Vanaf mijn ziekbed dan toch een BZV-update, want anders wordt het ook zo'n mosterd na de maaltijd verhaal.
Laat ik Wietse er eerst maar even doorheen knallen, dan hebben we dat maar gehad. Vandaag vooral aandacht voor de vader van Wietse, die zei: "Hij is zo gesloten als een pot, zéker richting ons!" Nou, vader van Wietse, ik kan je dit zeggen: óók richting de rest van Nederland hoor! Verder een positief Wietse-puntje: hij was wel heel lief met het pasgeboren kalfje.
Tot zover Wietse, ik maak er niet teveel woorden meer aan vuil. Ik pas me aan.
Waar ik het wel even over wil hebben, is Astrid van boer Wim. Ze schurkte al een tijdje tegen mijn irritatiegrens aan, maar zondag ging ze erop en erover. Ze is nogal aanwezig, wat op zich niet verkeerd is, maar toen ze voor de camera haar concurrente Cynthia zwart ging maken, had ik het helemaal met haar geschoten. Ik weet ook wel dat Cynthia een beetje een 'sla mij'-hoofd heeft en dat het niet de vlotste tante ooit is. Maar moet je haar dan af gaan zitten kammen? Ik denk dat Cynthia gewoon wat te ver naar achter stond toen het geluk werd uitgedeeld. En alleen al daarom gun ik het haar dat Wim haar kiest.
Bij boer Peter werd er sperma gevangen. Een rare aangelegenheid, maar Hanneke vond het wel wat. Hanneke had het ook over de poten van een paard, wat vreemd is voor een paardenmeisje. Want hela, paarden hebben bénen, en Penny-meisjes hameren daarop. Zo niet Hanneke. Saskia was de enige in het gezelschap die gepast reageerde op het spermagebeuren, namelijk met een onvervalste schaterlach, die haar heel goed stond.
En dan mijn belangrijkste punt van afgelopen zondag. Het onbenut zoenpotentieel. Dit was toch wel de eerste aflevering waarvan ik dacht dat er wel wat actie te verwachten viel. Jo, bijvoorbeeld, zat met boer Hans gezellig in het gras. Hans stelde haar een licht suggestieve vraag, en ik dacht: "Kus hem dan!!!" Maar ze deed niets. Verder werden er diverse feestjes gegeven, waarbij de wijn rijkelijk vloeide en er ongegeneerd in allerhande decolleté's werd geloerd. Dat is toch een voedingsbodem voor een flirtage of een bescheiden knuffelpartij? Maar neen. Wel jammer hoor. Het eerste kusmoment van BZV is er toch altijd één waarbij ik van mijn bank glijd van pure aanbidding voor zulke pure televisie. Ik zal nog even geduld moeten hebben.
Verder ging het er wat gezapig aan toe, wat ook wel eens goed is. Zondag zit ik er - hopelijk koortsvrij - weer klaar voor. Is dan het echte keuzemoment al aan de beurt? Ik weet het niet zeker. Maar ik heb al wel sterke vermoedens over hoe dat moment gaat verlopen.
Ik duim voor Cynthia. Wie doet er mee?
dinsdag 27 oktober 2009
maandag 26 oktober 2009
Nu even niet
Natuurlijk komt er weer een BZV update. Want het was weer zó leuk gisteravond. Ik heb de highlights weer in mijn schrijfblok genoteerd en daar ga ik een mooi logje van maken. Echt, beloofd. Maar nu even niet.
Ik heb mezelf officieel ziek verklaard, namelijk. Ik heb geen diagnose, maar het is iets met koorts, hoofdpijn, oorsuizen, misselijkheid en duizeligheid. En dat is niet goed. Dus ik slof nu een beetje door mijn huis, zo globaal van waterkoker naar bank naar WC naar bank naar bed naar bank.
Buiten zijn de dakmannetjes weer druk bezig, maar het kan me niet zo boeien vandaag.
Dus lieve lezers, ik moet eerst even beter worden. Daarna geef ik jullie weer alle feiten en cijfers van BZV.
Ik heb mezelf officieel ziek verklaard, namelijk. Ik heb geen diagnose, maar het is iets met koorts, hoofdpijn, oorsuizen, misselijkheid en duizeligheid. En dat is niet goed. Dus ik slof nu een beetje door mijn huis, zo globaal van waterkoker naar bank naar WC naar bank naar bed naar bank.
Buiten zijn de dakmannetjes weer druk bezig, maar het kan me niet zo boeien vandaag.
Dus lieve lezers, ik moet eerst even beter worden. Daarna geef ik jullie weer alle feiten en cijfers van BZV.
zondag 25 oktober 2009
Verkoopt u ook kussentjes?
Waarschijnlijk kent iedereen de sketch van Herman Finkers wel over de kussentjes.
Het toeval wil dat ik op zoek ben naar nieuwe kussentjes. In mijn stoelen liggen kussentjes die mijn moeder ooit heeft gemaakt en waar iemand eens een kop thee overheen heeft gekeild. Die kussentjes moesten dus gewassen worden, maar de theevlek ging er niet uit en de voering was na de wasbeurt een samengeklonterde massa.
Op mijn bank heb ik kussentjes met lichtblauwe sloopjes. Daar is op zich niets mis mee, maar ik wil wel eens wat anders. Een beetje variëren met de accentkleur in mijn huis is nooit weg.
Dus ik op zoek naar nieuwe kussentjes en sloopjes. Bij Xenos, en bij Blokker en bij de Hema. Bij die laatste hadden ze wel kussentjes die ik wilde, maar die waren niet in de goede afmeting. Toen schoot mij de sketch van Herman Finkers te binnen. Bij de Bijenkorf moest ik zijn, want daar hadden ze véél meer kussentjes dan bij welke andere winkel dan ook.
Vanmiddag ging ik kijken. Op de derde verdieping, bij de afdeling woonaccesoires, moest het wonder gaan geschieden. En inderdaad: ze hadden daar heel veel kussentjes. Echt heel veel. En leuke ook. Echt hele leuke.
