maandag 29 december 2008

2008, een evaluatie

Vorig jaar schreef San op mijn kerstkaartje: “2008 wordt jouw jaar!” Ze blijkt een voorspellende gave te hebben. Het wás mijn jaar.

Ik ben in het diepe gesprongen, zonder eerst even met mijn grote teen te voelen of het water niet te koud was. Dat bleek ook niet nodig: het water was van een aangename temperatuur en mijn schoolslag ruim voldoende om te blijven drijven. 2008 begon leuk, werd nog leuker en nu aan het einde van dit jaar kan ik alleen maar hopen dat het in 2009 zo door zal gaan.

Verhuizen naar Den Haag bleek een schot in de roos. Een cursus theatersport ook. Ik heb mijn hobby en mijn nieuwe vrienden daar helemaal gevonden. Ik maakte leuke reisjes, mijn eerste literaire publicatie verscheen, de liefde heeft me niet geheel en al in de steek gelaten (maar Cupido moet wel wat beter leren mikken…) en ik voel me weer helemaal mezelf. Dat laatste maakt me onwaarschijnlijk blij.

Was het dan alleen maar Hoog Hosanna dit jaar? Nee, natuurlijk niet. Want dit jaar is Hanneke overleden. Voor haar is het misschien beter, ze was per slot van rekening erg ziek, maar zo’n fantastisch mens laat je niet zo makkelijk gaan... Haar optimisme en positieve levenshouding neem ik voortaan mee.

Omdat 2008 als geheel erg geslaagd was, heb ik besloten om er een uurtje langer van te genieten. Vanavond vertrek ik naar Londen, waar Marjolein op mij wacht. Daar vier ik dit jaar oud & nieuw.

Ik wens jullie allemaal een heel gelukkig 2009. Doe wat je hart je ingeeft, dan is het altijd goed.

zaterdag 27 december 2008

Captain Iglo

Nu de kerstdagen achter de rug zijn en de wereldvrede en het welbehagen weer een jaartje bij de ballen in de kerstdoos kunnen, ga ik mijn belofte inlossen en jullie wat vertellen over mijn werk in Rotterdam. De plek waar ik in een jaar tijd steeds meer het gevoel kreeg alsof ik met een roltoeter een crematie op moest fleuren. De plek waar men in een aanhoudende “nee-fase” verkeerde (vooral als het ging om leuke ideeën of verbetersuggesties). De plek waar ik vaker dan ooit met het liedje “De roddelkampioen” van Kinderen voor Kinderen in mijn hoofd zat. Vooral ook de plek waar het fenomeen “Captain Iglo” verwerd van aimabele bebaarde visstickpromotor tot hysterisch, tactloos en bemoeizuchtig sujet, in de verschijningsvorm van mijn kamergenote C.

C. zat in de overgang op een ronduit beangstigende manier. Wanneer ze een opvlieger kreeg, begon ze hysterisch met haar handen te wapperen, trok ze al haar kleren uit en zette ze het raam open. Wagenwijd. Dat deed ze ook wanneer kamergenote J. en ik met sjaals en klapperende tanden duidelijk maakten dat we het tamelijk koud hadden. Dan brulde C. iets in de trant van: “Ja, het is vast niet leuk om het koud te hebben, maar dit is VÉÉL erger!!!” Vervolgens ging het raam dus open en moesten wij een diplomaat bellen om te onderhandelen over de kamertemperatuur.

Door deze acties ging ik de kamer al snel “de iglo” noemen, en C. – die zich heer en meester achtte over het klimaat – Captain Iglo. Het is toch ook gewoon bezopen dat je met dode tenen achter je bureau zit omdat je collega steeds oververhit raakt? Als ik in een vrieskist had willen werken, dan was ik wel ijsbeeldhouwer geworden.

