Ik heb een grote stap gezet in mijn leven.
Dit begon met een vlaag van verstandsverbijstering. Ineens had ik het idee in mijn hoofd om (misschien, wellicht) te gaan sporten. Dat klinkt als iets heel gewoons, maar voor mij is het bijzonder. Als ik de keuze heb tussen sporten of op de bank een boek lezen en onderwijl muffins naar binnen stouwen, dan kies ik toch voor het laatste. Maar ja, sporten is gezonder dan muffins verorberen. Daarom wilde ik (misschien, wellicht) gaan sporten.
Allereerst heb ik mijn computer opgestart en ben ik gaan google'en naar een sportschool in de buurt. Want ik dacht: ik ga dus niet eerst een half uur fietsen, dan een uur sporten en dan weer een half uur fietsen. Ik ben gekke Henkie niet. Google bracht mij in contact met een sportschool in de buurt. Daar ben ik toen eerst eens langs gefietst om te checken hoe ver de afstand huis-sportschool precies was. Die was acceptabel. Vandaag ben ik daarom binnen gegaan en heb ik een intake gehad, waarbij ik mezelf niet beter voordeed dan ik ben. ("ik ben zo flexibel als gewapend beton, ik ben nog één muffin verwijderd van ernstige obesitas* en ik háát sporten.")
Ik krijg als steuntje in de rug en stok achter de deur een soort personal trainer. Klinkt decadent, maar anders komt er gewoon niets van. Of ik begin heel fanatiek maar dan donder ik van de hometrainer of laat ik de loopband op hol slaan. Zulke dingen overkomen mij nou eenmaal. Het is dus voor iedereen beter dat er iemand over mijn schouder meekijkt. Bovendien is zo'n training vier keer effectiever dan gewoon fitnessen. Dat werkt motiverend.
Maar toch. Ik moet nog een beetje aan het idee wennen.
Ik.
In een sportschool.
Laat dat beeld maar even rustig op je inwerken. Ik kom hier nog op terug.
*Dat is niet waar hoor. Er zijn mensen die vinden dat ik niet mag zeiken over mijn buik ("jij hébt helemaal geen buik"), maar ik had gewoon leuke buikgrapjes bedacht en ja, die wil ik dan ook maken. Uiteindelijk bleek dat dus beter voor mijn ego dan voorzien.
zaterdag 31 januari 2009
dinsdag 27 januari 2009
Een heks, maar wel een lieve
Gisteravond is een eigenschap van mij aan het licht gekomen waar ik niet trots op ben, maar die er dus wel in zit. Namelijk deze: ik ben af en toe echt een jaloerse heks. Niet in materieel opzicht, nee, het gaat om sociale jaloezie en om liefdesjaloezie. Wat dat betreft kan ik erg afgunstig zijn, en vooral ook heel doemdenkend.
De casus is als volgt: iemand die ik liefheb gaat naar de sauna met een andere vrouw. In eerste instantie reageerde ik natuurlijk heel nonchalant, maar ondertussen begon er wel een groen monstertje aan mijn binnenste te knagen. Hij knaagde niet hard, maar net hard genoeg. Dat bleef niet onopgemerkt.
Terwijl ik dus heel casual reageerde en het knagende groene monstertje probeerde te negeren, werd ik wat stiller. Daarna begon ik een heel klein beetje te pruilen. Ik kroop dichter tegen hem aan. Tot slot zette ik dit gesticuleren kracht bij door een vraag te stellen waarmee ik mijn onzekerheid onomwonden de huiskamer in slingerde. Ik vroeg zoiets als: “Maar blijf je dan wel van haar af?“ Ik kreeg een ietwat verbaasde blik. Hij bezwoer me dat hij van haar af zou blijven. Waarop ik natuurlijk vroeg of zij dan ook van hem af zou blijven. Ook dat werd me bezworen.
Mijn probleem is dat ik zulk soort dingen te veel visualiseer.
Ineens had hij me door. Hij fluisterde in mijn oor: “Je bent een beetje jaloers!” Beschaamd mompelde ik “ja”, omdat dat zo was en omdat ik dat stom vond. Want ik weet heus wel dat ik niet jaloers hoef te zijn. Dit werd mij nog eens bevestigd in zijn reactie: “Ach wat scháttig!” De rest van de avond zei hij nog een paar keer dat hij het zo lief vond. Het hielp niet veel.
Ik weet dat het vooral in mijn eigen hoofd zit, maar een blote vrouw in zijn nabijheid, niet zijnde ik, dat kost me gewoon een beetje moeite. Ook al blijven ze van elkaar af.
Zo word ik dus een jaloerse heks. Een lieve, dat wel. Maar dat laat onverlet dat als iemand mij ooit besodemietert, ik diegene levenslang met passie zal haten. Ik denk hierbij ook aan iets met een hoofd op een staak in mijn ene en een brandende fakkel in mijn andere hand.
Maar ook dat visualiseer ik misschien iets te veel.
De casus is als volgt: iemand die ik liefheb gaat naar de sauna met een andere vrouw. In eerste instantie reageerde ik natuurlijk heel nonchalant, maar ondertussen begon er wel een groen monstertje aan mijn binnenste te knagen. Hij knaagde niet hard, maar net hard genoeg. Dat bleef niet onopgemerkt.
Terwijl ik dus heel casual reageerde en het knagende groene monstertje probeerde te negeren, werd ik wat stiller. Daarna begon ik een heel klein beetje te pruilen. Ik kroop dichter tegen hem aan. Tot slot zette ik dit gesticuleren kracht bij door een vraag te stellen waarmee ik mijn onzekerheid onomwonden de huiskamer in slingerde. Ik vroeg zoiets als: “Maar blijf je dan wel van haar af?“ Ik kreeg een ietwat verbaasde blik. Hij bezwoer me dat hij van haar af zou blijven. Waarop ik natuurlijk vroeg of zij dan ook van hem af zou blijven. Ook dat werd me bezworen.
Mijn probleem is dat ik zulk soort dingen te veel visualiseer.