Maar.
Een kussensloop is toch welbeschouwd niet meer dan een stukje stof met een rits erin? Bij de Bijenkorf is dat niet anders. Goed, misschien zijn de stofjes wat mooier dan bij andere kussengiganten, maar de essentie blijft hetzelfde. Bij de Bijenkorf vinden ze het echter geoorloofd om buitensporig hoge bedragen te vragen voor zo'n stofje. Het goedkoopste kussentje dat ik daar heb gezien, werd gesleten voor de somma van €26,95. Dat was de vanafprijs. Alle andere kussentjes waren dus duurder. En nou wil ik heel graag nieuwe kussentjes, maar ik ga toch godverdimme geen 40 bloody euro betalen voor een kússentje?! En dan heb je er nog maar één!!
Hieruit volgt dat Herman maar ten dele gelijk heeft. Ze hebben bij de Bijenkorf inderdaad veel meer kussentjes. Maar dat is vast omdat ze daar ook nooit verkocht worden. Want wie is er zo debiel om zoveel geld te betalen voor een kússentje?!
Ik zoek in elk geval nog even verder.
Misschien dat ze bij V&D iets leuks voor me hebben.
Het toeval wil dat ik op zoek ben naar nieuwe kussentjes. In mijn stoelen liggen kussentjes die mijn moeder ooit heeft gemaakt en waar iemand eens een kop thee overheen heeft gekeild. Die kussentjes moesten dus gewassen worden, maar de theevlek ging er niet uit en de voering was na de wasbeurt een samengeklonterde massa.
Op mijn bank heb ik kussentjes met lichtblauwe sloopjes. Daar is op zich niets mis mee, maar ik wil wel eens wat anders. Een beetje variëren met de accentkleur in mijn huis is nooit weg.
Dus ik op zoek naar nieuwe kussentjes en sloopjes. Bij Xenos, en bij Blokker en bij de Hema. Bij die laatste hadden ze wel kussentjes die ik wilde, maar die waren niet in de goede afmeting. Toen schoot mij de sketch van Herman Finkers te binnen. Bij de Bijenkorf moest ik zijn, want daar hadden ze véél meer kussentjes dan bij welke andere winkel dan ook.
Vanmiddag ging ik kijken. Op de derde verdieping, bij de afdeling woonaccesoires, moest het wonder gaan geschieden. En inderdaad: ze hadden daar heel veel kussentjes. Echt heel veel. En leuke ook. Echt hele leuke.
Maar.
Een kussensloop is toch welbeschouwd niet meer dan een stukje stof met een rits erin? Bij de Bijenkorf is dat niet anders. Goed, misschien zijn de stofjes wat mooier dan bij andere kussengiganten, maar de essentie blijft hetzelfde. Bij de Bijenkorf vinden ze het echter geoorloofd om buitensporig hoge bedragen te vragen voor zo'n stofje. Het goedkoopste kussentje dat ik daar heb gezien, werd gesleten voor de somma van €26,95. Dat was de vanafprijs. Alle andere kussentjes waren dus duurder. En nou wil ik heel graag nieuwe kussentjes, maar ik ga toch godverdimme geen 40 bloody euro betalen voor een kússentje?! En dan heb je er nog maar één!!
Hieruit volgt dat Herman maar ten dele gelijk heeft. Ze hebben bij de Bijenkorf inderdaad veel meer kussentjes. Maar dat is vast omdat ze daar ook nooit verkocht worden. Want wie is er zo debiel om zoveel geld te betalen voor een kússentje?!
Ik zoek in elk geval nog even verder.
Misschien dat ze bij V&D iets leuks voor me hebben.
donderdag 22 oktober 2009
Een ooggetuigeverslag
Er is het één en ander gaande op ons dak.
Buurvrouw heeft al sinds mensenheugenis last van lekkage. Daarvoor is al vaker een knutselteam langs geweest, maar ze konden het niet verhelpen. Kort geleden, toen het heel hard waaide, hoorden we ook ineens klapperen op het dak. En dat moet niet. De huisbaas moet hier lucht van hebben gekregen, want toen ik gisteravond thuiskwam, stond er ineens een ladderachtig ding voor het huis.
Het ding staat aan de overkant twee parkeervakken bezet te houden en de ladder leidt naar ons dak. Naast het ding staat een grofvuilcontainer. Het is een heel nieuw uitzicht, waar ik vanochtend een tijdje van heb zitten genieten. Daardoor weet ik nu globaal wat er gebeurt boven mijn hoofd.
Over het ladderachtige ding loopt een soort rails waarlangs een bakje heen en weer gaat. Een dakmannetje vult zakken met grind en de volle zakken gaan dan met het bakje naar beneden. Beneden staat een stoepmannetje, die de zakken leegkiepert in de container. Daarna geeft hij de lege zakken weer aan het bakje mee, zodat het dakmannetje de volgende lading grind erin kan doen. Af en toe roepen het dakmannetje en het stoepmannetje iets naar elkaar, een beetje zoals Buurman & Buurman.
Ik weet niet wat nou precies het nut is van het verwijderen van grind van het dak, maar ik ga er nu maar van uit dat het er om gaat dat ze er straks beter bij kunnen als ze aan de lekkage en het klapperen gaan werken.
Het positieve dat ik hier uit kan halen is:
- Buurvrouw heeft straks een droog huis in plaats van een aquarium waar de nieuwe ecosystemen als paddenstoelen uit de muur schieten
- Sinterklaas kan straks over een nieuw en verbeterd dak
Het negatieve dat ik hier uit haal is:
- Ik kan ’s ochtends niet meer in mijn ondergoedje naar de huiskamer huppelen om daar in mijn kledingkast te duiken, want als het dakmannetje net onderweg naar boven is, kan hij in mijn huis koekeloeren. Ik moet daar rekening mee houden.
Het positieve kan het negatieve met gemak compenseren, dus ik gedoog de mannetjes en hun ladderding. Als er ontwikkelingen zijn, hoort u dat van mij.
