluiven is vies, maar tussen mijn lippen. Dit is een familietrekje, want mijn vader denkt op precies dezelfde manier diep na.
7, Vragen sluit ik vaak af met “of niet?”. Dus: “Kook jij wel eens spaghetti, of niet?” Of: “Bel jij je moeder vaak, of niet?” Het is volstrekt overbodig en ik hoor het mezelf nu ook steeds zeggen. Hier wil ik wel vanaf.
Het is niet zo dat ik denk dat ik morgen doodga of de hele week savooienkool moet eten als ik het anders zou doen. Het zijn gewoontetjes. Ik zou ze kunnen veranderen, maar ik zie daar geen enkele noodzaak voor.
Jullie hebben vast ook gekke trekjes. Ik ben nu te biecht gegaan en ik zou het leuk vinden om ook eens wat van jullie te lezen.
Vooral als er nog iemand is die dwangmatig met de tenen zit te wippen bij het passeren van geparkeerde auto’s, zou mij dat enorm sterken.
maandag 21 december 2009
Radiostilte
De laatste dagen lag mijn weblog even plat als het openbare leven in Nederland.
Zoals ik in mijn vorige logje al even opmerkte, ben ik afgelopen woensdag weer bij de chirurg geweest. Die chirurg heeft in mijn bil gesneden. Dat was niet fijn (vooral het verdoven was hel), maar ze opereerde onder muzikale begeleiding van ABBA, wat het geheel toch iets minder erg maakte. Na de operatie fietste ik weer naar huis. Dat kon omdat de verdoving nog werkte.
Donderdag kon ik niet meer fietsen. ‘Zitten’ was een ingewikkelde zaak geworden. Bovendien had het gesneeuwd en ik heb een pleurishekel aan door de sneeuw fietsen. Donderdag kon ik met enige moeite nog wel naar een afspraak en naar theatersporttraining, maar sinds vrijdag ben ik aan huis gekluisterd geweest. Door die bil, maar vooral ook door sneeuw en gladheid.
Gevolg 1: met mijn bil gaat het al een stuk beter, wegens extreme rust.
Gevolg 2: ik maakte niets mee en ik had dus niets te bloggen.
Vandaag moet ik wel even bij een paar winkels zien te geraken. Mijn lievelingsbuurvrouw is jarig, dus ik moet een cadeautje kopen. Daarnaast heb ik dringend goede schoenen nodig, aangezien ik nu de keuze heb tussen zomersneakers en laarzen met hakken en dat is allebei niet puik om mee door de sneeuw te banjeren.
Hoe ik bij die winkels ga komen: geen idee. De tram rijdt niet en ik durf niet te fietsen. Voor mijn blog is dat wel goed, want dit zou best eens een nieuw verhaal kunnen opleveren. Om de één of andere reden zie ik mezelf al met een gebroken pols en een gescheurde wenkbrauw de dag afsluiten. Of ik dit ‘zelfkennis’ of ‘doemdenken’ moet noemen weet ik nog niet.
Mocht ik het zonder kleer- en wenkbrauwscheuren volbrengen, dan zal ik iets anders moeten verzinnen om over te schrijven.
Suggesties zijn welkom.
Zoals ik in mijn vorige logje al even opmerkte, ben ik afgelopen woensdag weer bij de chirurg geweest. Die chirurg heeft in mijn bil gesneden. Dat was niet fijn (vooral het verdoven was hel), maar ze opereerde onder muzikale begeleiding van ABBA, wat het geheel toch iets minder erg maakte. Na de operatie fietste ik weer naar huis. Dat kon omdat de verdoving nog werkte.
Donderdag kon ik niet meer fietsen. ‘Zitten’ was een ingewikkelde zaak geworden. Bovendien had het gesneeuwd en ik heb een pleurishekel aan door de sneeuw fietsen. Donderdag kon ik met enige moeite nog wel naar een afspraak en naar theatersporttraining, maar sinds vrijdag ben ik aan huis gekluisterd geweest. Door die bil, maar vooral ook door sneeuw en gladheid.
