woensdag 30 september 2009

Boer d'amour (3)

In een verloren uurtje heb ik mijn Boer Zoekt Vrouw schade ingehaald. Hulde voor de bedenker van uitzendinggemist.nl!

Wat was het weer mooi. Ik moet bekennen dat ik heb gekeken met de pen in de hand en het notitieblok op schoot, speciaal voor deze log. Zal ik de heren boeren weer één voor één langslopen? Goed. Gaat-ie dan.

Wietse: tsja.
Toen hij zijn sms’je voorlas, sprak hij meer woorden achtereen dan ik hem tot dan toe had horen doen. Het viel me op dat hij er best leuk uitziet als hij lacht, maar verder was het weer een hopeloze bedoening. Eén van zijn vrouwen vroeg hem of hij nog iets van hen wilde veten, zei hij: “Joah, moeilijk…” Kom óp nou!! Hij heeft drie leuke dames gekozen, dat wel. En als zij tegen zwijgzaamheid kunnen, dan gaat het vast wel lukken op die boerderij. Maar of het gezellig wordt…?

Boer Jos daalt per aflevering meer in mijn achting. En niet alleen in die van mij, ook zijn vrouwen hebben het nu al helemaal met hem geschoten. Hij loopt wel de galante boer uit te hangen, maar het zou me niks verbazen als het een dominant type is waar je beter geen ruzie mee kunt krijgen. Zijn vreselijke date Suzanne had uit eigen beweging al afgezegd en Jacqueline wílde aan het eind van de date al niet eens meer mee naar de boerderij. Dus veel te kiezen had hij niet. Voor zijn date Marieke moet hij oppassen, volgens mij wil zij maar al te graag een potje rollebollen in de hooiberg. Dat wordt nog wat.

De vrouwen waren unaniem: boer Peter is aantrekkelijk. Goed, smaken verschillen, ik zou het er niet mee kunnen. Ik heb ook iets tegen zijn date Hanneke (de bij het aantrekken van een surfpak zei van: “Geef mij maar een poardrijbroek”). Ze is echt zo’n overheersende paardentrut. Je kent dat vast, dat je iemand ziet en dat je direct weet dat je binnen de kortste keren bonje zou hebben met die persoon. Ik heb dat met haar. Zijn andere dates lijken me wel lieve meiden.

Hans valt me enorm mee. Hij heeft humor en sloofde zich lekker uit op de skatebaan. Daarna gingen ze sushi eten. Ik heb daar nog nooit mensen zo moeilijk naar zien kijken. Hilarisch was dat. Mooiste quote tijdens het eten: “Kijk uit! Er zit ook groente in!” Ik heb mensen ook nog nooit zo vies sushi zien eten. Oké, mezelf uitgezonderd. Ik heb daar een keer een flinke knoeipartij van gemaakt. Maar van die aanblik had ik zelf niet zoveel last.

En Wim. Ach Wim. Hij had aandoenlijke rode konen en wist zich duidelijk geen houding te geven. Hij lijkt er in elk geval nog niet echt gelukkig van te worden, wat het statement dat hij meer baat heeft bij een nieuwe Harley ondersteunt. De combinatie Erie & Wim deed me denken aan een slechtgelukte imitatie van de ouders van mijn vroegere vriendin S., en met dat huwelijk is het slecht afgelopen. Erie mag niet komen logeren, dat is wijs van Wim. Als we het dan toch over imitaties hebben: als Rien Poortvliet-kabouter zou Wim het lekker doen.

Zo. Jullie kunnen weer meepraten bij het koffieapparaat. Graag gedaan.

maandag 28 september 2009

Iemand om me aan op te trekken

Soms is het fijn om mensen te hebben waar je je aan kan optrekken.
Ik weet dat al heel lang. Ter illustratie een verhaal uit de oude doos.

Toen ik in groep vier zat, moesten we lezen in groepjes. Voor elk groepje werd een leesmoeder ingevlogen, behalve voor het groepje waar ik samen met J. en T. in zat. Wij konden al zo goed lezen dat we zonder moeder mochten en elkaar op foutjes moesten wijzen.

