Er was al een tijdje geen sprake meer van op vakantie gaan. In 2009 ging ik naar Canada en sinsdien was het bekeken met de vakantiepret. Om verschillende redenen zat het er even niet in en dat zinde me niets.
Zomer 2011
In 2010 vond ik het allemaal nog best overkomelijk. Ik had toen zoveel andere zaken aan mijn hoofd dat datzelfde hoofd niet echt naar vrolijk vakantie vieren stond. Vorig jaar daarentegen, had ik er wel flink de pest over in. Van vrienden hoorde ik allerlei leuke vakantieplannen en naderhand dolenthousiaste verhalen vol zon, zee, zwembaden, terrasjes en wat dies meer zij. Ik kon nog net genoeg interesse opbrengen om hun vakantiekiekjes te bewonderen, maar iets in mijn achterhoofd zei steeds: "Nouhou, dat wil ik óók!"
Zachtjes tikt de regen...
Deze lichte vorm van jaloezie werd mede mogelijk gemaakt door de pleuriszomer van vorig jaar. Terwijl een groot deel van mijn vrienden- en kenniskring genoot van la dolce vita, zat ik bij de brandende kachel en zag door mijn raam een hoeveelheid regen waar niemand vrolijk van wordt. Het voorjaar was nog zo mooi geweest, maar de zomer was er een om - meteorologisch gezien - rap te vergeten. Ik wilde dat niet zo. En als ik iets niet wil, dan doe ik er alles aan om het te veranderen. Er moest een vakantieplan komen voor deze zomer.
Singlesreizen: het hoe en waarom niet
Het eerste plan was Italië. Niet helemaal alleen, maar - bij gebrek aan beter - met een singlesreis. De leukste optie in dezen was helaas een reis die je beter niet in het hoogseizoen kan ondernemen. Ik nam minder aantrekkelijke doch ook niet geheel onaangename opties in overweging, maar echt lekker voelde het niet. Ik heb ervaring met het fenomeen 'singlesreis' en ik verheugde me er niet onmiddellijk op om weer weet ik hoeveel uur in zo'n dampende touringcar te moeten zitten. Bij mijn vorige singlesreis had ik ook nog eens te kampen met een paar medereizigers uit het OLO*, die bijvoorbeeld om drie uur 's nachts in de touringcar een luidkeels "Oh Denneboom" inzetten. Het gevolg was dat ik niet uit de overpeinsfase kwam. Ik had toch besloten dat ik zó'n vakantie niet meer wilde?
Bonbini!
Ondertussen hoorde ik om mij heen alweer volop vakantieplannen de revue passeren. Eén van die plannen was Curaçao. Hierbij bestond de mogelijkheid om het reisgezelschap enige tijd te komen versterken, mits ik een betaalbaar vliegticket kon vinden. Eerst dacht ik: dat lukt niet. Dat dacht ik vooral omdat het aanvankelijk ook écht niet lukte. Toch bleef het idee in mijn hoofd schemeren en zo besloot ik om gewoon nóg een keer het internet af te struinen op zoek naar goede vliegmogelijkheden. En wat denk je? Ik zocht en ik vond!
Eind goed, al goed
Zo kon het gebeuren dat ik gisteren een online boekingsproces doorliep, een heerlijke vakantie naar het práchtige Curaçao boekte en vervolgens zo'n twee uur lang als een stuiterbal door mijn huis sprong. Ik ga op vakantie, ik ga naar Curaçao en ik hóú van Curaçao**, dus kan het beter?! Nee, het kan niet beter!
Deze zomer krijgt mijn blog een Caribisch tintje.
En ik ook.
____________________
* OLO = Ontiegelijk Laag Onderwijs.