Gevolg 1: met mijn bil gaat het al een stuk beter, wegens extreme rust.
Gevolg 2: ik maakte niets mee en ik had dus niets te bloggen.
Vandaag moet ik wel even bij een paar winkels zien te geraken. Mijn lievelingsbuurvrouw is jarig, dus ik moet een cadeautje kopen. Daarnaast heb ik dringend goede schoenen nodig, aangezien ik nu de keuze heb tussen zomersneakers en laarzen met hakken en dat is allebei niet puik om mee door de sneeuw te banjeren.
Hoe ik bij die winkels ga komen: geen idee. De tram rijdt niet en ik durf niet te fietsen. Voor mijn blog is dat wel goed, want dit zou best eens een nieuw verhaal kunnen opleveren. Om de één of andere reden zie ik mezelf al met een gebroken pols en een gescheurde wenkbrauw de dag afsluiten. Of ik dit ‘zelfkennis’ of ‘doemdenken’ moet noemen weet ik nog niet.
Mocht ik het zonder kleer- en wenkbrauwscheuren volbrengen, dan zal ik iets anders moeten verzinnen om over te schrijven.
Suggesties zijn welkom.
donderdag 17 december 2009
Anne kickt weer even een paar asses
I did it again!
Gisteravond zat ik met schrijfblok en pen klaar voor de TV om mee te schrijven met het Groot Dictee. Eens even kijken of het mijn ego net zo kon boosten als verleden jaar, en of ik de titel "taalcoach" - die ik op mijn werk verworven heb - wel waardig ben.
Aan het begin zei de presentatrice dat de mensen thuis moesten zorgen dat ze lekker zaten. Nu was ik gistermiddag andermaal bij de chirurg geweest en zonder in details te willen treden, kan ik u wel vertellen dat 'lekker zitten' dientengevolge niet bepaald tot mijn mogelijkheden behoorde. Dus ik lachte eens schamper, ging zo lekker zitten als gegeven de omstandigheden kon, en wachtte verder op wat er ging komen.
Ik wil niet arrogant doen of iets, maar eerlijk gezegd vroeg ik me oprecht af wat er moeilijk was aan dit dictee. Allemaal 'gewone' woorden, hier en daar wat twijfeldingetjes over aaneenschrijven of koppelstreepjes, maar verder prima te doen. Vorig jaar moesten we ons door woorden als 'ecclesiastisch' en 'rabalais-achtig' worstelen, nu was 'Bommelskonten' geloof ik het moeilijkste. Ik had dat overigens goed geschreven, hoewel ik in beginsel ook een aardige "What the f*ck?!?"-reactie had. Maar ja, toen zei Philip Freriks het voor. Daar deed ik, in tegenstelling tot veel andere deelnemers, mijn voordeel mee.
Het resultaat mocht er weer zijn. Tijdens het nakijken zat ik al een beetje te gniffelen en twitterde ik: "Damn I'm good...", aan het einde van de nakijkronde verkeerde ik in een toestand van onbegrensde euforie.
Vier fout.
Vier!!!
De winnaar: zeven fout. Ik: vier. VIER!!!
En zelfs die vier foutjes kon ik nog relativeren. Dat ik 'nordicwalken' fout had geschreven, verheugde mij. Ik wil helemaal geen verstand hebben van die mallotige bezigheid, dus het siert me dat ik niet weet hoe je het schrijft. En dat ik politicus af met een koppelstreepje had geschreven, relativeerde Gerrit Komrij in hoogst eigen persoon: hij had het in eerste instantie ook verkeerd gedaan. Nou, als de gewezen Dichter des Vaderlands dat niet juist heeft, dan maakt dat het toch vanzelf minder erg?
Hoe dan ook: ik heb het weer goed gedaan. Het embleem "taalcoach" prijkt met nog meer glans op mijn borst en volgend jaar ga ik weer proberen om 'voor het eggie' [sic] mee te doen.
Ik ben gewoon heel trots op mij.