Dat deden we met verve. Het haalde onze meest competitieve kant naar boven, want we wilden alle drie graag de beste zijn. Dus als drie bijtgrage herdershonden zaten we naar elkaar te luisteren. En zodra iets fout leek te gaan, hakten we daarop in. Voorbeeld dat ik me herinner is toen J. het woord “zo’n” uitsprak als “zo een”. T en ik beten ons daar in vast: “Je zei zo een maar het is gewoon zóón!” J. was het er niet mee eens. J. heeft Friese roots en daar zeiden ze ‘zo een’. T en ik couldn’t agree less.

T. en ik streden sowieso continu om de titel van meest erudiete kind van de klas. We konden het slechts met moeite verkroppen als de ander iets eerder of beter kon dan de ander. T. kreeg een keer een flinke bos veren tussen zijn billen toen hij in de kring liet horen hoe goed hij in het Engels tot honderd kon tellen. Ik was verbolgen, want ik kon dat ook. Maar bescheiden als ik was, vond ik het niet nodig om dat zo pompeus het klaslokaal in te slingeren. Had ik dat maar wel gedaan, dan was alle lof voor mij geweest.

Nog zoiets. Op een gegeven moment moesten we de tafels leren. Elke keer als je een tafel onder de knie had en een proeve van bekwaamheid had afgelegd bij de juf, mocht je een vakje kleuren in het tafelschema. De dag kwam dat T. zijn vakje voor de tafel van acht in mocht kleuren en ik nog niet. Dat trok ik natuurlijk erg slecht. Tussen de middag kwam ik thuis, vertelde wat er aan de hand was en verbond daaraan de conclusie dat ik dus nú die tafel moest kennen. Liefst achterstevoren, zodat ik alsnog beter was. In één lunchpauze leerde ik die hele verrotte tafel uit mijn hoofd, stapte terug op school rechtstreeks naar de juf en eiste dat ik de tafel van acht mocht doen. Die middag kleurde ik ook mijn vakje en stonden we weer op gelijk niveau.

Wat er van T. is geworden weet ik niet. Ik geloof dat hij iets economisch is gaan studeren. J. heeft geneeskunde gestudeerd, wat haar natuurlijk wel een bepaalde status meegeeft. Al vind ik het dan nog steeds belachelijk dat ze het tegen haar patiënten heeft over “zo een ontsteking”, want djiez, het is gewoon “zóón”. Ik val mijn achtjarige ik heus niet zomaar af.
Het was fijn om me aan hen op te kunnen trekken. Ik heb dat nodig.

Collega C. is ook zo iemand naar wie ik met een vleug van bewondering kan kijken. De manier waarop zij zakelijk zijn en informele lol op de werkvloer weet te combineren, vind ik inspirerend. Haar persoonlijkheid prettig en sprankelend.

Vandaag is ze voor het laatst.
U zult snappen dat ik dat heel jammer vind. Ik ga haar best een beetje missen.

Boer zoekt even geen vrouw

Ik heb gisteravond niet naar Boer Zoekt Vrouw kunnen kijken.

Daar was ik boos over, maar het kon echt niet. Er moest geoefend worden voor theatersport en dat vind ik heel leuk, maar niet onder BZV-tijd. Alleen: dit was het enige moment dat we allemaal konden. Nou ja, ik kon dus niet, maar ik vond mijn verslaving aan een Tv-programma een te mager argument om af te zeggen. Ik verzaak dus, maar later deze week – als ik op uitzendinggemist.nl de schade heb ingehaald – vertel ik jullie natuurlijk weer alles.

Voor nu volsta ik met een gejatte opmerking: boer Wim wordt waarschijnlijk gelukkiger met een nieuwe Harley dan met een vrouw. De onderbouwing bij dit statement volgt. Ik beloof dat.

Het oefenavondje was wel een weergaloos succes, met drie liter thee, twee gezongen dilemma’s en één minder strakke actie van mij. Ik viel van de bank. Niet eens van het lachen. Ik viel gewoon van de bank.