En o, dit was niet het enige hoor! Ik mocht ook nooit naar de radio luisteren van haar en toen ik tegen een paaltje fietste, claimde ze dat zij daar last van had. (ik: “Dit klinkt misschien gek, maar het zit mij ook niet helemaal lekker.”)

Goddank ben ik nu verlost. Er valt nog veel meer te vertellen, verzoekjes daarvoor zie ik gaarne per mail tegemoet.

De volgende keer in dit theater: 2008, en wat dat mij bracht. (dat rijmt!)

woensdag 24 december 2008

Eindelijk

Het is eindelijk voorbij. De laatste dagen heb ik uit pure verveling al mijn wimperharen uitgetrokken, heb ik mezelf verbaasd over hoe chagrijnig ik precies kan zijn (antwoord: héél!) en heb ik de administratie geassisteerd. Perforeren kun je leren! Daarna heb ik mijn geest gereanimeerd en mijn frustraties binnen de perken proberen te houden – wat nauwelijks lukte

Maar nu! Ik ben vrij Het is volbracht! De laatste loodjes waren niet te tillen, maar het is allemaal achter de rug. Nu ga ik tien dagen van mijn vrijheid genieten en daarna beginnen in Rijswijk. Daar heb ik ontzettend veel zin in!

Nu is de tijd dan ook gekomen dat ik kan leeglopen over de Rotterdamse toestanden. Over a-collegiaal gedrag, over hoe ik vakantiedagtechnisch gezien genaaid werd en vooral over Captain Iglo. Maar dat doe ik zaterdag pas. Nu geef ik mij volledig over aan de kerstgedachte, van vrede op aard en in de mensen een welbehagen. Daar past dat verhaal gewoon niet bij.

Ik wens jullie een gelukkig kerstfeest. Ik wens jullie ook meer zin in die dagen dan ik zelf heb.

Ik verheug me vooral op het moment dat het voorbij is. Het begint er op te lijken dat dat gewoon mijn stijl is.

donderdag 18 december 2008

Euforie

Anne kicks Luc Panis’ ass! En hoe!

Die Panis dènkt dat hij gisteravond het Groot Dictee heeft gewonnen, maar in werkelijkheid zat er op een antracietgrijze tweezitsbank in Den Haag iemand die hem met groots vertoon van taalgevoel heeft verslagen. Dat was ik!

Het is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je zo goed bent als ik. Daarom wil ik mezelf hier even ongegeneerd op de borst roffelen. Ik ben trots, mensen, trots! Want ik had maar vijf (5) fouten, terwijl die Panis er acht had en het gemiddelde zelfs op 37 lag!

Mijn tactiek? Goed naar Philip Freriks luisteren. Die man spreekt een heleboel woorden heel geconcentreerd uit zodat je eigenlijk al hoort hoe je ze schrijft. Dat moet hij ook wel doen, want anders moet hij halverwege het woord weer stoppen en opnieuw beginnen. Zo doet hij dat althans bij het journaal altijd. In deze setting zou dat ietwat knullig staan. Verder zit er wat logica bij en uiteraard taalgevoel en dan valt er best iets fatsoenlijks te brouwen van dat dictee.

Eerlijk gezegd verbaasde het me wat sommige mensen fout deden. ‘Adellijke’, ‘ik speldde’ en ‘voortsjokte’ bleken ware hoofdbrekers te zijn. Zelfs de titel, ‘hartenpijn’, was voor velen erg lastig. En ‘bard’ werd door een groot aantal deelnemers als eigennaam, dus als Bart, geschreven. Ik vraag me af wat Bart Chabot op dat punt presteerde, maar dat zullen we waarschijnlijk nooit weten.

In zo’n dictee staan een heleboel woorden die ik gisteravond vermoedelijk voor de eerste en gelijk ook de laatste keer heb gebruikt. Ecclesiastisch bijvoorbeeld. Ik zie geen enkele reden om dat vanaf nu in mijn standaardvocabulaire op te nemen. Maar ik weet wel hoe ik het schrijf.