Ineens had hij me door. Hij fluisterde in mijn oor: “Je bent een beetje jaloers!” Beschaamd mompelde ik “ja”, omdat dat zo was en omdat ik dat stom vond. Want ik weet heus wel dat ik niet jaloers hoef te zijn. Dit werd mij nog eens bevestigd in zijn reactie: “Ach wat scháttig!” De rest van de avond zei hij nog een paar keer dat hij het zo lief vond. Het hielp niet veel.
Ik weet dat het vooral in mijn eigen hoofd zit, maar een blote vrouw in zijn nabijheid, niet zijnde ik, dat kost me gewoon een beetje moeite. Ook al blijven ze van elkaar af.
Zo word ik dus een jaloerse heks. Een lieve, dat wel. Maar dat laat onverlet dat als iemand mij ooit besodemietert, ik diegene levenslang met passie zal haten. Ik denk hierbij ook aan iets met een hoofd op een staak in mijn ene en een brandende fakkel in mijn andere hand.
Maar ook dat visualiseer ik misschien iets te veel.
vrijdag 23 januari 2009
De as en het kwaad
Ik vertrouw mijn oven en mijn buurman niet meer. De problemen staan in principe los van elkaar, maar als ze elkaars bestaan te weten komen dan kan dat desastreuze gevolgen hebben. Ook voor jou, beste lezer. Een blog vol drama, intrige en een dubbele moord.
Laat ik beginnen met mijn oven. Die heeft een tijdje terug geheel uit eigen beweging twee afbakbroodjes gecremeerd. Ik had ze in de oven gelegd, temperatuur ingesteld (goed), tijd ingesteld (ook goed), maar toen de broodjes nog een paar minuten moesten, kwam er ineens zwarte rook uit de oven. De broodjes hadden een dito kleurtje en waren dus oneetbaar. Ik vervolmaakte de crematie door de as uit te strooien over het aanrecht, kiepte de niet-verbrande resten in de vuilbak en had toen ineens een eetprobleem.
In de weken daarna heb ik de oven af en toe achterdochtig aangekeken, maar er voor de zekerheid geen voedsel meer in opgewarmd. Tot vanavond, ik vond dat ik het toch maar eens moest proberen. Hoe langer je het uitstelt, hoe lastiger het immers wordt. Voor je het weet ben je fobisch voor je eigen oven. Dus ik aan de slag met lasagnette. Een half uur lang zat ik met argusogen naar de oven te staren. Bij elk prutteltje dat uit de ovenschaal klonk, dacht ik: “Zie je! Nou gaan we het krijgen!” Ik heb ook nog een paar keer het deurtje geopend om een geurcheck te doen. Het rook iedere keer naar lasagnette, maar door mijn achterdocht meende ik toch ook steeds een brandlucht te ruiken. Uiteindelijk heb ik ongeflambeerde lasagnette gegeten, dus het lijkt nu alsof alles toch nog goed is gekomen. Maar schijn bedriegt: tussen mij en de oven is het nog steeds niet wat het was. We denken over relatietherapie.
Dan de buurman. Die is geronseld voor Al Qaida. Eerst dacht ik dat hij gewoon een nieuw computerspel had met veel pief paf poef, maar er klinken nu echt bizar veel schietgeluiden uit mijn vloer. Tussen het schieten door hoor ik steeds een onverstaanbare mannenstem die instructies geeft. Daarna opnieuw schieten, of explosies, dat gebeurt ook. Ik heb daar eens over nagedacht en de conclusie getrokken dat hij een simulator in huis heeft voor de grondige voorbereiding van een aanslag. Inclusief handige tips & trics van Osama bin L. himself. Reden genoeg voor wantrouwen, me dunkt.
Ik moet mijn buurman dus uit de buurt van mijn oven houden. Mijn oven heeft per slot van rekening al een dubbele moord op zijn geweten, dus hij heeft het in zich om massavernietigingswapen te worden. Daarom mag mijn buurman niet meer op mijn feestje komen en problemen met internet los ik voortaan ook wel zelf op. Je kan niet voorzichtig genoeg zijn met die dingen.
Dan nu een leuke uitsmijter met een oven en een buurman, en iets met de as van het kwaad ofzo. Wie biedt? Ik weet even niks. (’t is niks ernstigs hoor. Gewoon een uitsmijtergerelateerde black-out).
Laat ik beginnen met mijn oven. Die heeft een tijdje terug geheel uit eigen beweging twee afbakbroodjes gecremeerd. Ik had ze in de oven gelegd, temperatuur ingesteld (goed), tijd ingesteld (ook goed), maar toen de broodjes nog een paar minuten moesten, kwam er ineens zwarte rook uit de oven. De broodjes hadden een dito kleurtje en waren dus oneetbaar. Ik vervolmaakte de crematie door de as uit te strooien over het aanrecht, kiepte de niet-verbrande resten in de vuilbak en had toen ineens een eetprobleem.
In de weken daarna heb ik de oven af en toe achterdochtig aangekeken, maar er voor de zekerheid geen voedsel meer in opgewarmd. Tot vanavond, ik vond dat ik het toch maar eens moest proberen. Hoe langer je het uitstelt, hoe lastiger het immers wordt. Voor je het weet ben je fobisch voor je eigen oven. Dus ik aan de slag met lasagnette. Een half uur lang zat ik met argusogen naar de oven te staren. Bij elk prutteltje dat uit de ovenschaal klonk, dacht ik: “Zie je! Nou gaan we het krijgen!” Ik heb ook nog een paar keer het deurtje geopend om een geurcheck te doen. Het rook iedere keer naar lasagnette, maar door mijn achterdocht meende ik toch ook steeds een brandlucht te ruiken. Uiteindelijk heb ik ongeflambeerde lasagnette gegeten, dus het lijkt nu alsof alles toch nog goed is gekomen. Maar schijn bedriegt: tussen mij en de oven is het nog steeds niet wat het was. We denken over relatietherapie.