Het zal wel iets met evenwicht te maken hebben gehad.
En hoe ik daar uit was gebracht.

zaterdag 26 september 2009

Kopzorgen

Lezers die mijn blog al langer volgen, herinneren zich misschien het feuilleton over de wisseldouche nog wel. Mijn douche werd alleen nog maar loeiwarm of ijskoud in die tijd, wat douchen tot een minder leuke bezigheid maakte. Voor het opfrissen van het geheugen, of gewoon om nog eens leuk te lezen: deel 1, deel 2, vervolgens deel 3, dan de anticlimax en natuurlijk het slot.

Lange tijd ging het daarna goed, douchekopgewijs. In mijn nieuwe huis moest ik wel even een nieuwe douchekop monteren omdat de oude niet voldeed aan mijn strenge kwaliteitseisen, maar verder was mijn doucheleven zorgeloos, warm en aangenaam.

Tot een paar weken geleden.

Het was me de laatste tijd al opgevallen dat de meeste stralen uit mijn douchekop een eigen leven leidden. Ze gingen naar rechts of links of omhoog, maar niet gecentreerd naar beneden. Eerst was dat niet zo'n punt, want er kwam nog steeds genoeg warm water over me heen om lekker te douchen.

Toen kwam de dag dat dat niet meer zo was. Ik moest zo'n beetje van straaltje naar straaltje huppen om nat te worden en in het midden was heel veel niks. Ik kon dus onder mijn douche staan zonder nat te worden. Dat is bijzonder, maar niet handig. Actie was geboden en dankzij de wisseldouchegeschiedenis wist ik wat me te doen stond: ontkalken!

Nou. Ik heb me het schompes ontkalkt, maar dan nóg maakten die stomme stralen er elke keer weer hun eigen feestje van. Vertwijfeld zat ik naar de douchekop te kijken. Ik kreeg een instant hekel aan het ding. En als dat het geval is, dan is het meestal snel bekeken met het vermaledijde object. Dus ik ging naar de Blokker, kocht voor enkele euro's een nieuwe douchekop met maarliefst vijf verschillende standen, monteerde thuis de kop op de slang en klaar was Klara.

Dacht ik.

Maar de nieuwe douchekop heeft last van wegtrekkers. Niet qua water, dat klettert in een constante hoeveelheid naar beneden. Maar de kop draait. Dus als ik hem naar het midden duw, dan merk ik gemiddeld vijf seconden later dat alleen mijn rechterschouder nog een beetje nat wordt. Het ding is namelijk rechtsdraaiend. En als ik 'm dan maar wat verder naar links duw (je probeert eens wat...) dan duurt het iets langer, maar staat hij uiteindelijk toch weer doodgemoedereerd aan de rechterkant. Vanochtend heb ik een beetje met de slang lopen frutselen en dat leek enigszins te helpen. Ik weet niet voor hoe lang. Ik weet wel dat een ontkalkingsbadje hier niet bij helpt.

Wat ik me afvraag: hebben andere mensen nou ook altijd zoveel gedoe met hun douchekop? Of ben ik teveel gefixeerd op het wel en wee van het ding? Ik hoor jullie visie graag.

Dit keer maak ik er geen feuilleton van hoor. Daarvoor hebben we Boer zoekt Vrouw al.

dinsdag 22 september 2009

Geen leuk stukje

Gisteravond was niet mijn avond.
Er waren ’s middags dingen gezegd. Dingen die ik niet wilde horen. Dingen waar ik niet over na wilde denken. Maar dat moet ineens toch.

Thuis trok ik mijn jurk uit en mijn chillbroek aan. En een relaxt vest. Ik wilde iets zachts om me heen. Armen, het liefst, maar dat ging niet. Die waren er niet. Ik stuurde een sms. En nog eentje. Ik kreeg een teleurstellende reactie. En een lieve.