Gisteravond zat ik met schrijfblok en pen klaar voor de TV om mee te schrijven met het Groot Dictee. Eens even kijken of het mijn ego net zo kon boosten als verleden jaar, en of ik de titel "taalcoach" - die ik op mijn werk verworven heb - wel waardig ben.
Aan het begin zei de presentatrice dat de mensen thuis moesten zorgen dat ze lekker zaten. Nu was ik gistermiddag andermaal bij de chirurg geweest en zonder in details te willen treden, kan ik u wel vertellen dat 'lekker zitten' dientengevolge niet bepaald tot mijn mogelijkheden behoorde. Dus ik lachte eens schamper, ging zo lekker zitten als gegeven de omstandigheden kon, en wachtte verder op wat er ging komen.
Ik wil niet arrogant doen of iets, maar eerlijk gezegd vroeg ik me oprecht af wat er moeilijk was aan dit dictee. Allemaal 'gewone' woorden, hier en daar wat twijfeldingetjes over aaneenschrijven of koppelstreepjes, maar verder prima te doen. Vorig jaar moesten we ons door woorden als 'ecclesiastisch' en 'rabalais-achtig' worstelen, nu was 'Bommelskonten' geloof ik het moeilijkste. Ik had dat overigens goed geschreven, hoewel ik in beginsel ook een aardige "What the f*ck?!?"-reactie had. Maar ja, toen zei Philip Freriks het voor. Daar deed ik, in tegenstelling tot veel andere deelnemers, mijn voordeel mee.
Het resultaat mocht er weer zijn. Tijdens het nakijken zat ik al een beetje te gniffelen en twitterde ik: "Damn I'm good...", aan het einde van de nakijkronde verkeerde ik in een toestand van onbegrensde euforie.
Vier fout.
Vier!!!
De winnaar: zeven fout. Ik: vier. VIER!!!
En zelfs die vier foutjes kon ik nog relativeren. Dat ik 'nordicwalken' fout had geschreven, verheugde mij. Ik wil helemaal geen verstand hebben van die mallotige bezigheid, dus het siert me dat ik niet weet hoe je het schrijft. En dat ik politicus af met een koppelstreepje had geschreven, relativeerde Gerrit Komrij in hoogst eigen persoon: hij had het in eerste instantie ook verkeerd gedaan. Nou, als de gewezen Dichter des Vaderlands dat niet juist heeft, dan maakt dat het toch vanzelf minder erg?
Hoe dan ook: ik heb het weer goed gedaan. Het embleem "taalcoach" prijkt met nog meer glans op mijn borst en volgend jaar ga ik weer proberen om 'voor het eggie' [sic] mee te doen.
Ik ben gewoon heel trots op mij.
maandag 14 december 2009
Kerstpakket
Ik ben gek op leuke verrassingen en ik ben gek op cadeautjes. Daarom ben ik altijd heel blij als er half december een mail door het kantoor gaat waarin gewag wordt gemaakt van kerstpakketten. Zo was dat althans toen ik nog in Middelburg en in 010 werkte.
Neem een vrolijke kartonnen doos, prop die vol met blikken ragout, tomatensoep, pakken broodmix en twee flessen wijn en ik ben tot in mijn tenen gelukkig. Echt. Waar iedereen altijd iets te kankeren heeft over het pakket, ben ik zo’n blij ei dat het echt met een grote grijns zit uit te pakken. (“O wat leuk! Hágelslag!”)
Kijk, ik weet ook wel dat het overgrote deel van de bederfelijke waar in mijn keukenkastje terechtkomt en daar gaat staan wachten op deportatie naar de vuilnisbelt. Maar op het moment dat ik mijn kerstpakket krijg doet dat er niks toe. Dan is een rol beschuit mijn ultieme kerstcadeau. En ik vind het ook altijd wel charme hebben dat je dan met zo’n doos op de fiets thuis moet zien te komen. Het is toch een beetje het sportieve hoogtepunt van het jaar.
Maar vorige week kreeg ik een triest bericht.
Hier op kantoor doen ze niet aan kerstpakketten.