Buurvrouw heeft al sinds mensenheugenis last van lekkage. Daarvoor is al vaker een knutselteam langs geweest, maar ze konden het niet verhelpen. Kort geleden, toen het heel hard waaide, hoorden we ook ineens klapperen op het dak. En dat moet niet. De huisbaas moet hier lucht van hebben gekregen, want toen ik gisteravond thuiskwam, stond er ineens een ladderachtig ding voor het huis.
Het ding staat aan de overkant twee parkeervakken bezet te houden en de ladder leidt naar ons dak. Naast het ding staat een grofvuilcontainer. Het is een heel nieuw uitzicht, waar ik vanochtend een tijdje van heb zitten genieten. Daardoor weet ik nu globaal wat er gebeurt boven mijn hoofd.
Over het ladderachtige ding loopt een soort rails waarlangs een bakje heen en weer gaat. Een dakmannetje vult zakken met grind en de volle zakken gaan dan met het bakje naar beneden. Beneden staat een stoepmannetje, die de zakken leegkiepert in de container. Daarna geeft hij de lege zakken weer aan het bakje mee, zodat het dakmannetje de volgende lading grind erin kan doen. Af en toe roepen het dakmannetje en het stoepmannetje iets naar elkaar, een beetje zoals Buurman & Buurman.
Ik weet niet wat nou precies het nut is van het verwijderen van grind van het dak, maar ik ga er nu maar van uit dat het er om gaat dat ze er straks beter bij kunnen als ze aan de lekkage en het klapperen gaan werken.
Het positieve dat ik hier uit kan halen is:
- Buurvrouw heeft straks een droog huis in plaats van een aquarium waar de nieuwe ecosystemen als paddenstoelen uit de muur schieten
- Sinterklaas kan straks over een nieuw en verbeterd dak
Het negatieve dat ik hier uit haal is:
- Ik kan ’s ochtends niet meer in mijn ondergoedje naar de huiskamer huppelen om daar in mijn kledingkast te duiken, want als het dakmannetje net onderweg naar boven is, kan hij in mijn huis koekeloeren. Ik moet daar rekening mee houden.
Het positieve kan het negatieve met gemak compenseren, dus ik gedoog de mannetjes en hun ladderding. Als er ontwikkelingen zijn, hoort u dat van mij.
dinsdag 20 oktober 2009
Iemand mijn flow gezien?
U dacht misschien: ‘die Anne, die schrijft nou nooit meer eens over de sportschool. Dan zal ze er wel niet meer komen’.
En weet u? Dat is ook zo.
Er is iets met sporten. Zolang je in de flow zit, gaat het goed. Dan zit je wekelijks op het roeiapparaat, zonder dat je zelf weet hoe je het doet. Je gáát gewoon. Maar o wee als die flow onderbroken wordt. Door gekneusde ellebogen of vakanties, bijvoorbeeld. Dan gaat het mis. Dan geldt weer het basisprincipe dat ‘niet gaan’ veel eenvoudiger is dan ‘wel gaan’. Dus je slaat over, je verzuimt en al spoedig weet je bij wijze van spreken niet eens meer waar die sportschool ook alweer stond.
Bij mij speelde er ook nog iets anders, namelijk dat mij van alle kanten werd afgeraden om me bovenmatig in te spannen. Ik ben de laatste tijd vaker flauwgevallen dan strikt genomen noodzakelijk is en dan is sporten niet de meeste verantwoorde bezigheid. Als je een appelflauwte krijgt wanneer je op de crosstrainer staat, kan je toch lelijk terechtkomen. Dus ik aanvaardde mijn lot (dit klinkt zwaar, maar ik stapte er met vrij veel gemak overheen) en liet de sportschool links liggen.
Maar ja.
Toen kwam het moment dat ik toch weer een beetje mopperig werd over mezelf. Dat ik mezelf niet flink vond en dat ik me realiseerde dat sporten toch wel een heel goede bezigheid is. En toen ik vanochtend wakker werd na een helse sportschoolnachtmerrie, besloot ik: het moet anders. Ik moet weer in mijn flow zien te geraken.
En dus ben ik op de fiets naar kantoor gegaan. Ik heb trainster C. gemaild dat ze me weer mag verwachten, en om mijn goodwill te tonen heb ik maar meteen gevraagd wanneer de groepslessen zijn en om hoe laat de buikspiersessies beginnen.
Dus binnenkort volgt er vast weer een sportschoolverhaal. Bijvoorbeeld over hoe ik met mijn voortanden op de crosstrainer ben geklapt. En dat ik om die reden maar een tijdje niet meer ga.
Want pfoeh, die flow. Weet iemand waar je die vandaan haalt? Ik kan ‘m echt nergens vinden. Ik denk dat hij bij mijn sportschoenen ligt, die zijn ook kwijt.
Maar sporten zullen we.
En weet u? Dat is ook zo.
Er is iets met sporten. Zolang je in de flow zit, gaat het goed. Dan zit je wekelijks op het roeiapparaat, zonder dat je zelf weet hoe je het doet. Je gáát gewoon. Maar o wee als die flow onderbroken wordt. Door gekneusde ellebogen of vakanties, bijvoorbeeld. Dan gaat het mis. Dan geldt weer het basisprincipe dat ‘niet gaan’ veel eenvoudiger is dan ‘wel gaan’. Dus je slaat over, je verzuimt en al spoedig weet je bij wijze van spreken niet eens meer waar die sportschool ook alweer stond.
Bij mij speelde er ook nog iets anders, namelijk dat mij van alle kanten werd afgeraden om me bovenmatig in te spannen. Ik ben de laatste tijd vaker flauwgevallen dan strikt genomen noodzakelijk is en dan is sporten niet de meeste verantwoorde bezigheid. Als je een appelflauwte krijgt wanneer je op de crosstrainer staat, kan je toch lelijk terechtkomen. Dus ik aanvaardde mijn lot (dit klinkt zwaar, maar ik stapte er met vrij veel gemak overheen) en liet de sportschool links liggen.
Maar ja.