Dit huzarenstukje schreeuwt natuurlijk om een vervolg. Wie weet zelfs in de Eerste Kamer. Dan moet ik mezelf nog wel even wat meer ladylike gaan gedragen, want gisteravond danste ik euforisch door de kamer en dat is natuurlijk niet gepast in zo’n officiële setting. Ik heb het Luc Panis in elk geval niet zien doen.

Maar goed, dat zegt nou ook weer niet zoveel. Ik doe wel meer dingen beter dan hij…

woensdag 17 december 2008

Dat

Dat je iets wil, dat je iets heel graag wil. Dat je weet dat het ook zou kunnen, mits. Zou kunnen, als. Dat je weet dat het daarom nooit verder zal komen dan dit willen. Dat je blij moet zijn met wat het nu is omdat het meer niet worden zal.

Dat we samen een avond doorbrengen, pratend, lachend, wijn drinkend, serieus of apenflauw. Dat we daarna samen in bed kruipen, met elkaar vrijen, mooie en lieve dingen tegen elkaar zeggen. Dat we samen in slaap vallen, lepeltje-lepeltje, met jouw arm zo veilig om mij heen. Dat ik dan wel kan huilen van geluk.

Dat ik mezelf hoor zeggen als jij buikpijn hebt: “Ach lieffie…”. Dat ik daarna op mijn tong wil bijten omdat ik weet: niet zeggen. Niet zulke dingen zeggen. Dat ik dus lang niet altijd zeg dat ik je zo lief vind en zo leuk. Dat ik soms tot in elke cel van mijn lichaam die liefde voel. Dat ik zelfs zoveel liefde voel dat het soms bijna pijn doet. Dat die liefde nooit tot volle bloei zal komen, maar dat die ook nooit weg zal gaan.
Het doet er niet toe hoe ik dat weet, maar ik weet het.

Dat jij vaak ook zo lief voor mij bent en dat ik dan denk “zou het dan toch…?” Dat ik vervolgens dagenlang niets van je hoor. Dat het altijd meteen weer goed is als ik dan weer wél iets van je hoor (en in de tussentijd eigenlijk ook).

Dat blijkbaar zelfs in de liefde wetten en praktische bezwaren in de weg staan. Dat ik het niet te verkroppen vind dat we iets wat nú heel mooi kan zijn laten schieten vanwege een onzekere toekomst. Terwijl ‘onzekerheid’ en ‘de toekomst’ toch altijd inherent zijn aan elkaar.

Dat ik je graag zie.
Dat ik je soms mis (maar niet meer zoals eerst).
Dat ik de verliefdheid allang voorbij ben.
Dat ik zo enorm van jou kan genieten.

Dat is nu nog genoeg.
Maar daar komt een keer een einde aan.

Dat maakt me af en toe heel verdrietig…

dinsdag 16 december 2008

Sorry Ella

Langs deze weg wil ik graag mijn excuses aanbieden aan Ella. Ik denk dat ze ondertussen behoorlijk zat van me is, want ik ben haar aan het stalken. Voor dat stalkgedrag is een reden: ik verveel me. Ik verveel me de pleuris. Ik heb na vandaag nog vijf werkdagen te gaan in Rotterdam en het is werkelijk niet om door te komen. Dat is het nadeel van weggaan: dat je werk op den duur gewoon op is, dat je alles hebt afgerond wat je kon afronden en dat het daarom een kwestie van “tijd uitzitten” is.

Gisteren vermaakte ik me nog wel met een jarige collega, die ik de hele dag heb lopen pesten (van verveling word ik baldadig), maar vandaag weet ik werkelijk niet hoe ik mijn tijd moet vullen.