Ik werd gebeld. Was boos op de verkeerde, die daar ook boos om werd. We maakten het weer goed, omdat we allebei wel wisten dat ik de verkeerde had. Niet fair van mij.
Ik werd nog eens gebeld. Een waterval aan woorden kwam uit mijn mond. De ene kant. De andere kant. Dat dit misschien wel het beste was. Maar dat ik ook nog andere opties wil onderzoeken.
Toen, terecht: “Probeer er nou maar even niet meer aan te denken Anne…”

Ik voelde me niet echt mezelf. Het voelde alsof alles wat ’s middags was gezegd niet over mij ging. Alles blijkt ineens erger. Alles blijkt ineens anders. Niet eens ‘lijkt’: het blijkt. Het is onontkoombaar: er moet iets veranderen.

Zorgen lach ik graag weg. Ik maak er grapjes over. “Als jij geen grappen meer maakt, dan moet het wel echt erg zijn”, zei vriendin E. een keer. Wel, dit is allemaal zó groot dat humor het niet kan opvullen. En dan moeten de tranen er ook uit. Maar die komen niet.

Ik ging naar bed. Ik las een stukje in “Extreem luid en ongelooflijk dichtbij”. Mooi.
Toepasselijke titel.

Daarna kon ik niet slapen. Mijn gedachten maakten overuren. Ik lag maar te malen. Wat zij zei, wat ik toen zei. Wat ánderen zouden zeggen. Wat zij zei…
“Dit is echt het beste, Anne.”

Vooral mijn vraag: Waarom?
En nog veel meer: Waarom zo?

maandag 21 september 2009

Boer d'amour (2)

Er moet me weer het één en ander van het hart over Boer Zoekt Vrouw. Dit zou best eens een feuilleton kunnen worden, want een uurtje BZV genereert gewoon teveel gespreksstof om in je eentje te verwerken. Ik weet dat ik mijn vaste commentator UB47 heb teleurgesteld met mijn voorliefde voor agrarische liefdes, maar daar trek ik me lekker niets van aan.

Ten eerste: Jos. Die Jos die ik oud maar leuk vond. Die is me toch een beetje te glad hoor. Hij is een womanizer, and not afraid to show it. Voor al zijn dates had hij gisteren een omvangrijke bos bloemen meegenomen, hij maakte daarbij opmerkingen over hun ‘combinaties’ (daarmee bedoelde hij hun kleding, red.) en of de bloemen daar een beetje mee wilden matchen of niet. En dan nog iets: zijn date Suzanne. Die riep dus eenzelfde reactie bij me op als Marieke van boer Jochum uit het vorige seizoen. Dat ik zat te gillen op de bank zodra zij haar mond opentrok. Dat had ik ook met Suzanne. En dit is géén overdrijving: ik zat écht te gillen. En ik wilde dingen naar mijn TV gooien en net als Hermione in de laatste Harry Potter film verontschuldigend zeggen van: “Excuse me, I have to go and vomit”. Maar ik heb me dus beperkt tot een welgemeende krijspartij. Jos heeft Suzanne wel gekozen om volgende week iets leuks te gaan doen, dus ik moet iets in huis halen tegen de keelpijn.

Boer Wietse: tsja. Wat moet je ermee. Zijn speeddates gingen precies zoals ik verwacht had. Lange stiltes. Verlegen wegkijken. Op geen enkele vraag een antwoord weten. Zelfs niet op de vraag: “Wat vind jij leuk om te doen?” Ik zou gék worden van zo’n man.

Paardenmeisjes zijn en blijven erg. Ik wist dat al, want ik heb dertien jaar lang tegenover een manege gewoond. Daar wemelde het van die grieten. Altijd met een bepaalde arrogantie, altijd in een bodywarmer. Nou ja, die bodywarmer hadden ze voor de speeddate met boer Peter dan niet aangetrokken, maar verder: prototypes. Werkelijk. Dat vond Peter gelukkig zelf ook. Hij vond het niet leuk als meisjes alleen maar over “pèrden” konden praten. Maar ja, wat verwacht je dan als je de hele voormalige Penny-doelgroep op je dak krijgt?