Ik vind dat echt heel stom.
Bij de gemeente Middelburg kregen we altijd (altijd = 2x) vet leuke kerstpakketten. In 010 niet, daar kregen we een Italiaans pakket met Argentijnse wijn, in een door een mongool beschilderd houten kistje waar je je takken aan openhaalde.
Het kerstpakket was dus één van de twee redenen waarom ik überhaupt weer bij een gemeente ben gaan werken. De andere reden weet ik niet meer.
Ze laten ons niet helemaal in de kou staan hoor, want we krijgen wel een financieel extraatje. Dan kunnen we zelf iets leuks uitzoeken. Ik weet nog niet eens om welk bedrag het gaat, maar het is nu al tien keer uitgegeven aan alles wat ik nog wil hebben.
Ook leuk, ook welkom.
Maar ik had toch liever een blik ragout in een vrolijke doos gehad.
Neem een vrolijke kartonnen doos, prop die vol met blikken ragout, tomatensoep, pakken broodmix en twee flessen wijn en ik ben tot in mijn tenen gelukkig. Echt. Waar iedereen altijd iets te kankeren heeft over het pakket, ben ik zo’n blij ei dat het echt met een grote grijns zit uit te pakken. (“O wat leuk! Hágelslag!”)
Kijk, ik weet ook wel dat het overgrote deel van de bederfelijke waar in mijn keukenkastje terechtkomt en daar gaat staan wachten op deportatie naar de vuilnisbelt. Maar op het moment dat ik mijn kerstpakket krijg doet dat er niks toe. Dan is een rol beschuit mijn ultieme kerstcadeau. En ik vind het ook altijd wel charme hebben dat je dan met zo’n doos op de fiets thuis moet zien te komen. Het is toch een beetje het sportieve hoogtepunt van het jaar.
Maar vorige week kreeg ik een triest bericht.
Hier op kantoor doen ze niet aan kerstpakketten.
Ik vind dat echt heel stom.
Bij de gemeente Middelburg kregen we altijd (altijd = 2x) vet leuke kerstpakketten. In 010 niet, daar kregen we een Italiaans pakket met Argentijnse wijn, in een door een mongool beschilderd houten kistje waar je je takken aan openhaalde.
Het kerstpakket was dus één van de twee redenen waarom ik überhaupt weer bij een gemeente ben gaan werken. De andere reden weet ik niet meer.
Ze laten ons niet helemaal in de kou staan hoor, want we krijgen wel een financieel extraatje. Dan kunnen we zelf iets leuks uitzoeken. Ik weet nog niet eens om welk bedrag het gaat, maar het is nu al tien keer uitgegeven aan alles wat ik nog wil hebben.
Ook leuk, ook welkom.
Maar ik had toch liever een blik ragout in een vrolijke doos gehad.
donderdag 10 december 2009
Een update van psychische aard
De laatste tijd heb ik hier vooral veel over leuke dingen geschreven. Heel veel over Boer Zoekt Vrouw natuurlijk, maar ook over het Sinterklaasfeest, de positieve punten van single zijn en de top2000. Allemaal leuk, luchtig, onbezorgd.
Er zijn ook heel veel dingen waar ik niet over geschreven heb. Hoofdzakelijk over alles wat niet leuk is. En dat is best veel, om eerlijk te zijn. Daarom lag de logfrequentie ook wat lager, omdat dat alles overheerste en er even geen ruimte was voor een gezellig ‘niets aan de hand’-verhaaltje.
Waarom ik niet schrijf over wat niet leuk is?
Omdat ik er de goede woorden niet voor kan vinden. En omdat dit toch altijd een weblog blijft, waar ik niet zo nodig mijn hele ‘zaal- & zieligheid’ op hoef te plempen. Niet alles hoeft wereldkundig gemaakt te worden.
Ik gaf wel een paar keer een klein doorkijkje. Hier bijvoorbeeld, maar ook hier. Dat raakte - in bedekte termen - de essentie. Mensen die ‘de mens achter de blog’ kennen, weten wel waar het over gaat. De rest zal het misschien een mooi stukje vinden, zonder zich ervan bewust te zijn wat het werkelijk zegt.