Daarom mail ik Ella.
Ik mail haar dat ik denk te weten wie het woord ‘swaffelen’ naar de nummer één positie in de woord-van-het-jaar-verkiezing heeft gestemd. Vervolgens beamt zij dat in een vergadering op de muur. Niet de bedoeling, stiekem wel grappig.
Ik mail haar dat er hier soesjes zijn en vraag of ik er een paar op zal sturen.
Ik lees op internet dat er in SvG, de natuurlijke habitat van Ella, veel huismussen wonen. Ik mail haar met de vraag of zij een huismus is.
Ik mail haar dat ik me verveel.
Ik mail haar dat ik mee ga doen aan het Groot Dictee

Als ik haar niet mail, surf ik een beetje rond op internet. Of ik doe kerstpakketteninspectie. Ieder kerstpakket heeft een eigen verfje gekregen, dus het is leuk om een kijk & vergelijk rondje te maken langs de collegae. Maar daar ben je na één keer ook wel klaar mee. Al surfend op internet heb ik ontdekt wat “wilfen” is. Dat is namelijk iets zoeken op internet en dan iets vinden wat je niet zocht. Afgeleid van het Engelse “What was I Looking For”. Ik wilf wat af de laatste dagen.

Nu ga ik Ella maar weer mailen om te vragen of ik dit eigenlijk wel op internet mag zetten van haar. Ik hoop van niet, want dan kan ik tenminste nog een nieuw logje schrijven.

Maar het feit dat dit hier nu staat, zegt waarschijnlijk al genoeg over haar antwoord.

maandag 15 december 2008

Omgekeerde rollen

Misschien is het een onderdrukte dwangneurose.
Misschien komt het doordat ik verder niets belangrijks heb om over na te denken.
Misschien komt het door een ongeëvenaard gevoel voor etiquette.

Wat de reden ook moge zijn, feit is dat ik het de laatste tijd schrikbarende vormen vind aannemen. Waar ik eerst nog een “leven en laten leven”-mentaliteit wist te bewerkstelligen, bemoei ik me tegenwoordig met de gang van zaken in andermans huishouden. En dan met name op het toilet.

Het is namelijk zo dat opvallend veel mensen hun toiletrol verkeerd om hangen. Dus met de afrolkant tegen de muur aan, terwijl die officieel gezien van de muur af behoort te hangen. Ik vind dat een belangrijk iets. Waarom weet ik niet, maar het irriteert me gewoon als ik ergens op de WC zit en de rol hangt verkeerd om. Die irritatie gaat zo ver dat ik mezelf er dan ook niet van kan weerhouden om de rol andersom te hangen.

De oorsprong van deze tic ligt waarschijnlijk in een grijs verleden, toen ik nog met mijn ouders in Vlissingen woonde. Als er iemand gedoucht had en de toiletrol hing met de afrolkant tegen de muur, dan plakte het papier altijd zo viezig tegen de muur door het stoom dat in de badkamer hing. Moest je met van dat klamme papier je billen afvegen. Tegenwoordig schijnt dat helemaal in te zijn, vochtig toiletpapier, maar ik vind het vies.

Dus opereer ik nu als toiletrolmaffioos en draai alle rollen om.
Misschien is het gewoon een beetje raar.

woensdag 10 december 2008

Load Hell

Mijn virus blijkt besmettelijker dan ik dacht. Dat van die tandenborstels is dus een goed plan. Zeker nu vandaag is gebleken dat zelfs mijn DVD-speler niet is opgewassen tegen de ziektekiemen die ik verspreid.

Ik zat op de bank toen het me ineens opviel dat mijn DVD-speler wel erg raar deed. Hij knipperde en flitste, terwijl onder normale omstandigheden het display zwart is zolang ik 'm niet activeer. Dat hoort zo. Nu lag dat anders, dus ik ging op onderzoek uit. Mijn technische kennis is niet echt om over naar huis te schrijven, zodat ik niets beters kon verzinnen dan wat gefrutsel met stekkers. Dat gefrutsel haalde niets uit, behalve dat ik na lang pielen in staat was om de DVD die nog in de speler zat eruit te krijgen. Daarna ging de speler vrolijk door met doen wat niet de bedoeling was.