** Ik weet dat, ik was er al eerder
Anneliefs
Life is what happens to you while you're busy making other plans
donderdag 17 mei 2012
maandag 14 mei 2012
Het hooi achter de wagen
Gisteravond was de volkswagenbus op TV, Yvon Jaspers in al haar opgewektheid achter het stuur. En dan weet je: het is weer tijd voor boeren en vrouwen. Qua Boer Zoekt Vrouw heb ik een aardige reputatie opgebouwd en een naam hoog te houden, dus ja, ik keek. Sterker nog: ik verheugde mij. Daarbij had ik al grapjes gemaakt over het klaarleggen van mijn postpapier.
Oplossingsgericht bezig zijn
Het is niet mijn grote amibitie om ooit zelf een sleutelrol te vervullen in BZV, maar je kan het maar zo treffen dat de man van je dromen ineens met Yvon aan de keukentafel zit. Dan moet ik mijn kans wel grijpen natuurlijk - vandaar dat postpapier. En áls die droomman zich aandient in BZV, sla ik wel mooi drie vliegen in één klap, qua probleemoplossing. Hoe dan? Nou: een man, een huis (want boeren zijn honkvast) èn een baan. Toch drie dingen die momenteel min of meer ontbreken. Althans, ik heb wel een paddenstoel, maar dat is geen Huis.
De boeren
Op uitdrukkelijk verzoek van vriend K. zal ik de boeren niet stuk voor stuk uitvoerig behandelen in dit blogje. Dat hoeft ook niet, want eerlijk gezegd vond ik het niet veel soeps. Ik heb de hele uitzending zitten wachten op een boer in de Gijsbert-klasse, maar die kwam niet. Wat we wel hadden: één vrouw, één homo, één tweeling (een soort Buurman & Buurman, maar dan als broers), twee zielepieten, en dan nog vier moeilijk te categoriseren agrariërs.
De zoekopdracht
In feite zoeken de heren allemaal een lieve, leuke, zorgzame vrouw. Een enkeling had daar nog een kleine toevoeging bij. Zo wil boer Henk iemand met diepgang en vond boer Hans een eigen mening "wel leuk". Nou dames, opstellen in rijen van tien alstublieft! Alleen de laatste boer had een interessant iets in zijn oproep: zijn vrouw moet bij voorkeur ook reislustig zijn. Daarmee onderscheidde hij zich. Maar dat deed hij toch wel.
Wat doede?
Als ik per sé had willen schrijven, dan was die laatste boer waarschijnlijk toch mijn slachtoffer geworden. Alleen: hij heet Doede. En dat, beste lezer, kan ik niet aan. Dat hij zich door één afwijzing uit het veld laat slaan en zei "weleens wat gevoeld te hebben", dat pleitte ook niet voor hem. Maar die náám! Ik heb de hele avond lopen rijmen op de naam Doede. Wie kon dat nou toch vermoeden. Wees maar op je hoede, want dat wordt een goede.
Nou rijm ik ook wel heel graag, maar de laatste keer dat het zo'n vorm aannam als gisteravond was toen ik kennismaakte met het woord 'plaszak' ("Ik hoop niet dat ik mijn moeders tas pak / als ik op zoek ben naar mijn plaszak").
En dan nu: geduld
Afijn. Het wás BZV en ik heb er weer van genoten. Qua beeld had het ook een reclame van Campina kunnen zijn, met een heleboel blij dansende koeien. Ook het contact met zus M., vriendin N. en vriend P. tijdens de uitzending mocht er zijn; elke boer werd van commentaar voorzien en P. bleek met name geïnteresseerd in de zoon van één van de boeren. Niet direct de insteek, maar het zou nog een leuk bonuslijntje in het komende seizoen komen opleveren. We gaan het zien, vanaf september kunnen we ons weer wekelijks laven aan boeren, vrouwen, drama's, intriges en hopelijk een heleboel liefde.
In het najaar meer hierover. Maar ik berg mijn postpapier weer op.