Dan de buurman. Die is geronseld voor Al Qaida. Eerst dacht ik dat hij gewoon een nieuw computerspel had met veel pief paf poef, maar er klinken nu echt bizar veel schietgeluiden uit mijn vloer. Tussen het schieten door hoor ik steeds een onverstaanbare mannenstem die instructies geeft. Daarna opnieuw schieten, of explosies, dat gebeurt ook. Ik heb daar eens over nagedacht en de conclusie getrokken dat hij een simulator in huis heeft voor de grondige voorbereiding van een aanslag. Inclusief handige tips & trics van Osama bin L. himself. Reden genoeg voor wantrouwen, me dunkt.
Ik moet mijn buurman dus uit de buurt van mijn oven houden. Mijn oven heeft per slot van rekening al een dubbele moord op zijn geweten, dus hij heeft het in zich om massavernietigingswapen te worden. Daarom mag mijn buurman niet meer op mijn feestje komen en problemen met internet los ik voortaan ook wel zelf op. Je kan niet voorzichtig genoeg zijn met die dingen.
Dan nu een leuke uitsmijter met een oven en een buurman, en iets met de as van het kwaad ofzo. Wie biedt? Ik weet even niks. (’t is niks ernstigs hoor. Gewoon een uitsmijtergerelateerde black-out).
woensdag 21 januari 2009
Snacken met succes
Mensenkinders, ik kwam er ineens achter dat ze op kantoor een tjakkamentaliteit hebben. Dat stond niet in de folder!
We hadden gisteren afdelingsoverleg en daar hoorde ik dat de burgemeester graag heeft dat successen benadrukt worden. Daarom moeten in overleggen zoals dat van ons drie succespunten benoemd worden. Een collega die had aangezeten bij het overleg van een andere afdeling wist zelfs te vertellen dat ze daar een rondje ‘successen’ hadden gedaan.
Ik vind dat niet echt wat. Het is heus prima om je successen te benoemen, maar door zo expliciet te benadrukken dat je dat doet, vind ik het een beetje een setting van “kijk ons een positief zijn met z’n allen”. In mijn optiek moet zoiets spontaan gaan en niet dat je for the burgemeesters sake dan maar weer successen gaat verzinnen. Ik denk dat ik ook heel flauw zou gaan doen als het aan mij was in zo’n rondje. Iets in de trant van: “Het is al 12.23 uur en ik heb nog geen ladder in mijn panty”.
Iemand stelde voor om de kaassoufflés die bij het overleg geserveerd werden een succes te noemen. Was ik het ook niet mee eens. Het was de tweede keer in mijn leven dat ik voorzichtig aan een kaassoufflé knaagde. De eerste keer had ik geconstateerd dat ik kaassoufflé niet lekker vind en ik wilde even checken of dat nog steeds zo was. En jawel.
Verder is het nog steeds heel leuk op mijn werk hoor. Dat daar geen misverstanden over bestaan. Alleen dit vind ik niet zon succes.
De volgende keer wil ik kroketten.
We hadden gisteren afdelingsoverleg en daar hoorde ik dat de burgemeester graag heeft dat successen benadrukt worden. Daarom moeten in overleggen zoals dat van ons drie succespunten benoemd worden. Een collega die had aangezeten bij het overleg van een andere afdeling wist zelfs te vertellen dat ze daar een rondje ‘successen’ hadden gedaan.
Ik vind dat niet echt wat. Het is heus prima om je successen te benoemen, maar door zo expliciet te benadrukken dat je dat doet, vind ik het een beetje een setting van “kijk ons een positief zijn met z’n allen”. In mijn optiek moet zoiets spontaan gaan en niet dat je for the burgemeesters sake dan maar weer successen gaat verzinnen. Ik denk dat ik ook heel flauw zou gaan doen als het aan mij was in zo’n rondje. Iets in de trant van: “Het is al 12.23 uur en ik heb nog geen ladder in mijn panty”.
Iemand stelde voor om de kaassoufflés die bij het overleg geserveerd werden een succes te noemen. Was ik het ook niet mee eens. Het was de tweede keer in mijn leven dat ik voorzichtig aan een kaassoufflé knaagde. De eerste keer had ik geconstateerd dat ik kaassoufflé niet lekker vind en ik wilde even checken of dat nog steeds zo was. En jawel.
Verder is het nog steeds heel leuk op mijn werk hoor. Dat daar geen misverstanden over bestaan. Alleen dit vind ik niet zon succes.
De volgende keer wil ik kroketten.
maandag 19 januari 2009
Anne als nonconformist
Het is vandaag de derde maandag van het jaar en die staat sedert enkele jaren in de boeken als “meest depressieve dag van het jaar”. Daar zijn drie redenen voor:
1. Het weer is grauw
2. Het geld is op
3. De goede voornemens zijn mislukt
Ik kwam er pas in de loop van de ochtend achter dat ik me vandaag gedeprimeerd moest voelen, maar toen was dat al jammerlijk mislukt. Dat het weer grauw is, dat was vanochtend een waarneembaar feit. Momenteel baadt Kantoor echter in het zonlicht. Goed, het waait wel heel hard, maar grauw kan ik het niet noemen.
Dat mijn geld op is, dat is grote onzin. In dat opzicht ben en blijf ik een Zeeuw van het zuiverste water. Zo eentje van “geen cent tevéé” en “ons bin zunig”. Dus ogenschijnlijk strooi ik met euro’s dat het een aard heeft, maar de oude sok ontbreekt niet in mijn huishouden. Voor een verdere inzage in mijn financiële toestand verwijs ik u naar mijn agent. Maar mijn geld is dus niet op, dat mag duidelijk zijn.
Goede voornemens had ik niet. Een goed voornemen heeft als kenmerk dat de maker ervan heel stellig zegt “ik ga” of “ik ga niet meer”. Alles wat dit jaar bij mij in de richting van een goed voornemen ging, begon met “ik denk erover om”, of “wellicht kan ik eens proberen”. Nou, en dat heb ik toen gedaan, of niet, maar dat zal mij verder worst zijn. Rare uitdrukking is dat eigenlijk, “het zal mij worst zijn”. (mental note: zoek daar eens een etymologische verklaring voor)
Verder stuiter ik al de hele dag als een blij ei door het leven. Dat komt onder andere door een gezellig weekend bij jarige Ella (felicitaties in de comments, die leest zij ook!) en een fijne zondagavond. Als klap op de vuurpijl heb ik mij vanochtend gewassen met een naar crème brûlée geurend douchespulletje, waardoor ik me al de hele dag een toetje voel.