Normaal gesproken staat er altijd heel vriendelijk "hello" in het display als ik 'm aanzet, gevolgd door het hoopgevende "load". Dit keer bleef de DVD-speler daar een beetje in hangen, zodat er continu "Load Hell" in het display stond te knipperen. Daar moest ik wel om lachen, maar verder is de toestand erbarmelijk.

Ik weet zeker dat het om hetzelfde virus gaat als zich in mijn lijf bevindt, want mijn ingewanden beginnen ook onrustig te pruttelen als ik er iets in probeer te stoppen. De DVD-speler doet precies hetzelfde.

Dus geheel in de stijl van de tandenborstels, gaat ook mijn DVD-speler de deur uit als ik weer beter ben.

Het moet niet gekker worden.

dinsdag 9 december 2008

Zero tolerance

Ik ben ziek.

Uiteraard heb ik geen griep, maar wel iets ondefinieerbaars dat zich kenmerkt door een lijf (het mijne) dat een zero tolerance beleid voert tegen vast voedsel. Vorige week had Marjolein een dito virus te pakken, maar ze kan me niet hebben aangestoken. We hebben elkaar namelijk niet gezien de afgelopen week. Het doet er ook niet veel toe hoe ik ziek heb kunnen worden, feit is dat ik het bén en dat ik daar duidelijk minder vrolijk van word.

Ik zit nu in een vormeloze pyjamabroek en met mijn allerdikste vest op de bank. Af en toe drapeer ik een roze fleecedeken over mezelf heen, als de kou me even teveel wordt. Die kou heeft niets meer te maken met de CV-ketel, want die is weer up & running, maar het is waarschijnlijk onderdeel van het virus.

Verder kan ik dus niet echt veel eten. Geheel conform de Anne-norm moet ik niet kotsen, maar mijn lijf blieft het gewoon niet. Als ik dan toch eigenwijs ben en een cracker naar binnen prop, gaat mijn maag heel veel pijn doen. Dan laat je het daarna wel uit je hoofd om iets met crackers te gaan doen.

Met mijn voorzienende geest heb ik afgelopen weekend wel nieuwe tandenborstels gekocht. Als ik weer op de been ben, kan ik dus een nieuw exemplaar gaan gebruiken en geef ik voor de zekerheid ook maar een nieuwe aan J. Je kan niet voorzichtig genoeg zijn met zulke dingen.

Zo, en nu trek ik mij weer terug onder mijn dekentje en ga ik daar op betere tijden wachten. U hoort nog van mij.

zondag 7 december 2008

Koud (in de graden Celsius zin des woords)

Eerst dit: project kitchen is tot nader order uitgesteld in verband met een rugblessure bij J. Heel sneu voor hem. Het goede nieuws voor hem is dan weer dat hij nu dus niet hier is en het waarschijnlijk aanmerkelijk warmer heeft dan ik.

Want de verwarming is kapot.

De ketel doet wel vaker vreemde dingen, maar meestal volstaat het indrukken van de resetknop om het ding weer aan de praat te krijgen. Nu niet. Alles wat warm zou moeten zijn in huis, is nu koud. De verwarming, het water, ik. Niet gewoon koud, maar ijskoud. De gevoelstemperatuur ligt ongeveer op -5.

Als ik een kopje thee voor mezelf zet, moet ik er na twee minuten al een wak in hakken om er van te kunnen drinken. Ik zit hier met een sjaal om, een trui aan en daaroverheen een vest en ook met twee paar sokken én een paar pantoffels. Desalniettemin heb ik het zo koud dat mijn nagels blauw zijn.