Dan de ogen van boer Hans. Die moeten wel echt wonderschoon zijn. Het viel mij niet zo op, maar al zijn dames hadden het er over. Misschien omdat hij verder zo nietszeggend was dat je dan in godsnaam maar op die ogen ging focussen. Het kan natuurlijk ook echt waar zijn. Verder vond hij alle brieven “leuk” en alle foto’s “spontaan”. Ik weet het nog niet zo met hem.

Om het lijstje compleet te maken: boer Wim. “Eén brok boer”, noemde één van zijn vrouwen hem. Dat klopt wel. Verder zei Erie, die volgende week mee op date mag: “Weet waar je aan begint.” Ik ken Erie nog niet zo goed, maar ik denk dat die waarschuwing wel op zijn plaats is. Maar Wim is wel te pruimen. Die gaat zijn vrouw wel vinden.

Ondertussen weet ik dat ik ook met collega’s B,, S. en W. kan nabespreken, maar dat is geen garantie dat ik er nu nooit meer over ga loggen. Boer zoekt Vrouw is gewoon té mooie televisie om onbesproken te laten. U bent gewaarschuwd.

woensdag 16 september 2009

Boer d'amour

Over het algemeen kijk ik geen TV. Af en toe het Journaal of een stukje DWDD, maar dan heb je het wel gehad. Eén echte uitzondering op deze regel wordt gevormd door Boer Zoekt Vrouw. En dat is afgelopen zondag weer begonnen! Ik ben er helemaal vol van.

Zondag deed Yvon de postronde en daar zag je al aan af dat er weer een seizoen toptelevisie voor de deur staat. Want oh! Oh, oh, oh! Die boeren! Dat is me een stelletje hoor.

Boer d’amour van dit seizoen is natuurlijk Jos. Deze agrariër kreeg 831 brieven en hoewel hij met gemak mijn vader had kunnen zijn, snap ik die vrouwen wel. Hij heeft iets. Iets charmants. Iets aantrekkelijks. En twee dochters, dat doet het altijd goed hè.

Paardenfokker Peter vind ik het prototype ‘lompe boer’. Had voor mij niet gehoeven (doorgrond deze woordgrap). Ik moest wel hard lachen om Yvon, die hem toevoegde dat hij temidden van zijn brieven heel wat weg had van de hitsige hengst die we aan het begin van zijn filmpje zagen. (even terzijde: wat heeft zo’n paard een gróte zeg!) Peter moet erg zijn best gaan doen om mijn sympathie te winnen, want nu vind ik hem gewoon stom.

Boer Wietse vind ik juist lief. Verlegenheid kan óók een sterkte zijn hè. Kijk, ik zou er niet aan moeten denken om met zo’n Willem de Zwijger te verpozen, maar als je van stiltes houdt is er niks mis mee. Maar lief is-ie. En ik hoop dat hij een heel leuk meisje vindt, dat verdient hij. Dat zie je.

Bij adoptieboer Richard kan ik haast volstaan met ‘oeps’. Wàt een oetel was dat zeg. En wat zei hij vaak ‘oeps’. En wat had hij mijn irritatiegrens snel bereikt. Hij is niet door en dat lijkt me inderdaad maar beter.

Droog koekje Auke wordt ook niet verder gevolgd, tot groot verdriet van zijn even droge koekjesmoeder. Yvon probeerde het nog leuk te brengen, dat Auke twaalf brieven had. Moeders: “Twaalf.” Op een toon van: “Ik heb net het bittere stronkje van de witlof doorgebeten.” Ik vind de boerenmoeders altijd een sterk punt van Boer Zoekt Vrouw, vaak zijn ze hilarisch en anders dank je God op je blote knieën dat jij niet zo’n schoonmoeder hebt. Maar deze! Ik wil niet stoken, maar ze heeft vast een bezemsteel om de hoek van de deur staan. En een kookpot in de keuken. Maar goed, ze heeft haar five minutes of fame gehad en nu is het klaar. Mooi.