Ergo: ik voel mij eerder manisch dan depressief. En ik had zo bedacht dat ik dat best eens zo kan laten, want het voelt heel natuurlijk.
Heb ik potdorie tóch nog een goed voornemen.
1. Het weer is grauw
2. Het geld is op
3. De goede voornemens zijn mislukt
Ik kwam er pas in de loop van de ochtend achter dat ik me vandaag gedeprimeerd moest voelen, maar toen was dat al jammerlijk mislukt. Dat het weer grauw is, dat was vanochtend een waarneembaar feit. Momenteel baadt Kantoor echter in het zonlicht. Goed, het waait wel heel hard, maar grauw kan ik het niet noemen.
Dat mijn geld op is, dat is grote onzin. In dat opzicht ben en blijf ik een Zeeuw van het zuiverste water. Zo eentje van “geen cent tevéé” en “ons bin zunig”. Dus ogenschijnlijk strooi ik met euro’s dat het een aard heeft, maar de oude sok ontbreekt niet in mijn huishouden. Voor een verdere inzage in mijn financiële toestand verwijs ik u naar mijn agent. Maar mijn geld is dus niet op, dat mag duidelijk zijn.
Goede voornemens had ik niet. Een goed voornemen heeft als kenmerk dat de maker ervan heel stellig zegt “ik ga” of “ik ga niet meer”. Alles wat dit jaar bij mij in de richting van een goed voornemen ging, begon met “ik denk erover om”, of “wellicht kan ik eens proberen”. Nou, en dat heb ik toen gedaan, of niet, maar dat zal mij verder worst zijn. Rare uitdrukking is dat eigenlijk, “het zal mij worst zijn”. (mental note: zoek daar eens een etymologische verklaring voor)
Verder stuiter ik al de hele dag als een blij ei door het leven. Dat komt onder andere door een gezellig weekend bij jarige Ella (felicitaties in de comments, die leest zij ook!) en een fijne zondagavond. Als klap op de vuurpijl heb ik mij vanochtend gewassen met een naar crème brûlée geurend douchespulletje, waardoor ik me al de hele dag een toetje voel.
Ergo: ik voel mij eerder manisch dan depressief. En ik had zo bedacht dat ik dat best eens zo kan laten, want het voelt heel natuurlijk.
Heb ik potdorie tóch nog een goed voornemen.
donderdag 15 januari 2009
Een issue met een glasscherf
Nog even over wijlen mijn bedlampje.
Zoals ik jullie al vertelde, trof ik zijn lijk met een gat in de romp aan op de verwarming. Op de plek van het gat zat echter eerst altijd glas. En wat nou zo gek is: dat glas kan ik nu nergens meer vinden.
In potentie is dat natuurlijk levensgevaarlijk, want die glasscherf moet wel ergens zijn. Nu kan het dus gebeuren dat ik op een zeker moment met mijn blote voet in die scherf trap en dan enorm uit de betreffende voet ga gutsen. De gevolgen zijn dan niet te overzien, want ik ben nogal vaak alleen als ik blootsvoets door mijn huis banjer, dus dan is er niemand die mij kan helpen (denk aan: naar de EHBO brengen, reanimeren en/of een traumahelikopter bellen). Want het is een grote scherf, dus hij zal ook groot leed berokkenen.
Het andere scenario is dat ik niet alleen ben als de glasscherf tevoorschijn komt, en dat iemand anders de scherf dan in zijn voet krijgt. Dan wordt het helemaal vervelend, want ik heb geen WA verzekering. Nou ja, het is natuurlijk ook gewoon vervelend voor diegene, want een opengereten voetzool is niet fijn.
Er moet dus een oplossing komen. Een speurtocht naar de scherf door iemand anders dan mijzelf is een optie (ik heb zelf namelijk al gespeurd en niks gevonden). Of een oppas, zodat ik tenminste niet alleen ben als de scherf zich in mijn voetzool boort. Of een alarmknop van de thuiszorg, zodat ik die kan alarmeren als het drama zich voltrekt.
Overigens heb ik de leegte die mijn lampje heeft achtergelaten inmiddels alweer opgevuld. Gisteravond zijn we naar Ikea gegaan en heb ik een plaatsvervanger gekocht. Ook heb ik daar besloten dat ik later nooit rijdende en draaiende stoelen bij mijn eettafel wil, omdat ik daar een beetje hyper van word. Ik vind het eigenlijk wel jammer dat we ons idee om een stoelenrace door het restaurant te houden niet hebben uitgevoerd.
Maar goed, daar gaat het nu niet om. Ik heb een issue met een glasscherf en dat vraagt de nodige aandacht. Mocht één van jullie een idee hebben om mijn slaapkamer weer veilig te maken, dan hoor ik dat graag.
Wordt vervolgd, denk ik.
Zoals ik jullie al vertelde, trof ik zijn lijk met een gat in de romp aan op de verwarming. Op de plek van het gat zat echter eerst altijd glas. En wat nou zo gek is: dat glas kan ik nu nergens meer vinden.
In potentie is dat natuurlijk levensgevaarlijk, want die glasscherf moet wel ergens zijn. Nu kan het dus gebeuren dat ik op een zeker moment met mijn blote voet in die scherf trap en dan enorm uit de betreffende voet ga gutsen. De gevolgen zijn dan niet te overzien, want ik ben nogal vaak alleen als ik blootsvoets door mijn huis banjer, dus dan is er niemand die mij kan helpen (denk aan: naar de EHBO brengen, reanimeren en/of een traumahelikopter bellen). Want het is een grote scherf, dus hij zal ook groot leed berokkenen.
Het andere scenario is dat ik niet alleen ben als de glasscherf tevoorschijn komt, en dat iemand anders de scherf dan in zijn voet krijgt. Dan wordt het helemaal vervelend, want ik heb geen WA verzekering. Nou ja, het is natuurlijk ook gewoon vervelend voor diegene, want een opengereten voetzool is niet fijn.