Dus als iemand genegen is om hier naartoe te komen met een slaapzak of - beter nog - een evacuatieplan, dan houd ik mij warm aanbevolen.

woensdag 3 december 2008

Project Kitchen (of: klustechnisch een minkukel zijn)

Er staat een belangrijk innovatietraject op stapel, dat te maken heeft met mijn keuken. Zondagmiddag gaan we met drie plankjes en drie spotjes zorgen dat mijn keuken voldoet aan de strenge kwaliteitseisen van deze moderne tijd, en vooral aan die van mezelf. Op het moment mankeert er namelijk het één en ander aan. Zoals:

1. Ik heb geen licht in de keuken. Eerst had ik nog een lampje in de afzuigkap, maar dat is stuk en ik krijg de afzuigkap niet open, dus ik kan het lampje niet vervangen. Het is dus altijd een verrassing wat ik voor mezelf sta te koken en in welke staat ik dat uiteindelijk op mijn bord kwak.
2. Mijn gootsteen is tevens wastafel, bij gebrek aan echte wastafel. Zodoende staat er rond de kraan een verzameling flesjes, doosjes, tubes en tandenborstels. Beurtelings plonzen die in het afwaswater. Dat is onhandig. En onhygiënisch.
3. Mijn combimagnetron staat op de wasmachine. Als de wasmachine aan staat, moet die daar vanaf, want anders loopt het aantal decibellen tijdens het centrifugeren op tot onacceptabel niveau. Dat ding is alleen loodzwaar, dus elke keer als ik ga wassen, zet ik het welzijn van mijn rug daarmee op het spel. (met ‘die’ en dat ‘dat ding’ als antecedent voor de magnetron).
4. Mijn keuken heeft een onvolwassen, studentikoze uitstraling. Dat vind ik maar niks. Ik ben namelijk wèl volwassen en al twee keer afgestudeerd, dus het moet maar eens afgelopen zijn met die flauwekul. Mijn ware aard mag zich nu ook weleens in mijn keuken gaan manifesteren.

Voor het verhelpen van punt 1 ga ik spotjes monteren. Deze werken meteen ook mee aan verbeterpunt 4, want ik vind een keuken met spotjes echt VT Wonen verantwoord, dus volwassen. Bovendien: heb je ooit een studentenhuis met spotjes in de keuken gezien? Nou dan. I rest my case.
Punt 2 en 3 worden adequaat opgelost door middel van plankjes. Drie in totaal. Twee tussen mijn bovenkastjes, voor het neerpoten van alle drogisterijartikelen en eentje boven de wasmachine waar mijn magnetron dan naartoe verhuist.

Ik zeg nu wel steeds dat ‘ik’ dit ga doen, maar de praktijk ligt anders, want daar ben ik echt te onhandig voor. Ik heb het plan wel bedacht en de maten genomen (en een second opinion aangevraagd in dezen). Daarna heb ik J. lief aangekeken met mijn Bambi-blik, mijn schouders opgehaald, een pruillip getrokken, en toen zei hij (heel hard lachend om mijn mislukte pruillip) dat hij het zou doen.

Vanochtend bij het wakker worden zei J. bovendien: “Weet je wat wij moeten doen?” En ik zei zoiets als: “Wàh?” En hij: “We moeten jouw verwarming ontluchten.” En ik weer zoiets als: “Wàh?” En toen: “Doeniezowakker….” En hij: "Sorry. Maar we gaan het wel doen."

Zo zie je maar weer. Knutseltechnisch gezien ben ik gewoon een minkukel. Maar die keuken wordt natuurlijk wel heel mooi en mijn huis lekker warm. En dat vind ik een goed iets.

dinsdag 2 december 2008

Verkeerd verbonden

Wat zijn sommige mensen toch Raar! Met een hoofdletter ja! Voorbeeld: de mevrouw die gister schuin tegenover mij in de trein zat.

Haar kapsel leek serieus waar op dat van Cruella DeVil, je weet wel, dat nare wijf uit de 101 Dalmatiërs. Verwijt mij niet dat ik die film ken, mijn oma had vroeger maar twee smaken videofilms: honden of katten. Honden waren er dan gelijk 101 en de katten waren Aristo. Zodoende heb ik die Dalmatiérs denk ik ook wel een keer of 101 gezien, en dan krijg je gewoon die associatie als er iemand schuin tegenover je komt zitten die én wit én zwart haar heeft.