Toen kwam het moment dat ik toch weer een beetje mopperig werd over mezelf. Dat ik mezelf niet flink vond en dat ik me realiseerde dat sporten toch wel een heel goede bezigheid is. En toen ik vanochtend wakker werd na een helse sportschoolnachtmerrie, besloot ik: het moet anders. Ik moet weer in mijn flow zien te geraken.
En dus ben ik op de fiets naar kantoor gegaan. Ik heb trainster C. gemaild dat ze me weer mag verwachten, en om mijn goodwill te tonen heb ik maar meteen gevraagd wanneer de groepslessen zijn en om hoe laat de buikspiersessies beginnen.
Dus binnenkort volgt er vast weer een sportschoolverhaal. Bijvoorbeeld over hoe ik met mijn voortanden op de crosstrainer ben geklapt. En dat ik om die reden maar een tijdje niet meer ga.
Want pfoeh, die flow. Weet iemand waar je die vandaan haalt? Ik kan ‘m echt nergens vinden. Ik denk dat hij bij mijn sportschoenen ligt, die zijn ook kwijt.
Maar sporten zullen we.
maandag 19 oktober 2009
StomStom
Het navolgende verhaal gebeurde afgelopen donderdag al, maar heb ik ooit iets gezegd over chronologie op mijn weblog? Nou dan.
Ik moest naar een schrijfcursus. Waarom? Omdat iedereen dat moet. No exceptions. Een dag lang mocht ik open deuren gaan intrappen en ik verheugde me er niet op. Collega L. had ook nog eens heel ironisch tegen mij gezegd dat “als iemand hier dat nodig heeft, ik het wel was”, dus ik ging er met frisse tegenzin heen.
Althans, dat was de bedoeling.
De cursus werd gegeven op een locatie daar waar de verharde wegen ophouden en waar dus nauwelijks te komen is. En dan had ik ook nog een routebeschrijving van likmevestje. Het enige dat ik wist was dat ik een kwartier moest lopen, maar waarheen? Ik had geen idee.
Om een lang verhaal kort te maken: ik dwaalde. Heel Drs P.-verantwoord ging het van “heen en weer” en dan af en toe ook nog wat links en rechts om te kijken of het dáár dan was. Maar het was nergens. Of nou ja, het was wel ergens, maar niet waar ik liep. Dit kwam mijn toch al niet opperbeste humeur in geen enkel opzicht ten goede. Ik vervloekte de routebeschrijving, het kaartje, en die hele klotecursus met vlammende passie.
Juist toen ik besloten had om rechtsomkeert te maken en naar kantoor te gaan om daar min of meer vrijwillig uitgehoond en bespot te worden (volgens andere collega L. was het “heel makkelijk te vinden” namelijk), kwam ik collega F. tegen. Die had ook geen flauw idee waar we moesten zijn. Maar ik was toen al zover dat ik in elk geval kon vertellen waar het niet was. Zulk soort informatie kan ook nuttig zijn.
Met mijn kaartje, zijn inzicht en nog een dosis speurwerk, kwamen we uiteindelijk op de cursuslocatie. Een kwartier te laat, mopperend en met zere voeten van het lopen. Maar ik was er. En de rest van de dag heb ik me ondergedompeld in open deuren en bleek ik meer verstand te hebben van de materie dan de trainer. Maar dat is weer een verhaal op zichzelf.
De moraal: een schrijfcursus is niet mijn eerste levensbehoefte. Een cursus navigatie daarentegen wel. Want wat voelde ik me stom toen ik het écht niet kon vinden.
Maar goed, uiteindelijk ben ik er gekomen. En de afgang bij mijn collega’s is me tenminste bespaard gebleven. Hoe slim het is om dit op mijn log te zetten, laat ik maar in het midden…
Ik moest naar een schrijfcursus. Waarom? Omdat iedereen dat moet. No exceptions. Een dag lang mocht ik open deuren gaan intrappen en ik verheugde me er niet op. Collega L. had ook nog eens heel ironisch tegen mij gezegd dat “als iemand hier dat nodig heeft, ik het wel was”, dus ik ging er met frisse tegenzin heen.
Althans, dat was de bedoeling.
De cursus werd gegeven op een locatie daar waar de verharde wegen ophouden en waar dus nauwelijks te komen is. En dan had ik ook nog een routebeschrijving van likmevestje. Het enige dat ik wist was dat ik een kwartier moest lopen, maar waarheen? Ik had geen idee.
Om een lang verhaal kort te maken: ik dwaalde. Heel Drs P.-verantwoord ging het van “heen en weer” en dan af en toe ook nog wat links en rechts om te kijken of het dáár dan was. Maar het was nergens. Of nou ja, het was wel ergens, maar niet waar ik liep. Dit kwam mijn toch al niet opperbeste humeur in geen enkel opzicht ten goede. Ik vervloekte de routebeschrijving, het kaartje, en die hele klotecursus met vlammende passie.
Juist toen ik besloten had om rechtsomkeert te maken en naar kantoor te gaan om daar min of meer vrijwillig uitgehoond en bespot te worden (volgens andere collega L. was het “heel makkelijk te vinden” namelijk), kwam ik collega F. tegen. Die had ook geen flauw idee waar we moesten zijn. Maar ik was toen al zover dat ik in elk geval kon vertellen waar het niet was. Zulk soort informatie kan ook nuttig zijn.
Met mijn kaartje, zijn inzicht en nog een dosis speurwerk, kwamen we uiteindelijk op de cursuslocatie. Een kwartier te laat, mopperend en met zere voeten van het lopen. Maar ik was er. En de rest van de dag heb ik me ondergedompeld in open deuren en bleek ik meer verstand te hebben van de materie dan de trainer. Maar dat is weer een verhaal op zichzelf.
De moraal: een schrijfcursus is niet mijn eerste levensbehoefte. Een cursus navigatie daarentegen wel. Want wat voelde ik me stom toen ik het écht niet kon vinden.