Er moet dus een oplossing komen. Een speurtocht naar de scherf door iemand anders dan mijzelf is een optie (ik heb zelf namelijk al gespeurd en niks gevonden). Of een oppas, zodat ik tenminste niet alleen ben als de scherf zich in mijn voetzool boort. Of een alarmknop van de thuiszorg, zodat ik die kan alarmeren als het drama zich voltrekt.
Overigens heb ik de leegte die mijn lampje heeft achtergelaten inmiddels alweer opgevuld. Gisteravond zijn we naar Ikea gegaan en heb ik een plaatsvervanger gekocht. Ook heb ik daar besloten dat ik later nooit rijdende en draaiende stoelen bij mijn eettafel wil, omdat ik daar een beetje hyper van word. Ik vind het eigenlijk wel jammer dat we ons idee om een stoelenrace door het restaurant te houden niet hebben uitgevoerd.
Maar goed, daar gaat het nu niet om. Ik heb een issue met een glasscherf en dat vraagt de nodige aandacht. Mocht één van jullie een idee hebben om mijn slaapkamer weer veilig te maken, dan hoor ik dat graag.
Wordt vervolgd, denk ik.
dinsdag 13 januari 2009
Op verzoek: mijn nieuwe werk
Het wordt tijd dat ik eens wat schrijf over mijn nieuwe werk. Dat heb ik niet zelf verzonnen, nee, het werd me voor de voeten geworpen door een vriendin. “We kunnen álles lezen op je weblog”, mopperde ze, “Maar over je nieuwe werk kom je niet verder dan ‘het is leuk’. Terwijl ik dáár nou juist nieuwsgierig naar ben!”
Ik zag dat punt wel. Daarom vandaag in dit theater: mijn nieuwe werk.
Het is dus leuk!! Maar echt! Voorafgaand aan mijn eerste werkdag probeerde ik mijn eigen enthousiasme steeds te temperen (‘eerst maar eens zien hoe het daar is’), maar dat viel niet mee. Als je net uit het voorportaal van de hel bent ontsnapt – zoals ik – is het misschien ook wel logisch dat je denkt dat het vanaf dan alleen maar beter kan worden.
Gelukkig blijkt het ook echt beter te zijn. Op de eerste dag wilde ik al door mijn kantoor dansen, omdat ik er achter kwam dat ze hier geen prikklok hebben. Misschien denk je dat een prikklok geen ramp is, maar God en ik weten hoe druk ik mij over dat ding heb gemaakt. Vooral ook omdat in het voorportaal van de hel de prikklok als machtsmiddel werd gebruikt, maar ook een hoop fraude in de hand werkte. Ik kan dit uitleggen, maar dat ga ik nu niet doen.
Op mijn nieuwe werk heb ik collega’s die aardig zijn en gezellig en met wie je kan lachen en die dan óók nog koffie voor je halen. In dit laatste zit wel een tweerichtingsverkeeraspect, ik moet namelijk af en toe ook koffie voor hen halen, maar dat doe ik met plezier.
In mijn kantoor is het gemiddeld 23 graden. Ik heb hier ook een kamergenote en dat drukte de feestvreugde nog bijna. Het toeval wil namelijk dat zij ook last heeft van opvliegers. In eerste instantie was dit een schok van formaat, totdat ik ontdekte hoe zij dit ongemak hanteert. Zij vráágt of het raam even open mag, en als ik dan ‘ja’ zeg, dan zet ze het raam een héél klein stukje open. Vervolgens zegt ze: ‘Als het te gek wordt, moet je aan de bel trekken hoor.’ Dan zeg ik weer ‘ja’, maar tot nu toe kreeg zij het steeds eerder koud dan ik. Zo kan het dus ook! Oké, eerlijk is eerlijk, ik heb natuurlijk wel zéér geanimeerd verteld over Captain Iglo, maar niet op een intimiderende manier, dus ik denk dat het er niets mee te maken heeft.
Verdere pluspunten zijn het werk an sich (meer & leuker), het kantoor en de sfeer als geheel. Ik zal hier wel wennen.
Tot zover mijn nieuwe werk. Mocht ik webloggewijs nog meer steken hebben laten vallen, laat me dat dan even weten. Dan word ik wel even weblogjukebox en schrijf ik stukjes op verzoek. Dat is een tijdelijke aanbieding hoor, dus wees er snel bij!
Ik zag dat punt wel. Daarom vandaag in dit theater: mijn nieuwe werk.
Het is dus leuk!! Maar echt! Voorafgaand aan mijn eerste werkdag probeerde ik mijn eigen enthousiasme steeds te temperen (‘eerst maar eens zien hoe het daar is’), maar dat viel niet mee. Als je net uit het voorportaal van de hel bent ontsnapt – zoals ik – is het misschien ook wel logisch dat je denkt dat het vanaf dan alleen maar beter kan worden.
Gelukkig blijkt het ook echt beter te zijn. Op de eerste dag wilde ik al door mijn kantoor dansen, omdat ik er achter kwam dat ze hier geen prikklok hebben. Misschien denk je dat een prikklok geen ramp is, maar God en ik weten hoe druk ik mij over dat ding heb gemaakt. Vooral ook omdat in het voorportaal van de hel de prikklok als machtsmiddel werd gebruikt, maar ook een hoop fraude in de hand werkte. Ik kan dit uitleggen, maar dat ga ik nu niet doen.
Op mijn nieuwe werk heb ik collega’s die aardig zijn en gezellig en met wie je kan lachen en die dan óók nog koffie voor je halen. In dit laatste zit wel een tweerichtingsverkeeraspect, ik moet namelijk af en toe ook koffie voor hen halen, maar dat doe ik met plezier.