Ook in dit logje ga ik geen ontboezemingen doen. Behalve dan dat er veel niet leuk is, en dat er achter mijn vrolijke schrijfseltjes af en toe een hoop verdriet schuilgaat. Verdriet, moedeloosheid en zelfverwijt. En dat ik op dit moment ontzettend ‘on that case’ ben. Challenging every wrong perception I have of myself. Omdat ik mezelf een beetje kwijt ben en ik mij heel erg mis.
Het gaat gewoon niet zo goed nu.
Maar ik log wel vrolijk verder.
Er zijn ook heel veel dingen waar ik niet over geschreven heb. Hoofdzakelijk over alles wat niet leuk is. En dat is best veel, om eerlijk te zijn. Daarom lag de logfrequentie ook wat lager, omdat dat alles overheerste en er even geen ruimte was voor een gezellig ‘niets aan de hand’-verhaaltje.
Waarom ik niet schrijf over wat niet leuk is?
Omdat ik er de goede woorden niet voor kan vinden. En omdat dit toch altijd een weblog blijft, waar ik niet zo nodig mijn hele ‘zaal- & zieligheid’ op hoef te plempen. Niet alles hoeft wereldkundig gemaakt te worden.
Ik gaf wel een paar keer een klein doorkijkje. Hier bijvoorbeeld, maar ook hier. Dat raakte - in bedekte termen - de essentie. Mensen die ‘de mens achter de blog’ kennen, weten wel waar het over gaat. De rest zal het misschien een mooi stukje vinden, zonder zich ervan bewust te zijn wat het werkelijk zegt.
Ook in dit logje ga ik geen ontboezemingen doen. Behalve dan dat er veel niet leuk is, en dat er achter mijn vrolijke schrijfseltjes af en toe een hoop verdriet schuilgaat. Verdriet, moedeloosheid en zelfverwijt. En dat ik op dit moment ontzettend ‘on that case’ ben. Challenging every wrong perception I have of myself. Omdat ik mezelf een beetje kwijt ben en ik mij heel erg mis.
Het gaat gewoon niet zo goed nu.
Maar ik log wel vrolijk verder.
maandag 7 december 2009
Komt een vrouw in de bios
Vrijdag ben ik naar ‘Komt een vrouw bij de dokter’ geweest en ik moest niet huilen.
Ik. Die niet moet huilen bij een zielige film.
Denkt u daar even rustig over na.
Maar het was echt zo. Ik had twee pakjes zakdoeken bij me, maar die bleven nagenoeg onaangeroerd. Nagenoeg, want het was loopneuzenweer, dus ik moest even snuiten. Verder was er één scène waarbij ik een brokje in mijn keel en een traantje in mijn ooghoek voelde. Maar dat traantje droogde ook weer op in die ooghoek en nam niet eens de moeite om over mijn wang te biggelen.
Nu is de vraag natuurlijk: waarom? Ik heb twee mogelijke verklaringen, die ik even met u doorneem.
1. Het lag aan mij
Het kan zijn dat ik door omstandigheden emotioneel ben afgevlakt en opgedroogd. Nog niet eens zo heel lang geleden typeerde iemand mij als ‘hard en cynisch’, dus daar past dat best bij. Toch heb ik hier mijn bedenkingen bij. Want normaal zit ik altijd als eerste te janken bij zielige films. Als enige vaak ook. En niet eens alleen bij zielige films trouwens. In theorie kan ik zelfs huilen om Sesamstraat. Hoe emotioneel wil je het hebben?
2. Het lag aan de film
Deze optie klinkt plausibeler. Het was een mooie film hoor, heus. Maar er klopte zoveel nèt niet. En er was zoveel anders dan ik het me voorstelde toen ik het boek las. Ik heb het boek meerdere keren gelezen (en in die zin ligt het dan misschien weer wèl aan mij), en de meest schrijnende feiten waren in de film weggelaten. De scènes die mij in het boek in huilen deden uitbarsten, brachten mij in de film slechts een bedachtzame frons. En bij de sterfscène moest ik lachen. Een veeg teken.