Maar goed, uiteindelijk ben ik er gekomen. En de afgang bij mijn collega’s is me tenminste bespaard gebleven. Hoe slim het is om dit op mijn log te zetten, laat ik maar in het midden…
Boer d'amour (6)
Jawel, de eerste vrouwen zijn van het erf gebezemd. Het ging precies zoals vriendin E. en ik verwacht hadden. Het was emo-tv pur sang. Want Els was best een beetje beteuterd dat ze niet bij Wim mocht blijven. En bij kleine Saskia hoorde je ook de bibbers en de tranen in haar stem. Dat was sneu. Volgens mij waren die tranen niet eens om Peter, maar puur uit teleurstelling en liefdeswanhoop. Vertel mij niets: ik kèn dat type tranen. Maar even voor Saskia: jij zei dat je aan Peter zou laten zien dat je je mannetje wel staat. En ik geloof je. Jij staat je mannetje, ook (juist!) zonder Peter. Het komt goed.
En nu moet ik het tot mijn spijt toch weer even over Wietse hebben. Ik kreeg de werkelijk beláchelijke suggestie naar mijn hoofd dat ik zelf een oogje op hem zou hebben, want ‘waar het hart van vol is’ etc. Maar neen, dat is het niet. Het is meer wat ik afgelopen zomer ook met Laura Dekker had. Ik was zó vol onbegrip en verbazing en verontwaardiging dat ik er over móést praten.
Maar afijn. Wietse dus.
Er is gisteravond iets gebeurd. Iets wat me verbaasde. Ik dacht: ‘dit kan niet’, maar het was écht zo, want mijn collega S. had het ook gezien. Wietse heeft Emotie getoond. Emotie!! Onvervalste, oprechte emotie!!! Ik wist niet dat hij het in zich had, maar jawel dus! Geen verliefdheid hoor, en zéker geen empathie. Nee, het was irritatie. Overduidelijke irritatie die gericht was tegen Yvon. Want ja, Yvon heeft haar credits bij Wietse ondertussen wel verspeeld. Omdat ze lastige vragen stelt. Omdat ze steeds in hem zit te prikken (figuurlijk dan). Omdat ze hem zover probeert te krijgen dat hij eens interesse gaat tonen in zijn vrouwen. Maar Wietse vindt dat lastig, dus die doet dat niet. En dan komt die vermaledijde Yvon weer op ’t hof om hem een richting op te duwen die hij absoluut niet op wil. Dat verdroeg hij eerst nog wel, maar nu was de irritatiegrens bereikt. Dus deed hij knorrig en liet hij blijken dat hij écht niet van plan was om actief vragen te gaan stellen aan de dames. Wat dom is, maar dat heb ik vorige week al uitgelegd.
Maar dat hij emoties blijkt te hebben, dat is natuurlijk een mooie ontwikkeling. Yvon is inderdaad een beetje pusherig (ze doet in elk geval erg haar best om een beetje actie in de taxi te krijgen), maar dat is ook haar kracht.
Volgende week weer meer natuurlijk!
En nu moet ik het tot mijn spijt toch weer even over Wietse hebben. Ik kreeg de werkelijk beláchelijke suggestie naar mijn hoofd dat ik zelf een oogje op hem zou hebben, want ‘waar het hart van vol is’ etc. Maar neen, dat is het niet. Het is meer wat ik afgelopen zomer ook met Laura Dekker had. Ik was zó vol onbegrip en verbazing en verontwaardiging dat ik er over móést praten.
Maar afijn. Wietse dus.
Er is gisteravond iets gebeurd. Iets wat me verbaasde. Ik dacht: ‘dit kan niet’, maar het was écht zo, want mijn collega S. had het ook gezien. Wietse heeft Emotie getoond. Emotie!! Onvervalste, oprechte emotie!!! Ik wist niet dat hij het in zich had, maar jawel dus! Geen verliefdheid hoor, en zéker geen empathie. Nee, het was irritatie. Overduidelijke irritatie die gericht was tegen Yvon. Want ja, Yvon heeft haar credits bij Wietse ondertussen wel verspeeld. Omdat ze lastige vragen stelt. Omdat ze steeds in hem zit te prikken (figuurlijk dan). Omdat ze hem zover probeert te krijgen dat hij eens interesse gaat tonen in zijn vrouwen. Maar Wietse vindt dat lastig, dus die doet dat niet. En dan komt die vermaledijde Yvon weer op ’t hof om hem een richting op te duwen die hij absoluut niet op wil. Dat verdroeg hij eerst nog wel, maar nu was de irritatiegrens bereikt. Dus deed hij knorrig en liet hij blijken dat hij écht niet van plan was om actief vragen te gaan stellen aan de dames. Wat dom is, maar dat heb ik vorige week al uitgelegd.
Maar dat hij emoties blijkt te hebben, dat is natuurlijk een mooie ontwikkeling. Yvon is inderdaad een beetje pusherig (ze doet in elk geval erg haar best om een beetje actie in de taxi te krijgen), maar dat is ook haar kracht.
Volgende week weer meer natuurlijk!
dinsdag 13 oktober 2009
Op eigen benen
Soms verlang ik erg terug naar kind zijn.
De ene keer is dat gewoon omdat ik zin heb om te schommelen en te spelen. De andere keer omdat de kinderlijke onbezorgdheid zo prettig is.
Weer een andere keer wil ik best wel weer eens ‘supermarkthuilen’. U kent dat vast wel: met een roodaangelopen hoofd met je knuisten op de vloer trommelen en héél hard huilen, met van die gierende uithalen. Het liefst om niks. Gewoon, omdat de eierkoeken op zijn. Maar ja. Als ik dat nu nog zou doen, zou ik direct in een dwangbuis worden geperst en naar het gekkenpaviljoen gebracht worden. Dat moesten we dus maar niet doen.
Op dit moment verlang ik ook terug naar een bepaald aspect van kind zijn.
Als je voeten zo moe zijn van het lopen. Als je bang bent om omver gelopen te worden door al die mensen die maar doorhollen, zonder jou te zien. Als je de situatie even niet overziet.