In mijn kantoor is het gemiddeld 23 graden. Ik heb hier ook een kamergenote en dat drukte de feestvreugde nog bijna. Het toeval wil namelijk dat zij ook last heeft van opvliegers. In eerste instantie was dit een schok van formaat, totdat ik ontdekte hoe zij dit ongemak hanteert. Zij vráágt of het raam even open mag, en als ik dan ‘ja’ zeg, dan zet ze het raam een héél klein stukje open. Vervolgens zegt ze: ‘Als het te gek wordt, moet je aan de bel trekken hoor.’ Dan zeg ik weer ‘ja’, maar tot nu toe kreeg zij het steeds eerder koud dan ik. Zo kan het dus ook! Oké, eerlijk is eerlijk, ik heb natuurlijk wel zéér geanimeerd verteld over Captain Iglo, maar niet op een intimiderende manier, dus ik denk dat het er niets mee te maken heeft.
Verdere pluspunten zijn het werk an sich (meer & leuker), het kantoor en de sfeer als geheel. Ik zal hier wel wennen.
Tot zover mijn nieuwe werk. Mocht ik webloggewijs nog meer steken hebben laten vallen, laat me dat dan even weten. Dan word ik wel even weblogjukebox en schrijf ik stukjes op verzoek. Dat is een tijdelijke aanbieding hoor, dus wees er snel bij!
maandag 12 januari 2009
De ondraaglijke lichtheid van het bestaan
Al tijden hadden dingen hun gewone loop in mijn huisje. Alles deed wat het moest doen, de zieltogende orchideeën klampten zich met ongeëvenaarde overlevingsdrang aan de strohalm des levens vast, het vaatwerk bleef intact. Kortom: ik had niks te klagen.
Waarschijnlijk heb ik deze positieve flow als iets te vanzelfsprekend ervaren, waardoor ik te weinig aandacht besteedde aan het psychisch welzijn van mijn bedlampje. Ik had misschien eens een gesprekje met hem moeten aanknopen, van mens tot lampje, over hoe hij zich voelde. Dan had ik geweten dat het helemaal niet zo goed met hem ging. Ik probeer me het drama dat zich dit weekend voltrokken heeft in mijn slaapkamer niet te persoonlijk aan te trekken, maar ik ben me er van bewust dat mij toch enige blaam treft.
Het gebeurde allemaal in de nacht van vrijdag op zaterdag. Eerst leek alles nog pais en vree te zijn, maar toen ineens gebeurde het. Mijn slaap werd ruw verstoord door iets dat naar beneden viel en het geluid van brekend glas. Geschrokken schoot ik overeind en omdat ik direct wilde weten wat er gebeurd was, tastte ik naar de schakelaar van mijn bedlampje. Die was verdwenen.
In grote haast tijgerde ik door mijn bed naar de knop van het grote licht en toen weer terug naar de Plaats Delict. Daar werd de waarheid mij onomwonden duidelijk. Mijn bedlampje lag op de verwarming, met een gat in zijn romp. Dood.
Nu heb ik in mijn leven heel wat afleveringen van Baantjer gezien, dus ik wist meteen hoe laat het was. “We hebben een zaak”, mompelde ik, terwijl ik het stoffelijk overschot van de verwarming pulkte. De zaak was echter niet zo ingewikkeld. Ik had gewoon meer belangstelling moeten hebben voor de zielenroerselen van mijn nachtlampje. Dan had ik geweten dat hij suïcidaal was. Dan had ik kunnen voorkomen dat hij in deze desastreuze nacht van de vensterbank zou springen.
Dan had ik nu nog een bedlampje gehad.
(Zielig verhaal hè?)
Waarschijnlijk heb ik deze positieve flow als iets te vanzelfsprekend ervaren, waardoor ik te weinig aandacht besteedde aan het psychisch welzijn van mijn bedlampje. Ik had misschien eens een gesprekje met hem moeten aanknopen, van mens tot lampje, over hoe hij zich voelde. Dan had ik geweten dat het helemaal niet zo goed met hem ging. Ik probeer me het drama dat zich dit weekend voltrokken heeft in mijn slaapkamer niet te persoonlijk aan te trekken, maar ik ben me er van bewust dat mij toch enige blaam treft.
Het gebeurde allemaal in de nacht van vrijdag op zaterdag. Eerst leek alles nog pais en vree te zijn, maar toen ineens gebeurde het. Mijn slaap werd ruw verstoord door iets dat naar beneden viel en het geluid van brekend glas. Geschrokken schoot ik overeind en omdat ik direct wilde weten wat er gebeurd was, tastte ik naar de schakelaar van mijn bedlampje. Die was verdwenen.
In grote haast tijgerde ik door mijn bed naar de knop van het grote licht en toen weer terug naar de Plaats Delict. Daar werd de waarheid mij onomwonden duidelijk. Mijn bedlampje lag op de verwarming, met een gat in zijn romp. Dood.
Nu heb ik in mijn leven heel wat afleveringen van Baantjer gezien, dus ik wist meteen hoe laat het was. “We hebben een zaak”, mompelde ik, terwijl ik het stoffelijk overschot van de verwarming pulkte. De zaak was echter niet zo ingewikkeld. Ik had gewoon meer belangstelling moeten hebben voor de zielenroerselen van mijn nachtlampje. Dan had ik geweten dat hij suïcidaal was. Dan had ik kunnen voorkomen dat hij in deze desastreuze nacht van de vensterbank zou springen.
Dan had ik nu nog een bedlampje gehad.
(Zielig verhaal hè?)
zaterdag 10 januari 2009
IJsbloemen
Iedereen treft zo zijn eigen maatregelen in deze tijden van bittere kou. De één koopt schaatsen, de ander nieuwe handschoenen. De één legt een slaapzak in de auto 'voor het geval dat', de ander hangt vetbollen in de achtertuin opdat de vogeltjes de kou ook overleven. De één klaagt bij de huisbaas over de defecte verwarming (drie keer raden wie), de ander zet een nieuwe ventilator in de cv-ketel (niet de huisbaas, wel een door hem gestuurd 'mannetje').
Bij de groenvoorziening hier in mijn wijk hebben ze ook gedacht dat ze iets moesten ondernemen met het oog op de vorst. Ze belegden een vergadering, dronken een kan koffie leeg en zetten de opties op een rijtje. En toen hadden ze het! "Door die kou gaan mensen naar de lente verlangen", mijmerde de één. "Daar moeten we die mensen in tegemoetkomen", peinsde de ander.