Oplossingsgericht bezig zijn
Het is niet mijn grote amibitie om ooit zelf een sleutelrol te vervullen in BZV, maar je kan het maar zo treffen dat de man van je dromen ineens met Yvon aan de keukentafel zit. Dan moet ik mijn kans wel grijpen natuurlijk - vandaar dat postpapier. En áls die droomman zich aandient in BZV, sla ik wel mooi drie vliegen in één klap, qua probleemoplossing. Hoe dan? Nou: een man, een huis (want boeren zijn honkvast) èn een baan. Toch drie dingen die momenteel min of meer ontbreken. Althans, ik heb wel een paddenstoel, maar dat is geen Huis.
De boeren
Op uitdrukkelijk verzoek van vriend K. zal ik de boeren niet stuk voor stuk uitvoerig behandelen in dit blogje. Dat hoeft ook niet, want eerlijk gezegd vond ik het niet veel soeps. Ik heb de hele uitzending zitten wachten op een boer in de Gijsbert-klasse, maar die kwam niet. Wat we wel hadden: één vrouw, één homo, één tweeling (een soort Buurman & Buurman, maar dan als broers), twee zielepieten, en dan nog vier moeilijk te categoriseren agrariërs.
De zoekopdracht
In feite zoeken de heren allemaal een lieve, leuke, zorgzame vrouw. Een enkeling had daar nog een kleine toevoeging bij. Zo wil boer Henk iemand met diepgang en vond boer Hans een eigen mening "wel leuk". Nou dames, opstellen in rijen van tien alstublieft! Alleen de laatste boer had een interessant iets in zijn oproep: zijn vrouw moet bij voorkeur ook reislustig zijn. Daarmee onderscheidde hij zich. Maar dat deed hij toch wel.
Wat doede?
Als ik per sé had willen schrijven, dan was die laatste boer waarschijnlijk toch mijn slachtoffer geworden. Alleen: hij heet Doede. En dat, beste lezer, kan ik niet aan. Dat hij zich door één afwijzing uit het veld laat slaan en zei "weleens wat gevoeld te hebben", dat pleitte ook niet voor hem. Maar die náám! Ik heb de hele avond lopen rijmen op de naam Doede. Wie kon dat nou toch vermoeden. Wees maar op je hoede, want dat wordt een goede.
Nou rijm ik ook wel heel graag, maar de laatste keer dat het zo'n vorm aannam als gisteravond was toen ik kennismaakte met het woord 'plaszak' ("Ik hoop niet dat ik mijn moeders tas pak / als ik op zoek ben naar mijn plaszak").
En dan nu: geduld
Afijn. Het wás BZV en ik heb er weer van genoten. Qua beeld had het ook een reclame van Campina kunnen zijn, met een heleboel blij dansende koeien. Ook het contact met zus M., vriendin N. en vriend P. tijdens de uitzending mocht er zijn; elke boer werd van commentaar voorzien en P. bleek met name geïnteresseerd in de zoon van één van de boeren. Niet direct de insteek, maar het zou nog een leuk bonuslijntje in het komende seizoen komen opleveren. We gaan het zien, vanaf september kunnen we ons weer wekelijks laven aan boeren, vrouwen, drama's, intriges en hopelijk een heleboel liefde.
In het najaar meer hierover. Maar ik berg mijn postpapier weer op.
woensdag 9 mei 2012
Goed
Als onderwerp voor dit blogje had ik het 'vrouw-meisje dilemma' in gedachten. Ik ben weliswaar 28, maar mezelf als volwassen mevrouw zien kost me soms nog steeds wel moeite. Net als mijn vriendinnen als vrouw zien en niet als meisje - en dan zéker om ze zo te noemen.
Gisteren is er echter iets gebeurd wat ook veel te maken heeft met vrouw-meisje, maar op een heel andere wijze.
Anderhalf jaar geleden...
...had ik regelmatig dromen over een babymeisje. Ik was verantwoordelijk voor haar, maar kon die zorg duidelijk niet aan. Hier schreef ik er al eens over. Het meisje keek in die dromen altijd met verwijtende ogen naar me, alsof ze zeggen wilde: "Wat doe je me aan?"