Ze had ook een nogal omvangrijk achterwerk, maar dat hebben wel meer mensen. Daarmee ben je niet gelijk raar. Desondanks wilde ik het hier even aantekenen, ik weet ook niet waarom.

Maar wat haar pas echt Raar maakte, was dit: Ze las. Ze las een groot, dik boek. Ze liet haar vinger langs de regels glijden en las alsof haar leven er vanaf hing. Nu zul je zeggen: dat is toch niet raar? Maar jawel. Jawel! Want:

Ze las het telefoonboek.
Ik herhaal: ze zat in de trein en las het te-le-foon-boek!

Natuurlijk vroeg ik me af waarom in godsnaam, maar dat durfde ik dan weer niet te vragen. Misschien had ik iets moeten zeggen in de trant van: “Goed boek hè? Ik heb het ook gelezen. Het is echt spannend! Vooral de clou is echt ontluisterend.” Maar ja, dat deed ik ook niet.

Nee. Ik verbaasde mij slechts. En ik probeerde mijn wenkbrauwen, die als in een spasme telkens naar fronsstand schoten, in bedwang te houden. Dat viel nog niet mee.

Het voorbeeld lijkt me in elk geval duidelijk.
Misschien zijn bepaalde draadjes in haar hoofd gewoon verkeerd verbonden.

maandag 1 december 2008

Koude voeten

Ik heb een nieuw wapen in mijn nimmer aflatende strijd tegen koude voeten!

Deze strijd duurt al ruim 24,5 jaar en werd in eerste instantie gevoerd door mijn moeder. Zij stond des nachts radeloos bij mijn wiegje omdat ik steenkoude voetjes had en zij die met geen mogelijkheid warm kreeg. Mijn voorliefde voor de sauna moet in die dagen ontstaan zijn, want de temperatuur in mijn wieg werd opgepookt tot tropische waarden, maar dat mocht niet baten. Mijn voetjes waren koud en bleven koud. Ten einde raad propte mijn moeder mij heel erg Anne Geddes verantwoord in een kerstsok, maar zelfs dat had geen effect.

(Dat van die kerstsok is niet waar, maar ik vind het beeld zo leuk).

Later nam ik het stokje van mijn moeder over. Ik bestreed mijn koude platbodems met sokken en pantoffels en ik legde ze bijkans ín de kachel. Het resultaat was ronduit bedroevend. In de loop der tijd ontdekte ik slechts één werkende remedie. Als een zeker iemand bij mij logeert, plant ik mijn koude pootjes tegen zijn warme benen en dan zijn ze in no-time lekker warm. Die zekere iemand is namelijk binnen de minuut na het in bed stappen een straalkacheltje en dat laat mijn interne thermostaat niet ongevoelig.

Sinds gisteravond is hier een tweede remedie bij gekomen. Van Sinterklaas, in de verschijningsvorm van Madelon, kreeg ik namelijk een kruik. Een rode, hartvormige kruik. Nu had ik nog nooit een kruik gehad, maar ik was er meteen van gecharmeerd. Dus gisteravond heb ik voor het slapengaan die kruik gevuld met warm water en hem toen ik eenmaal in bed lag tussen mijn voeten gelegd. En wat denk je?

Mijn voeten werden niet warm.

De externe warmtebron maakte het geheel echter wel behoorlijk comfortabel, dus ik beschouw het toch als een kleine triomf in mijn zoektocht naar warme voeten.

Mocht iemand nog betere suggesties hebben, dan zie ik die graag terug in de comments.

U Zei?! - Deel 36

De laatste maanden verzamelde ik weer heel wat verhaspelingen. Hierbij de nieuwe lijst. Om de donkere dagen en de gedeeltelijke lockdown wat...