En zo kon het gebeuren dat één of andere debiel besloten heeft om met dit weer plantenbakken met échte gele bloemetjes in de straat neer te pleuren. Levend kan ik ze niet noemen, dat zijn ze misschien wel geweest maar tegen de tijd dat ik de flora opmerkte was alles al morsdood. En dat verbaasde me niks. De meeste bloemetjes zijn gewoon niet opgewassen tegen strenge vorst.
Nu is het wachten op het volgende goede idee van de groenvoorziening. Suggestie: ze kunnen de bloemetjes resoluut in de kliko flikkeren en de rest van de winter tevreden koffie gaan drinken. In de lente zien we dan wel weer verder. Is dat een deal? Fijn zo.
Bij de groenvoorziening hier in mijn wijk hebben ze ook gedacht dat ze iets moesten ondernemen met het oog op de vorst. Ze belegden een vergadering, dronken een kan koffie leeg en zetten de opties op een rijtje. En toen hadden ze het! "Door die kou gaan mensen naar de lente verlangen", mijmerde de één. "Daar moeten we die mensen in tegemoetkomen", peinsde de ander.
En zo kon het gebeuren dat één of andere debiel besloten heeft om met dit weer plantenbakken met échte gele bloemetjes in de straat neer te pleuren. Levend kan ik ze niet noemen, dat zijn ze misschien wel geweest maar tegen de tijd dat ik de flora opmerkte was alles al morsdood. En dat verbaasde me niks. De meeste bloemetjes zijn gewoon niet opgewassen tegen strenge vorst.
Nu is het wachten op het volgende goede idee van de groenvoorziening. Suggestie: ze kunnen de bloemetjes resoluut in de kliko flikkeren en de rest van de winter tevreden koffie gaan drinken. In de lente zien we dan wel weer verder. Is dat een deal? Fijn zo.
dinsdag 6 januari 2009
Ötziwaardige toestanden
Het is weer hommeles in huize Anne.
Vooral verwarmingsgewijs zijn het barre tijden. Terwijl de nachttemperaturen afzakken naar min vijftien, valt bij mij thuis om de haverklap de verwarming uit. Het grootste deel van de tijd ben ik bezig met het indrukken van de resetknop en het trachten te bereiken van mijn huisbaas, wat niet lukt.
Ik ben blij dat ik overdag gewoon kan werken (het is leuk! LEUK!), maar ja, een mens moet toch ook slapen en dat doe je nou eenmaal thuis in bed. Zodoende moet ik vroeg of laat altijd weer huiswaarts keren, alwaar de gevoelstemperatuur ongeveer gelijk ligt aan de buitentemperatuur. Ik vind dat maar niks en als ik erover wil snotteren, bevriezen de tranen op mijn wangen.
Gisteravond had J. nog geprobeerd om de boel aan de praat te krijgen, wat nog leek te lukken ook. Hij voerde de druk op, ontluchtte zo hier en daar wat en het wonder leek nog te geschieden ook. Helaas was deze vreugde van korte duur, want toen ik vanochtend mijn bed uit rolde, was de verwarming weer ijskoud. Dat was voor mij de spreekwoordelijke druppel, dus ik heb mijn tijd vanochtend besteed aan het bellen van mijn huisbaas. Die nam niet op. Aan het eind van de ochtend sms’te hij me wel ineens, over de verwarming. Omdat ik hem geen helderziende gave toedicht, vermoed ik dat mijn buurvrouw hem al door haar telefoon had getrokken voordat ik begon te bellen.
Wat hij sms’te was dit: “als de ketel niet doet en een code geeft met een punt erachter moet je mij de code doorgeven. Heb nu de luchtpijp los gehaald en cv doet het nu.”
Ik dacht: “Muh?!”
Ik ben verre van technisch, maar je gaat een toch al disfunctionerende ketel toch niet nog verder uit elkaar halen?! Het zal wel schelen dat ik die knakker voor geen cent vertrouw wat dit betreft (als J. het had gedaan dan had ik er waarschijnlijk meer fiducie in gehad), maar ik zet mijn vraagtekens bij het effect van deze handeling. De cv lijkt het wel vaker te doen, maar dat duurt altijd maar heel even.
Maar ik weet wat me te doen staat hoor, als het nu nog niet is verholpen. Dan nodig ik mijn huisbaas uit en sla ik hem de hersens in met een stalactiet.
Daar heb ik er tegenwoordig thuis namelijk toch genoeg van hangen.
Vooral verwarmingsgewijs zijn het barre tijden. Terwijl de nachttemperaturen afzakken naar min vijftien, valt bij mij thuis om de haverklap de verwarming uit. Het grootste deel van de tijd ben ik bezig met het indrukken van de resetknop en het trachten te bereiken van mijn huisbaas, wat niet lukt.
Ik ben blij dat ik overdag gewoon kan werken (het is leuk! LEUK!), maar ja, een mens moet toch ook slapen en dat doe je nou eenmaal thuis in bed. Zodoende moet ik vroeg of laat altijd weer huiswaarts keren, alwaar de gevoelstemperatuur ongeveer gelijk ligt aan de buitentemperatuur. Ik vind dat maar niks en als ik erover wil snotteren, bevriezen de tranen op mijn wangen.
Gisteravond had J. nog geprobeerd om de boel aan de praat te krijgen, wat nog leek te lukken ook. Hij voerde de druk op, ontluchtte zo hier en daar wat en het wonder leek nog te geschieden ook. Helaas was deze vreugde van korte duur, want toen ik vanochtend mijn bed uit rolde, was de verwarming weer ijskoud. Dat was voor mij de spreekwoordelijke druppel, dus ik heb mijn tijd vanochtend besteed aan het bellen van mijn huisbaas. Die nam niet op. Aan het eind van de ochtend sms’te hij me wel ineens, over de verwarming. Omdat ik hem geen helderziende gave toedicht, vermoed ik dat mijn buurvrouw hem al door haar telefoon had getrokken voordat ik begon te bellen.