Dat iemand dan zijn handen onder je oksels steekt, je optilt en op de arm een stukje draagt. Zodat je voeten kunnen uitrusten en je even niet om je heen hoeft te kijken of er iemand is die over je heen gaat walsen. Dat je dan even rustig kan kijken waar je bent en wat er nou eigenlijk allemaal gebeurt. Dat je niet bang hoeft te zijn om te vallen, want de armen die je dragen zijn sterk. Daar kan je op vertrouwen. Als vanzelf word je om obstakels heen geloodst. En ondertussen kom je dus wel vooruit.
Als je dan weer wordt neergezet, doen je voeten geen pijn meer. Kan je weer zelf verder. Misschien moet je even wennen aan het staan en zijn de eerste stapjes nog voorzichtig, maar daarna is lopen niet moeilijk meer. Je weet weer waar je bent en hoe je verder moet. Bovendien weet je waar die mensen zijn die jou niet zien en daar kan je dan met een grote boog omheen lopen.
Ik ben een beetje te groot om gedragen te worden.
Maar eerlijk gezegd zijn mijn voeten best moe.
Ik ben omver gelopen.
En ik heb even geen idee meer hoe nu verder.
Maar ik loop wel door.
Ik ben geen kind meer.
De ene keer is dat gewoon omdat ik zin heb om te schommelen en te spelen. De andere keer omdat de kinderlijke onbezorgdheid zo prettig is.
Weer een andere keer wil ik best wel weer eens ‘supermarkthuilen’. U kent dat vast wel: met een roodaangelopen hoofd met je knuisten op de vloer trommelen en héél hard huilen, met van die gierende uithalen. Het liefst om niks. Gewoon, omdat de eierkoeken op zijn. Maar ja. Als ik dat nu nog zou doen, zou ik direct in een dwangbuis worden geperst en naar het gekkenpaviljoen gebracht worden. Dat moesten we dus maar niet doen.
Op dit moment verlang ik ook terug naar een bepaald aspect van kind zijn.
Als je voeten zo moe zijn van het lopen. Als je bang bent om omver gelopen te worden door al die mensen die maar doorhollen, zonder jou te zien. Als je de situatie even niet overziet.
Dat iemand dan zijn handen onder je oksels steekt, je optilt en op de arm een stukje draagt. Zodat je voeten kunnen uitrusten en je even niet om je heen hoeft te kijken of er iemand is die over je heen gaat walsen. Dat je dan even rustig kan kijken waar je bent en wat er nou eigenlijk allemaal gebeurt. Dat je niet bang hoeft te zijn om te vallen, want de armen die je dragen zijn sterk. Daar kan je op vertrouwen. Als vanzelf word je om obstakels heen geloodst. En ondertussen kom je dus wel vooruit.
Als je dan weer wordt neergezet, doen je voeten geen pijn meer. Kan je weer zelf verder. Misschien moet je even wennen aan het staan en zijn de eerste stapjes nog voorzichtig, maar daarna is lopen niet moeilijk meer. Je weet weer waar je bent en hoe je verder moet. Bovendien weet je waar die mensen zijn die jou niet zien en daar kan je dan met een grote boog omheen lopen.
Ik ben een beetje te groot om gedragen te worden.
Maar eerlijk gezegd zijn mijn voeten best moe.
Ik ben omver gelopen.
En ik heb even geen idee meer hoe nu verder.
Maar ik loop wel door.
Ik ben geen kind meer.
maandag 12 oktober 2009
Open brief aan boer Wietse
Beste Wietse,
We moeten praten. Ik begrijp dat dit een confronterende openingszin voor je is. Om niet te zeggen een onmogelijke opgave. Maar toch. Als jij wilt dat je BZV avontuur ergens toe leidt, heb je geen andere keuze. Je moet praten.
Gisteren was vriendin E. bij mij, die een presentatie op mij oefende over dysfatische ontwikkeling. Dat is een neurologische spraakontwikkelingsstoornis. Als je die hebt, is je taalbegrip (beter dan) normaal, maar je taalexpressie blijft daar bij achter. Vaak heb je daarbij ook een ‘op commando’ probleem, wat inhoudt dat je de dialoogvorm moeilijk vindt. Als je een vraag moet beantwoorden, lukt dat niet. Ik denk dat jij dat hebt. Want zeg nou zelf (o pardon, ik bedoel: erken nou zelf): deze omschrijving valt als een blauwdruk over jouw persoon heen te leggen.
Nu is vriendin E. logopediste, maar zij kan jou niet helpen. Ze ergert zich namelijk kapot aan je. Maar misschien heeft ze wel een collega die iets voor je kan betekenen. Want Wietse, Wietse, Wietse toch. Je maakt er een potje van. Je vindt het maar druk met al die vrouwen om je heen. Zelfs op open vragen antwoord je hooguit met een aarzelend “Ja…”. En die vrouwen vinden dat geen goed iets hoor, wat ik je brom. Dachten ze eerst nog dat je heus wel in staat was tot een gesprek, nu trekken ze dat steeds meer in twijfel. Neeltje doet zó haar best, maar jij drukt al haar enthousiasme de kop in. Neeltje verdient meer dan dat. Bovendien denken wij dat Iris zelf uit de competitie gaat stappen, omdat ze duidelijk haar vraagtekens bij je plaatst. Dan heb je nog Nicolien, die zegt zelf ook niks. Misschien dat dat even een oplossing lijkt, maar zij is niks voor jou.
Als je nou slim bent, dan kijk je de kunst af bij Hans of bij Jos. Die hebben het wel begrepen. Die tonen interesse in hun vrouwen, maken het gezellig. Goed, dan kan je in de situatie komen dat een vrouw zich als een slet gedraagt en met neonletters ‘Geef Mij Aandacht’ op haar voorhoofd heeft staan, zoals bij Marieke van Jos het geval is, maar zo’n vrouw stuur je gewoon van je erf af. Gaat Jos ook doen, mind my words.