In de tussentijd
Ze had wel een punt. Qua zorgen voor anderen was ik één brok bereidwilligheid, maar ik verkeerde in een dusdanige state of mind dat er in de praktijk weinig van terechtkwam. Om over zorgen voor mezelf maar helemaal te zwijgen. Je kon het gerust een Probleem noemen - want dat was het ook. Ook daar schreef ik eerder over, hier bijvoorbeeld.
Aan de slag
Daar moest dus verandering in komen. Problemen zijn er immers om opgelost te worden. Dus: actie. Maar: niet eenvoudig. Er was lef voor nodig, en doorzettingsvermogen, en veel moed. Het goede nieuws is dat ik daar zeker over beschik, het slechte nieuws dat het Probleem tamelijk taai was en zich niet van de ene dag op de andere liet tackelen. Success isn't final, failure isn't fatal, it's the courage to continue that counts.
Gisteren
Gisterochtend bevond ik me in een setting waar ik me mocht wijden aan een ontspanningsoefening. Op een gegeven moment werd gevraagd om jezelf te visualiseren op een strand bij mooi weer. Ik deed dat. En toen.
Toen was daar het meisje weer.
Groter. Geen baby meer. Ze stond al op eigen benen en was ontspannen aan het spelen. Ik keek naar haar en vond haar zó mooi en zó lief. We waren allebei rustig; voor mij was het goed dat zij er was, voor haar was het goed dat ik er was.
Terug
Het gaat al een tijdje goed met me, steeds beter. Ik ben er weer klaar voor. Ik ben sterker en wijzer. De stormen zijn gaan liggen. Maar nu ik het meisje zo gezien heb, nu het verwijt er niet meer is, nu weet ik pas zéker dat het goed is.
Raar? Zeker niet. Zweverig? Misschien een beetje.
Maar boven alles ben ik trots op zowel de vrouw als het meisje in mij. Wij redden het wel.
Gisteren is er echter iets gebeurd wat ook veel te maken heeft met vrouw-meisje, maar op een heel andere wijze.
Anderhalf jaar geleden...
...had ik regelmatig dromen over een babymeisje. Ik was verantwoordelijk voor haar, maar kon die zorg duidelijk niet aan. Hier schreef ik er al eens over. Het meisje keek in die dromen altijd met verwijtende ogen naar me, alsof ze zeggen wilde: "Wat doe je me aan?"
In de tussentijd
Ze had wel een punt. Qua zorgen voor anderen was ik één brok bereidwilligheid, maar ik verkeerde in een dusdanige state of mind dat er in de praktijk weinig van terechtkwam. Om over zorgen voor mezelf maar helemaal te zwijgen. Je kon het gerust een Probleem noemen - want dat was het ook. Ook daar schreef ik eerder over, hier bijvoorbeeld.
Aan de slag
Daar moest dus verandering in komen. Problemen zijn er immers om opgelost te worden. Dus: actie. Maar: niet eenvoudig. Er was lef voor nodig, en doorzettingsvermogen, en veel moed. Het goede nieuws is dat ik daar zeker over beschik, het slechte nieuws dat het Probleem tamelijk taai was en zich niet van de ene dag op de andere liet tackelen. Success isn't final, failure isn't fatal, it's the courage to continue that counts.
Gisteren
Gisterochtend bevond ik me in een setting waar ik me mocht wijden aan een ontspanningsoefening. Op een gegeven moment werd gevraagd om jezelf te visualiseren op een strand bij mooi weer. Ik deed dat. En toen.
Toen was daar het meisje weer.
Groter. Geen baby meer. Ze stond al op eigen benen en was ontspannen aan het spelen. Ik keek naar haar en vond haar zó mooi en zó lief. We waren allebei rustig; voor mij was het goed dat zij er was, voor haar was het goed dat ik er was.
Terug
Het gaat al een tijdje goed met me, steeds beter. Ik ben er weer klaar voor. Ik ben sterker en wijzer. De stormen zijn gaan liggen. Maar nu ik het meisje zo gezien heb, nu het verwijt er niet meer is, nu weet ik pas zéker dat het goed is.