Wat hij sms’te was dit: “als de ketel niet doet en een code geeft met een punt erachter moet je mij de code doorgeven. Heb nu de luchtpijp los gehaald en cv doet het nu.”
Ik dacht: “Muh?!”
Ik ben verre van technisch, maar je gaat een toch al disfunctionerende ketel toch niet nog verder uit elkaar halen?! Het zal wel schelen dat ik die knakker voor geen cent vertrouw wat dit betreft (als J. het had gedaan dan had ik er waarschijnlijk meer fiducie in gehad), maar ik zet mijn vraagtekens bij het effect van deze handeling. De cv lijkt het wel vaker te doen, maar dat duurt altijd maar heel even.
Maar ik weet wat me te doen staat hoor, als het nu nog niet is verholpen. Dan nodig ik mijn huisbaas uit en sla ik hem de hersens in met een stalactiet.
Daar heb ik er tegenwoordig thuis namelijk toch genoeg van hangen.
zaterdag 3 januari 2009
2009, in den beginne
Gelukkig nieuwjaar allemaal!! Het is 2009, we mogen de hele kerstsantekraam weer opruimen en we zakken weer in ons normale ritme. Dat vind ik een goed iets.
Uw verslaggeefster heeft, zoals reeds aangekondigd, de jaarwisseling in Londen gevierd. De laatste dag van het jaar konden we ons in eerste instantie niet voorstellen dat het 31 december was, maar toen het donker werd en wij gewapend met champagne, tenenwarmers en sterretjes ons hotel verlieten werd het ineens toch buikkriebelveroorzakend echt.
Die tenenwarmers waren een gift van de vader van Marjolein en bleken een uitvinding van krijgskundige aard. Toen we ons oudejaarsavondmaal gebruikten, zweetten we peentjes. Later zaten we voor een bankje (want op het bankje was geen plek meer) met uitzicht op the London Eye en was het zweten achter de rug, maar hebben we het ook niet onoverkomelijk koud gekregen. Het lange wachten kon beginnen.
En o, het was lang, dat wachten. 5,5 uur moesten we geduld hebben. Gelukkig konden we elkaar goed vermaken. Met zinloze goede voornemens ("ik ga me stijlvoller kleden" (ik) en "ik ga niet meer verliefd zijn op X"(Marjolein)) en liedjes zingen ("Mamaaa, oehoehoe") doodden we de tijd. Om 23 uur wensten wij elkaar een gelukkig nieuwjaar in Nederland, en toen dat laatste uur in Londen eenmaal was ingegaan, ging het ineens razendsnel. Voor we het wisten stond De Klok al op het Shellgebouw geprojecteerd en kon het aftellen beginnen. Five, four, three, two, one.... HAPPY NEW YEAR!!! Toen natuurlijk de zoenen en de champagne (recht uit de fles, want mijn plastic wijndrinkaccesoires* waren heus niet handig) en genieten en oh' en en ah' en over het magistrale vuurwerk. Het was met recht het allermooiste vuurwerk dat ik in mijn hele leven live heb gezien.
"Als het al zo mooi begint, kan het niet fout gaan dit jaar!" riep ik uitzinnig. "Make it a good one", zette ik in een sms'je.
Het is 2009. Ik ben er klaar voor.
*ik vond het niet gepast om deze objecten wijnglazen te noemen, want plastic glazen klinkt net als kartonnen blikjes. Vandaar het woord wijndrinkaccesoires.
Uw verslaggeefster heeft, zoals reeds aangekondigd, de jaarwisseling in Londen gevierd. De laatste dag van het jaar konden we ons in eerste instantie niet voorstellen dat het 31 december was, maar toen het donker werd en wij gewapend met champagne, tenenwarmers en sterretjes ons hotel verlieten werd het ineens toch buikkriebelveroorzakend echt.
Die tenenwarmers waren een gift van de vader van Marjolein en bleken een uitvinding van krijgskundige aard. Toen we ons oudejaarsavondmaal gebruikten, zweetten we peentjes. Later zaten we voor een bankje (want op het bankje was geen plek meer) met uitzicht op the London Eye en was het zweten achter de rug, maar hebben we het ook niet onoverkomelijk koud gekregen. Het lange wachten kon beginnen.
En o, het was lang, dat wachten. 5,5 uur moesten we geduld hebben. Gelukkig konden we elkaar goed vermaken. Met zinloze goede voornemens ("ik ga me stijlvoller kleden" (ik) en "ik ga niet meer verliefd zijn op X"(Marjolein)) en liedjes zingen ("Mamaaa, oehoehoe") doodden we de tijd. Om 23 uur wensten wij elkaar een gelukkig nieuwjaar in Nederland, en toen dat laatste uur in Londen eenmaal was ingegaan, ging het ineens razendsnel. Voor we het wisten stond De Klok al op het Shellgebouw geprojecteerd en kon het aftellen beginnen. Five, four, three, two, one.... HAPPY NEW YEAR!!! Toen natuurlijk de zoenen en de champagne (recht uit de fles, want mijn plastic wijndrinkaccesoires* waren heus niet handig) en genieten en oh' en en ah' en over het magistrale vuurwerk. Het was met recht het allermooiste vuurwerk dat ik in mijn hele leven live heb gezien.
"Als het al zo mooi begint, kan het niet fout gaan dit jaar!" riep ik uitzinnig. "Make it a good one", zette ik in een sms'je.
Het is 2009. Ik ben er klaar voor.
*ik vond het niet gepast om deze objecten wijnglazen te noemen, want plastic glazen klinkt net als kartonnen blikjes. Vandaar het woord wijndrinkaccesoires.
Abonneren op:
Posts (Atom)
U Zei?! - Deel 36
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...
-
Die boeren en die vrouwen, die maken het me niet makkelijk dit jaar. Gisteren was het echt een saaie aflevering. Vorig seizoen was het heus ...
-
De donkere dagen voor kerst zijn weer alomtegenwoordig, met alle jingle bells en dromen over een witte kerst die daarbij horen. Winkelstrate...