Dus de komende tijd zit ik op zondagavond weer voor de televisie. Stoor mij dan vooral niet, want ik wil vol overgave kijken. Als je ook kijkt: bel me na afloop.
Ik hou erg van nabeschouwen.

dinsdag 15 september 2009

Hoe Prinsjesdag mijn leefritme in de war schopte

Leuk hoor, Prinsjesdag.
De miljoenennota lekte al uit. Dat lijkt een gang van zaken die enorm 2008 is, maar ik was blij. Af en toe denk ik dat niks meer bij het oude blijft en dan gebeurt er toch ineens weer zoiets. Het heeft iets geruststellends. Ik bied me met graagte aan om volgend jaar het lek te zijn, want de sanctie is dat je een maand lang niet over financiële zaken mag praten. En hoei, ik wil dat.

Maar waar ik het even met u over wilde hebben: Prinsjesdag heeft vanochtend mijn hele leefritme in de war gebracht. Dat had iets te maken met logistiek en iets met een buikgriepje dat zich in mijn lijf heeft verschanst. Ik zal proberen om dit niet tot in de ranzigste details te bespreken, maar het is wel van belang voor dit epistel.

Toen ik rond 7.30 uur bij de tramhalte kwam, zag ik op het informatiebord dat de tram was omgeleid vanwege Prinsjesdag. Ik moest bij een andere halte opstappen. Dat is niet handig, maar het is je plicht als Hagenaar om een beetje mee te werken op zo’n dag. Dus ik met een andere tram naar de andere tramhalte en daar stond meer, maar vooral andere, informatie op het bord. De omleiding ging in vanaf 10.00 uur.

Aha.

Dus ik weer naar de andere tram om terug te gaan naar de oorspronkelijke opstaphalte. Op dat moment ontwaakte mijn buikgriepje. Hij rekte zich eens flink uit en ging toen in mijn darmen en in mijn maag zitten (hij is denk ik schizofreen).
De andere tram kwam, maar die was zo afgekegd vol dat er mensen met één wang vacuüm tegen het raampje zaten geplakt. Er kon niemand meer bij. De volgende tram was ook vol, maar daar kon ik nog net in. Goed, ik kon me nergens aan vasthouden, maar dat loste ik adequaat op door me bij een onverwachte remming vast te grijpen aan een aantrekkelijke man naast me. Hij bleek niet alleen aantrekkelijk maar ook lief en zorgzaam, want hij heeft me de rest van het ritje zo’n beetje vastgehouden zodat ik niet omkukelde. Helaas hadden we allebei zoveel haast dat een grote liefde tot de dood er bij in schoot. Jammer.

Ik was weer terug bij de oorspronkelijke opstaphalte. Daar stond nog steeds alleen info over een omleiding en niks over 10.00 uur, maar ik was dankzij mijn overbodige ritje een stuk wijzer geworden. Het buikgriepje drukte inmiddels zwaar op mij. Ik moest zó vreselijk nodig naar de WC, maar dat kon dus niet. Het zweet brak me aan alle kanten uit en mijn gelaatskleur neigde naar paars.

Eigenlijk loopt dit verhaal niet heel spannend af, want al spoedig kwam de goede tram, kon ik – Spaans benauwd, maar toch – naar mijn werk en daar in gestrekte draf naar het toilet. En o, wat kan er veel ellende uit mijn toch niet exceptioneel grote lijf komen.
Maar goed, die details zou ik u dus besparen.

Volgend jaar neem ik geen buikgriep en wel de fiets op Prinsjesdag.

woensdag 9 september 2009

Mijn wijk, ik weet nog hoe het was...

Er was een tijd dat ik prat ging op het feit dat ik in Benoordenhout woon. Ik koketteerde er een beetje mee. Mijn wijk als centrum van het universum en een knappe jongen die me daar weg zou krijgen.