Raar? Zeker niet. Zweverig? Misschien een beetje.
Maar boven alles ben ik trots op zowel de vrouw als het meisje in mij. Wij redden het wel.
vrijdag 27 april 2012
A rib down memory lane
In mijn vorige blogje vertelde ik al over mijn gekneusde ribben. Ik heb inmiddels zes dagen ervaring met dit euvel en ik wil u graag wat vertellen over gekneusde ribben in de praktijk.
Welke praktijk?
Dat klinkt heel optimistisch, net alsof er een praktijk ís. De realiteit is helaas wat minder positief, want praktisch is het geenszins. Er zijn heel veel dingen die moeizaam gaan wanneer je ribben in de proteststand staan. Ik noem: lachen, huilen, hoesten, bukken, rekken, strekken, zitten, liggen, opstaan, fietsen en ademhalen. Toch een opsomming van activiteiten waarmee ik mijn dagen over het algemeen aardig weet te vullen. Maar nu even niet.
Adem
Kijk, dat ademhalen - dat moet. Maar ik beleef er weinig plezier aan. Normaliter sta ik er niet bij stil, maar nu moet ik er echt goed op letten. Niet dát ik het doe (het gaat toch een soort van automatisch hè), maar wel hóe ik het doe. De dokter en de fysio hebben me enkele tips gegeven en daar moet ik me goed aan houden. Het schijnt dat je anders zelfs longontsteking kan oplopen. Ik wist dat niet.
Sta op en loop
Met alle andere activiteiten ben ik voorzichtig, maar ik ga er wel gewoon mee door. Of nee. Ik ga er mee door. Gewoon is even geen optie. Neem iets simpels als 'weggaan'. Of nog een fase daarvoor: opstaan. Normaal ben ik het type "wekker - floep - bed uit". Nu echter, kan ik letterlijk mijn bed niet uitkomen. Ik moet tamelijk vreemde capriolen uithalen om de sponde te kunnen verlaten. Achterwaarts uit bed schuiven werkt tot nu toe het best.
En dan dus dat weggaan. Normaal gaat dat van: schoenen, jas, tas, gáán. Maar nu... Ik denk: "Ik moet weg. Oh cráp, dan moet ik mijn schoenen aan..." en prompt heb ik een pruillip van heb ik jou daar, want schoenen aandoen is een beproeving. Als het nou nog slippertjesweer was, maar ook de weergoden tonen zich niet van hun meest coöperatieve kant helaas.
Iemand nog spare ribs?
Woensdagavond ging ik ter ere van mijn verjaardag eten met vriendin M. en vriend R.. De laatste bestelde spare ribs, waarop ik zei dat ik die ook wel kan gebruiken. Want even: ik voel me net een oude oma nu ik me zo omzichtig moet bewegen en verplaatsen en nu ik mezelf "Auwauw!" hoor roepen middenin een lachsalvo. Dus nieuwe ribben wil ik best en als iemand die 'to spare' heeft: bel me. Ik heb begrepen dat dit akkefietje best eens vijf tot tien weken kan gaan duren namelijk en ik vind het zonde van de tijd.
Altijd blijven lachen is het credo - maar nu dus een beetje voorzichtiger.
Maar eerlijk gezegd word ik hier best een beetje (k)ribbig van.
Welke praktijk?
Dat klinkt heel optimistisch, net alsof er een praktijk ís. De realiteit is helaas wat minder positief, want praktisch is het geenszins. Er zijn heel veel dingen die moeizaam gaan wanneer je ribben in de proteststand staan. Ik noem: lachen, huilen, hoesten, bukken, rekken, strekken, zitten, liggen, opstaan, fietsen en ademhalen. Toch een opsomming van activiteiten waarmee ik mijn dagen over het algemeen aardig weet te vullen. Maar nu even niet.