En dan nog iets: de acteurs.
Barry Atsma: prima. Goede typecasting, overtuigend gespeeld. Carice van Houten: neuh. Terwijl ik Carice dus normaal gezien echt heel goed vind. Maar hier vond ik haar niet de sympathie hebben die Carmen in het boek wel heeft. Ze speelde te hard, te meedogenloos. Zelfs in scènes waarin ze toegeeflijk was naar Stijn, zat er nog iets bitters. Vond ik niet fijn. In de voorbije weken heb ik zo vaak gehoord dat ze een glansrol speelt in de film, maar ik ben het daar niet mee eens. Ik vond haar in bijvoorbeeld Zwartboek véél beter.
Iedereen is lyrisch over deze film. De media staan er bol van en het ‘gaat dat zien’ is niet van de lucht.
Maar ik vond het boek beter.
Ik. Die niet moet huilen bij een zielige film.
Denkt u daar even rustig over na.
Maar het was echt zo. Ik had twee pakjes zakdoeken bij me, maar die bleven nagenoeg onaangeroerd. Nagenoeg, want het was loopneuzenweer, dus ik moest even snuiten. Verder was er één scène waarbij ik een brokje in mijn keel en een traantje in mijn ooghoek voelde. Maar dat traantje droogde ook weer op in die ooghoek en nam niet eens de moeite om over mijn wang te biggelen.
Nu is de vraag natuurlijk: waarom? Ik heb twee mogelijke verklaringen, die ik even met u doorneem.
1. Het lag aan mij
Het kan zijn dat ik door omstandigheden emotioneel ben afgevlakt en opgedroogd. Nog niet eens zo heel lang geleden typeerde iemand mij als ‘hard en cynisch’, dus daar past dat best bij. Toch heb ik hier mijn bedenkingen bij. Want normaal zit ik altijd als eerste te janken bij zielige films. Als enige vaak ook. En niet eens alleen bij zielige films trouwens. In theorie kan ik zelfs huilen om Sesamstraat. Hoe emotioneel wil je het hebben?
2. Het lag aan de film
Deze optie klinkt plausibeler. Het was een mooie film hoor, heus. Maar er klopte zoveel nèt niet. En er was zoveel anders dan ik het me voorstelde toen ik het boek las. Ik heb het boek meerdere keren gelezen (en in die zin ligt het dan misschien weer wèl aan mij), en de meest schrijnende feiten waren in de film weggelaten. De scènes die mij in het boek in huilen deden uitbarsten, brachten mij in de film slechts een bedachtzame frons. En bij de sterfscène moest ik lachen. Een veeg teken.
En dan nog iets: de acteurs.
Barry Atsma: prima. Goede typecasting, overtuigend gespeeld. Carice van Houten: neuh. Terwijl ik Carice dus normaal gezien echt heel goed vind. Maar hier vond ik haar niet de sympathie hebben die Carmen in het boek wel heeft. Ze speelde te hard, te meedogenloos. Zelfs in scènes waarin ze toegeeflijk was naar Stijn, zat er nog iets bitters. Vond ik niet fijn. In de voorbije weken heb ik zo vaak gehoord dat ze een glansrol speelt in de film, maar ik ben het daar niet mee eens. Ik vond haar in bijvoorbeeld Zwartboek véél beter.
Iedereen is lyrisch over deze film. De media staan er bol van en het ‘gaat dat zien’ is niet van de lucht.
Maar ik vond het boek beter.
dinsdag 1 december 2009
Hij kwam er echt niet onderuit...
Breaking news deze ochtend op de radio, rond kwart over elf. “Ramses Shaffy is overleden”.
Hè? Wat?
Radio harder, alle aandacht voor dat apparaat. Ja. Ramses Shaffy is overleden. 76 jaar, ziek, maar toch!