Later kwamen er wat smetjes op. Bleek er zich ineens een kudde hangjeugd bij de Albert Heijn op te houden. En rond de tijden dat de basisschool begint en eindigt, is de buurt in handen van de bakfietsenbrigade. Moeders die hun kroost, veelal luisterend naar namen als Anne-Sophie en Sytse-Floris (maak gewoon een keuze!) met zo’n groot log kreng verplaatsen. Ze barricaderen de straat en kijken mij kwaad aan als ik er langs probeer te komen. Misschien omdat ik geen parka draag en geen labrador met sjaal om de hals heb. En geen zeilboot. En maar één voornaam.

Onlangs ontdekte ik dat één van de AH-caissières een beetje apart gedrag vertoont. Ze benoemt álles wat ze scant en introduceerde de Couscous-blues. Bij het benoemen van de artikelen kwam er namelijk een verpakking couscous langs, en dat liet haar niet los. Drie klanten verder zat ze nog steeds van: “Koeoeoeoeskoeskoes, koezie- koeziekoes, Koes! Koes!” Ik dacht: “Nou, die spoort niet.” Gisteren kreeg ik twee bonnen voor een gratis tweede bioscoopkaartje van haar (een charmeoffensief denk ik)., dus ik lach haar voortaan alleen nog stiekem uit.

En nu heb ik een nieuwe overbuurvrouw. Wat ik inmiddels van haar weet is het volgende:
- ze heeft zo’n ‘handige regelpapa’, van het naargeestige type. Ze mag graag aan hem refereren als ze met iemand staat te blaten. Dan zegt ze: “Mijn vaderrr zei ook” of: “Dat heeft mijn vaderrr geregeld”, of “Mijn vaderrrr krijgt dat wel voor elkaar.”
- pa regelt ook fietsen, want die kwam hij laatst brengen
- ze heeft een ex-vriendje met wie ze hard en lang en bij voorkeur rond middernacht ruzie maakt. Ik weet niet exact waar die ruzies over gaan, maar ik weet wel dat alles zijn schuld is. Hoofdmoot van de verbale knokpartijtjes is namelijk: “Ik ben enorm zielig en dat is al-le-maal JOUW schuld, en mijn vaderrr zegt óók dat dat zo is, en dat ik vreemdging, nou, daar vroeg je om hoor. Hoor! Lul!”
- Iemand die zij kent draaide in zijn auto heel hard Testament van Boudewijn de Groot, waarmee ze via een omweg bijna mijn hart stal, behalve dan dat ik om twaalf uur ’s nachts niet zit te wachten op de jeugdtrauma’s van Boudewijn.
- Ze heeft ook een nieuw vriendje. Of niet, maar dan is ze van lichte zeden. Wil je weten waar ik op doel? Kom dan eens luisteren, zou ik zeggen. Het hoorspel begint meestal na het ruziemaken, dus wees op tijd. Ik bied logies en ontbijt.

Ergo: Benoordenhout is ook niet meer wat het geweest is, lieve lezers.
Het wordt écht tijd dat ik een huis koop. Elders.

maandag 7 september 2009

Herfst

De herfst doet voorzichtigjes aan zijn intrede in Nederland. Af en toe is hij erg aanwezig, maar over het algemeen houdt hij zich nog wat op de achtergrond. Dan geeft hij alleen af en toe een teken van leven. Ik hou daar erg van en mensen kijken mij wel eens meewarig aan om deze reden. Daarom wil ik graag een lans breken voor de herfst.

Er is namelijk niets mis met de herfst. Oké, als ik druipnat van de regen thuiskom, dan denk ik ook wel eens van “nou moe, was dat nou echt nodig”. En als ik head-first in de rododendrons ben geëindigd door een onvoorziene windvlaag, dan vind ik dat heus niet leuk. Maar er zijn genoeg momenten dat ik de herfst stevig omhels en beklapzoen. Daarom hier een x aantal redenen (x = 14) waarom de herfst gewoon leuk is.