Of kijk naar Peter. Hij is lomp, hij weet zich niet te kleden (dat hémd! dat moesten ze verbieden!), maar hij maakt het goed door het gesprek op gang te houden, aardige dingen over de vrouwen te zeggen, dat soort dingetjes. Kleine moeite, groot gewin. Wat Neeltje bij jou is, is kleine Saskia bij hem: veel te goed voor de boer in kwestie. Maar hij doet in elk geval zijn best. En dat kunnen we van jou niet zeggen.
Dus Wietse. Koop eens een paar appelflappen voor bij de koffie. Vertel over je middelbare schooltijd. Haal herinneringen op aan de tv-series die je vroeger keek. DOE iets! Want ik zal het maar eerlijk zeggen: wij hebben inmiddels een weddenschap met de titel “Niets voor Wiets”. En als je nu niet als de gesmeerde bliksem in actie schiet, dan wordt dat de waarheid. En het is heus niet erg als iets niet lukt, maar dan moet je er toch potdorie wel álles aan gedaan hebben. En dat doe jij niet. Dus práát in godsnaam een keer! Dat is heus niet eng! Doe iets, nu het nog kan!
Succes!
Anne
We moeten praten. Ik begrijp dat dit een confronterende openingszin voor je is. Om niet te zeggen een onmogelijke opgave. Maar toch. Als jij wilt dat je BZV avontuur ergens toe leidt, heb je geen andere keuze. Je moet praten.
Gisteren was vriendin E. bij mij, die een presentatie op mij oefende over dysfatische ontwikkeling. Dat is een neurologische spraakontwikkelingsstoornis. Als je die hebt, is je taalbegrip (beter dan) normaal, maar je taalexpressie blijft daar bij achter. Vaak heb je daarbij ook een ‘op commando’ probleem, wat inhoudt dat je de dialoogvorm moeilijk vindt. Als je een vraag moet beantwoorden, lukt dat niet. Ik denk dat jij dat hebt. Want zeg nou zelf (o pardon, ik bedoel: erken nou zelf): deze omschrijving valt als een blauwdruk over jouw persoon heen te leggen.
Nu is vriendin E. logopediste, maar zij kan jou niet helpen. Ze ergert zich namelijk kapot aan je. Maar misschien heeft ze wel een collega die iets voor je kan betekenen. Want Wietse, Wietse, Wietse toch. Je maakt er een potje van. Je vindt het maar druk met al die vrouwen om je heen. Zelfs op open vragen antwoord je hooguit met een aarzelend “Ja…”. En die vrouwen vinden dat geen goed iets hoor, wat ik je brom. Dachten ze eerst nog dat je heus wel in staat was tot een gesprek, nu trekken ze dat steeds meer in twijfel. Neeltje doet zó haar best, maar jij drukt al haar enthousiasme de kop in. Neeltje verdient meer dan dat. Bovendien denken wij dat Iris zelf uit de competitie gaat stappen, omdat ze duidelijk haar vraagtekens bij je plaatst. Dan heb je nog Nicolien, die zegt zelf ook niks. Misschien dat dat even een oplossing lijkt, maar zij is niks voor jou.
Als je nou slim bent, dan kijk je de kunst af bij Hans of bij Jos. Die hebben het wel begrepen. Die tonen interesse in hun vrouwen, maken het gezellig. Goed, dan kan je in de situatie komen dat een vrouw zich als een slet gedraagt en met neonletters ‘Geef Mij Aandacht’ op haar voorhoofd heeft staan, zoals bij Marieke van Jos het geval is, maar zo’n vrouw stuur je gewoon van je erf af. Gaat Jos ook doen, mind my words.
Of kijk naar Peter. Hij is lomp, hij weet zich niet te kleden (dat hémd! dat moesten ze verbieden!), maar hij maakt het goed door het gesprek op gang te houden, aardige dingen over de vrouwen te zeggen, dat soort dingetjes. Kleine moeite, groot gewin. Wat Neeltje bij jou is, is kleine Saskia bij hem: veel te goed voor de boer in kwestie. Maar hij doet in elk geval zijn best. En dat kunnen we van jou niet zeggen.
Dus Wietse. Koop eens een paar appelflappen voor bij de koffie. Vertel over je middelbare schooltijd. Haal herinneringen op aan de tv-series die je vroeger keek. DOE iets! Want ik zal het maar eerlijk zeggen: wij hebben inmiddels een weddenschap met de titel “Niets voor Wiets”. En als je nu niet als de gesmeerde bliksem in actie schiet, dan wordt dat de waarheid. En het is heus niet erg als iets niet lukt, maar dan moet je er toch potdorie wel álles aan gedaan hebben. En dat doe jij niet. Dus práát in godsnaam een keer! Dat is heus niet eng! Doe iets, nu het nog kan!
Succes!
Anne
vrijdag 9 oktober 2009
Blogvulling
"Die dag heb ik om elf uur een gaatje voor je," zei de tandartsassistente.
"Laat dan maar zitten," zei ik.
Daar krijg je toch spontaan tandartsangst van?!
"Laat dan maar zitten," zei ik.
Daar krijg je toch spontaan tandartsangst van?!
dinsdag 6 oktober 2009
Sinterklaas
Toen ik zeven was, zei mijn moeder tegen mij dat Sinterklaas niet bestaat. Ik huilde tot ik geen tranen meer had en was dagenlang van slag (maar echt). Krap een jaar later ontdekte ik dat ze het mis had, want de lieve goede Sint zette gewoon weer voet op Nederlandse bodem. Gelukkig.
Nog steeds ben ik gek op Sinterklaas. Elk jaar triomfeer ik opnieuw wanneer ik de intocht kijk op TV. “Zie je wel!” roep ik dan. “Daar is hij weer! Hoezo ‘hij bestaat niet’? Hij stáát daar toch?! Nou dan!” Sinds een aantal jaren heb ik bij deze apotheose versterking van vriendin M., die in het weekend dat de Sint arriveert bij mij komt logeren. Die dagen zijn gevuld met spijs, strooigoed, pannenkoeken en natúúrlijk het zetten der schoenen.
Maar dit jaar niet.