Nou zeg…
Ik ben er best een beetje beteuterd over. Dat heb ik vaak hoor, met zulke berichten. Om Martin Bril heb ik zelfs een paar tranen geplengd. Sommige mensen bestaan gewoon, en als die daar dan ineens mee ophouden is dat best een beetje raar.
Ramses is zo’n man waar je van alles van kan vinden. Ik ken mensen die hem als persoon maar niets vinden, vanwege het feit dat hij meer alcohol tot zich nam dan strikt genomen noodzakelijk was. Die hem een beetje een sneu type vinden.
Ik vind dat Ramses gewoon iets hád. Bezieling. Passie. Ik heb hem ooit in een of andere show van Paul de Leeuw gezien, samen met Liesbeth List en Alderliefste. Dat beeld van toen heb ik vooral. Krakkemikkig als hij was zat hij daar op een kruk en maakte er een show van. Gewoon, door er te zijn. Hij zong vals, maar het plezier dat hij er in had spetterde in het rond. Zijn ogen glommen van plezier. En ja, dan heb je me.
Met zijn liedjes had hij me ook te pakken. Zulke mooie teksten, zo puur vertolkt. De inhoud vaak existentieel. Ik luister er graag naar, een aantal staat ook op mijn MP3-speler. “Vivre”, de verfranste versie van “Laat Me” met Liesbeth en Alderliefste, is zo, zó mooi.
Maar ja. Nu is hij er niet meer. Hij was ziek, oud en ‘op’. En ach, wie zag het niet al lang aankomen? Hij zelf in elk geval wel…
(…)
Ik zal ook wel een keertje sterven,
daar kom ik echt niet onderuit.
Ik laat mijn liedjes dan maar zwerven,
en verder zoek je het maar uit.
(uit: Laat Me)
Hè? Wat?
Radio harder, alle aandacht voor dat apparaat. Ja. Ramses Shaffy is overleden. 76 jaar, ziek, maar toch!
Nou zeg…
Ik ben er best een beetje beteuterd over. Dat heb ik vaak hoor, met zulke berichten. Om Martin Bril heb ik zelfs een paar tranen geplengd. Sommige mensen bestaan gewoon, en als die daar dan ineens mee ophouden is dat best een beetje raar.
Ramses is zo’n man waar je van alles van kan vinden. Ik ken mensen die hem als persoon maar niets vinden, vanwege het feit dat hij meer alcohol tot zich nam dan strikt genomen noodzakelijk was. Die hem een beetje een sneu type vinden.
Ik vind dat Ramses gewoon iets hád. Bezieling. Passie. Ik heb hem ooit in een of andere show van Paul de Leeuw gezien, samen met Liesbeth List en Alderliefste. Dat beeld van toen heb ik vooral. Krakkemikkig als hij was zat hij daar op een kruk en maakte er een show van. Gewoon, door er te zijn. Hij zong vals, maar het plezier dat hij er in had spetterde in het rond. Zijn ogen glommen van plezier. En ja, dan heb je me.
Met zijn liedjes had hij me ook te pakken. Zulke mooie teksten, zo puur vertolkt. De inhoud vaak existentieel. Ik luister er graag naar, een aantal staat ook op mijn MP3-speler. “Vivre”, de verfranste versie van “Laat Me” met Liesbeth en Alderliefste, is zo, zó mooi.
Maar ja. Nu is hij er niet meer. Hij was ziek, oud en ‘op’. En ach, wie zag het niet al lang aankomen? Hij zelf in elk geval wel…
(…)
Ik zal ook wel een keertje sterven,
daar kom ik echt niet onderuit.
Ik laat mijn liedjes dan maar zwerven,
en verder zoek je het maar uit.
(uit: Laat Me)
Abonneren op:
Posts (Atom)
U Zei?! - Deel 36
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
Die boeren en die vrouwen, die maken het me niet makkelijk dit jaar. Gisteren was het echt een saaie aflevering. Vorig seizoen was het heus ...
-
De donkere dagen voor kerst zijn weer alomtegenwoordig, met alle jingle bells en dromen over een witte kerst die daarbij horen. Winkelstrate...