1. De blaadjes verkleuren aan de bomen en op een dag valt dat je opeens op. Ik krijg op dat moment een grote lach op mijn gezicht.
2. In het begin van de herfst is het soms ineens nog mooi weer. Die dagen zijn cadeautjes.
3. Je kan eindelijk weer actief aan de slag met het verfikken van je waxinelichtjesvoorraad. Want even: hoeveel waxinelichtjes heeft een mens nou feitelijk nodig? In mijn opinie zijn dat er in elk geval véél minder dan een gemiddeld mens er in huis heeft.
4. Dat er ineens weer gevuld speculaas in de supermarkt ligt. Dat hoort helemaal bij mijn herfst parafernalia. Het is ook gewoon lekker.
5. Ineens kom je een kastanje tegen. Soms nog helemaal in zijn groene stekeljas, zodat hooguit zijn bruine oog stiekem naar buiten gluurt. Later zijn ze gewoon helemaal out in the open. Zó mooi.
6. Eikeltjes: dito, doch zonder stekeljas. Dat zou raar zijn.
7. Het ruikt lekker buiten.
8. Als je in het bos loopt, kom je weer paddenstoelen tegen en kan je volop fantaseren over kabouters. (wie dacht er vroeger ook dat Paulus en consorten echt bestonden? Ik wel namelijk).
9. Wanneer je wakker wordt in het weekend, je bed heerlijk warm is en je de regen tegen je raam hoort kletteren. En dat je dan niets hoeft, zodat je op het ritme van de regen nog lekker een beetje door kan soezen in je bed. Heerlijk.
10. Sinterklaas komt er weer bijna aan!
11. De kinderboekenweek ook (ik slinger mijn infantiele kant even ongegeneerd het web op, maar ik vind dat dus gewoon echt leuk!)
12. Thuis cocoonen met liters thee, stapels boeken of tien potjes scrabble achtereen is niet langer suf en stom en terrasontvluchtend gedrag, maar gewoon algemeen geaccepteerd.
13. Boerenkool met spekjes en worst. Hutspot. Erwtensoep. Pannenkoeken. Need I say more?
14. Een walhalla van gezelligheid, kortom. En ik hou daarvan.

Wat ik hiermee wil zeggen: laat die herfst nou maar gewoon komen.
Ik ben er klaar voor!

woensdag 2 september 2009

Causale showbizzverbanden

Zo nu en dan pak ik een stukje showbizznieuws mee. Gewoon even kijken hoe het met de BN'ers gaat. Momenteel maak ik me bijvoorbeeld een beetje zorgen over Gordon. Eerst las ik op nu.nl/achterklap dat hij bijna geëindigd was als Michael Jackson, en vervolgens is er een radiostilte van jewelste ingetreden, Gordongewijs. Dat geeft te denken. Hij leeft toch nog wel?

Soms is showbizznieuws ook ronduit verrassend. Vandaag bijvoorbeeld. De kop luidde: “Beslag op villa Marco Borsato”.

Nu brengt dat mij op zich niet zo van mijn stuk. Wat me verbaasde, was dat ik in luttele seconden de oorzaak van dit debacle wist te achterhalen, zónder me verder te verdiepen in Marco. Het was puur een kwestie van koppelen, van 1 + 1 = 2, van causale verbanden doorgronden.

Afgelopen zaterdag zag ik namelijk een promospot van Paul de Leeuw, voor zijn nieuwe programma ‘Lieve Paul’. Daarin vertelde hij wat hij zoal uitspookt op zijn vrije dagen. Hij is dan vooral papa en gaat met zijn zoons op pad. Maar wat hij dan óók graag mag doen, is – en nou komt-ie, and I quote – “Hysterisch pannenkoeken bakken”.

Ja, daar heb je het al.

Paul en Marco zijn namelijk vrienden. En dat niet alleen, ze wonen ook nog eens dicht bij elkaar in de buurt. Dus toen ik hoorde van het hysterisch pannenkoeken bakken, verscheen er eerst nog een diepe denkrimpel in mijn voorhoofd. “Hoe doe je dat dan hysterisch”, vroeg ik me af. Maar nu ik weet dat het beslag op Marco’s villa zit, snap ik het precies.

Die Paul gaat inderdaad wel flink tekeer zeg. Pfoeh.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...