M. laat mij, Sinterklaastechnisch gezien, enorm in de steek. Zij prefereert een tripje naar Londen boven het binnenhalen van de goedheiligman. Ik heb tegen haar gezegd dat ik dat snap, maar eigenlijk is dat niet zo. Want wat is er nou leuker dan Pakjesboot 12 een willekeurige haven binnen te zien varen?
Ik heb om deze reden een lichte Sinterklaasdepressie ontwikkeld. In mijn eentje naar de intocht kijken is gewoon minder leuk. Bovendien: aan wie moet ik dan mijn schoencadeautje laten zien?
En dan nog iets: M. gaat naar Londen om iets met kerstverlichting gade te slaan. Dat ze niet bij ons traditionele Sinterklaasweekend is, vind ik al erg genoeg. Maar de réden! Kerst! Ik vind dat… ik vind dat… Hoogverraad is denk ik het woord dat ik zoek.
Dus als iemand mijn hartstocht voor Sinterklaas deelt, dan nodig ik diegene nu alvast uit voor een logeerpartij. Voor strooigoed en pannenkoeken wordt gezorgd, 14 november is de dag. En je moet er wel in geloven, anders wordt het niks.
Wie mag ik noteren?
Nog steeds ben ik gek op Sinterklaas. Elk jaar triomfeer ik opnieuw wanneer ik de intocht kijk op TV. “Zie je wel!” roep ik dan. “Daar is hij weer! Hoezo ‘hij bestaat niet’? Hij stáát daar toch?! Nou dan!” Sinds een aantal jaren heb ik bij deze apotheose versterking van vriendin M., die in het weekend dat de Sint arriveert bij mij komt logeren. Die dagen zijn gevuld met spijs, strooigoed, pannenkoeken en natúúrlijk het zetten der schoenen.
Maar dit jaar niet.
M. laat mij, Sinterklaastechnisch gezien, enorm in de steek. Zij prefereert een tripje naar Londen boven het binnenhalen van de goedheiligman. Ik heb tegen haar gezegd dat ik dat snap, maar eigenlijk is dat niet zo. Want wat is er nou leuker dan Pakjesboot 12 een willekeurige haven binnen te zien varen?
Ik heb om deze reden een lichte Sinterklaasdepressie ontwikkeld. In mijn eentje naar de intocht kijken is gewoon minder leuk. Bovendien: aan wie moet ik dan mijn schoencadeautje laten zien?
En dan nog iets: M. gaat naar Londen om iets met kerstverlichting gade te slaan. Dat ze niet bij ons traditionele Sinterklaasweekend is, vind ik al erg genoeg. Maar de réden! Kerst! Ik vind dat… ik vind dat… Hoogverraad is denk ik het woord dat ik zoek.
Dus als iemand mijn hartstocht voor Sinterklaas deelt, dan nodig ik diegene nu alvast uit voor een logeerpartij. Voor strooigoed en pannenkoeken wordt gezorgd, 14 november is de dag. En je moet er wel in geloven, anders wordt het niks.
Wie mag ik noteren?
maandag 5 oktober 2009
Boer d'amour (4)
Natuurlijk zat ik gisteravond weer gesteven en gestreken voor de televisie. De logeerpartij bij de boeren stond op het punt te beginnen, en die eerste confrontatie met ‘de boer in zijn natuurlijke habitat’ mag je gewoon niet missen. Verhoudingsgewijs gebeurde er helaas weinig écht opmerkelijks. Maar wel dit:
- Wietse: tsja. Hij is niet alleen verlegen, hij is ook zo galant als een bos wortelen. Toen Neeltje, wat toch een heel leuk meisje is, met haar loodzware koffer voor de deur stond, stond Wietse met zijn handen in zijn zakken toe te kijken hoe dat arme kind haar volledige bezit de gang in probeerde te slepen. Dat doet een heer niet. Die hélpt dan even!
- Wietse vraagt niets. Hij weet nog maar heel weinig over zijn vrouwen en toen Yvon hem aanspoorde om daar eens iets aan te doen, zei hij: “Ja, dat moet nog.” Ik denk dat alleen als ik naar mijn strijkmand kijk, niet als ik een leuk gesprek moet aanknopen met iemand. Pfoeh!
- Tijdens het eten heerschte de stilte ook weer in de keuken van Wietse. En hij wilde gewoon brood eten! Maar goed, uiteindelijk werd het Chinees. Nergens op de Nederlandse televisie wordt zoveel Chinees gevroten als bij BZV.
- Boeren kunnen überhaupt niet koken. Boer Peter laat zijn moeder kokkerellen, boer Hans vertrouwt dit toe aan zijn vader. Jos zet zijn dochter met één van de dates in de keuken. Wim weet ik niet, die werd wat onderbelicht.
- Wat niet onderbelicht bleef: Wim in korte broek met kaplaarzen eronder. Hij líjkt niet alleen op een Rien Poortvliet-kabouter, hij ís er één! Kan niet missen!
- Die date van Peter, Hanneke, dat is gewoon zelf een paard! En grote Saskia een schaap! Alleen kleine Saskia is leuk. Grote Saskia is… nou… die zei dus dat ze hoopte te kunnen laten zien dat ze ook heel spontaan en vrolijk kan zijn. Ik geloof dat niet, dus ik wacht vol spanning af.
- De vader van Hans, Frits, is aandoenlijk leuk. Hij was helemaal blij met die meiden aan tafel. Hans: “Zeg, het zijn wel mijn vrouwen hè!”
- Gerbera’s blijven mijn lievelingsbloemen.
- Gladiolen niet.
Volgende week meer BZV! In de tussentijd zal ik nog eens over iets anders bloggen, anders gaat het helemaal de verkeerde kant op hier.
Abonneren op:
Posts (Atom)
U Zei?! - Deel 36
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
Die boeren en die vrouwen, die maken het me niet makkelijk dit jaar. Gisteren was het echt een saaie aflevering. Vorig seizoen was het heus ...
-
De donkere dagen voor kerst zijn weer alomtegenwoordig, met alle jingle bells en dromen over een witte kerst die daarbij horen. Winkelstrate...