Adem
Kijk, dat ademhalen - dat moet. Maar ik beleef er weinig plezier aan. Normaliter sta ik er niet bij stil, maar nu moet ik er echt goed op letten. Niet dát ik het doe (het gaat toch een soort van automatisch hè), maar wel hóe ik het doe. De dokter en de fysio hebben me enkele tips gegeven en daar moet ik me goed aan houden. Het schijnt dat je anders zelfs longontsteking kan oplopen. Ik wist dat niet.
Sta op en loop
Met alle andere activiteiten ben ik voorzichtig, maar ik ga er wel gewoon mee door. Of nee. Ik ga er mee door. Gewoon is even geen optie. Neem iets simpels als 'weggaan'. Of nog een fase daarvoor: opstaan. Normaal ben ik het type "wekker - floep - bed uit". Nu echter, kan ik letterlijk mijn bed niet uitkomen. Ik moet tamelijk vreemde capriolen uithalen om de sponde te kunnen verlaten. Achterwaarts uit bed schuiven werkt tot nu toe het best.
En dan dus dat weggaan. Normaal gaat dat van: schoenen, jas, tas, gáán. Maar nu... Ik denk: "Ik moet weg. Oh cráp, dan moet ik mijn schoenen aan..." en prompt heb ik een pruillip van heb ik jou daar, want schoenen aandoen is een beproeving. Als het nou nog slippertjesweer was, maar ook de weergoden tonen zich niet van hun meest coöperatieve kant helaas.
Iemand nog spare ribs?
Woensdagavond ging ik ter ere van mijn verjaardag eten met vriendin M. en vriend R.. De laatste bestelde spare ribs, waarop ik zei dat ik die ook wel kan gebruiken. Want even: ik voel me net een oude oma nu ik me zo omzichtig moet bewegen en verplaatsen en nu ik mezelf "Auwauw!" hoor roepen middenin een lachsalvo. Dus nieuwe ribben wil ik best en als iemand die 'to spare' heeft: bel me. Ik heb begrepen dat dit akkefietje best eens vijf tot tien weken kan gaan duren namelijk en ik vind het zonde van de tijd.
Altijd blijven lachen is het credo - maar nu dus een beetje voorzichtiger.
Maar eerlijk gezegd word ik hier best een beetje (k)ribbig van.
woensdag 25 april 2012
28
Hiep hoi, ik ben jarig! Ik word 28 vandaag en graag neem ik even de tijd om wat opmerkelijkheden hieromtrent met u te delen.
Electorale macht
Je hoeft er geen rekenkundig genie voor te zijn om te weten dat ik tien jaar geleden achttien werd, met alle rechten en plichten die daarbij horen. Met name het stemrecht was iets waar ik me zeer op verheugde en lucky me: twintig dagen na mijn verjaardag mocht ik al mijn eerste gang naar de stembus maken. Ik vond dat wat bijzonders.
De laatste dagen was er natuurlijk weer heel veel politiek nieuws, waarin we met de neus op de feiten werden gedrukt. In tien jaar tijd heeft geen enkel kabinet het eind van de vierjarentermijn gehaald. Ik dicht mezelf geen grote politieke invloed toe, maar sinds ik mag stemmen klappen de coalities dus dat een aard heeft. En met nog een waterschap hier en wat gemeenteraden daar, moet ik concluderen dat ik sinds ik stemgerechtigd ben elk jaar wel een keertje naar de kliko mag met mijn stembiljet. Zo gaat het bijzondere er wel erg rap vanaf.
Hoe het eindigde
Op de dag dat het eerste kabinet-Rutte viel, had ik ook een klein bedrijfsongevalletje. In een vlaag van onhandigheid (geheel conform de Anne-norm; ik heb zulke vlagen wel vaker) deed ik iets minder handigs. Als een fysiotherapeut uit de Hubo-klasse kraakte ik mijn eigen ribben over een tafelrand. Wie hier nadere informatie over wenst kan mij telefonisch benaderen, maar de belangrijkste tip wil ik direct wel met u delen: doe het niet. Want oh dear, het deed dus pijn. Nu sloeg ik daar in eerste instantie weinig acht op, maar mijn ribben gingen steeds heviger protesteren. Zo belandde ik gistermiddag eerst bij een dokter en daarna bij een röntgenapparaat, want die dokter zei: "Dat zou best eens gebroken kunnen zijn." Het goede nieuws is dat ze het daar mooi mis had, want gebroken is er niks. Het slechte nieuws is de diagnose 'flink gekneusd'. Tsja. Nu moet ik rustig aan doen, en dat zint me niets. Ik ben niet zo van rustig aan.
Daarom spendeerde ik mijn laatste uren als 27-jarige volgens planning in de schouwburg, met gekneusde ribben en al. Ik genoot van de voorstelling ''t Heerst' van Acda & De Munnik. Na afloop signeerden de heren het CD-boekje voor me en ging ik tevreden naar huis. Daar begon mijn verjaardag terwijl ik nog even een afwasje wegwerkte.
Nieuw jaar, nieuwe kansen
Ik kan nu heel hoopvolle dingen gaan typen, over het uitbannen van vlagen van onhandigheid en het in staat zijn om als de nood aan de An [sic] is echt even pas op de plaats te maken. Ik vrees echter dat dat weinig zin heeft. Ik ben nu eenmaal een beetje onhandig op z'n tijd en de lauweren waarop een mens zou kunnen rusten zitten niet in mijn standaardpakket.
Ook dát is Anne, beste lezer.
En ook dát moet ik na 28 jaar maar eens gaan accepteren.
Electorale macht
Je hoeft er geen rekenkundig genie voor te zijn om te weten dat ik tien jaar geleden achttien werd, met alle rechten en plichten die daarbij horen. Met name het stemrecht was iets waar ik me zeer op verheugde en lucky me: twintig dagen na mijn verjaardag mocht ik al mijn eerste gang naar de stembus maken. Ik vond dat wat bijzonders.
De laatste dagen was er natuurlijk weer heel veel politiek nieuws, waarin we met de neus op de feiten werden gedrukt. In tien jaar tijd heeft geen enkel kabinet het eind van de vierjarentermijn gehaald. Ik dicht mezelf geen grote politieke invloed toe, maar sinds ik mag stemmen klappen de coalities dus dat een aard heeft. En met nog een waterschap hier en wat gemeenteraden daar, moet ik concluderen dat ik sinds ik stemgerechtigd ben elk jaar wel een keertje naar de kliko mag met mijn stembiljet. Zo gaat het bijzondere er wel erg rap vanaf.
Hoe het eindigde
Op de dag dat het eerste kabinet-Rutte viel, had ik ook een klein bedrijfsongevalletje. In een vlaag van onhandigheid (geheel conform de Anne-norm; ik heb zulke vlagen wel vaker) deed ik iets minder handigs. Als een fysiotherapeut uit de Hubo-klasse kraakte ik mijn eigen ribben over een tafelrand. Wie hier nadere informatie over wenst kan mij telefonisch benaderen, maar de belangrijkste tip wil ik direct wel met u delen: doe het niet. Want oh dear, het deed dus pijn. Nu sloeg ik daar in eerste instantie weinig acht op, maar mijn ribben gingen steeds heviger protesteren. Zo belandde ik gistermiddag eerst bij een dokter en daarna bij een röntgenapparaat, want die dokter zei: "Dat zou best eens gebroken kunnen zijn." Het goede nieuws is dat ze het daar mooi mis had, want gebroken is er niks. Het slechte nieuws is de diagnose 'flink gekneusd'. Tsja. Nu moet ik rustig aan doen, en dat zint me niets. Ik ben niet zo van rustig aan.
Daarom spendeerde ik mijn laatste uren als 27-jarige volgens planning in de schouwburg, met gekneusde ribben en al. Ik genoot van de voorstelling ''t Heerst' van Acda & De Munnik. Na afloop signeerden de heren het CD-boekje voor me en ging ik tevreden naar huis. Daar begon mijn verjaardag terwijl ik nog even een afwasje wegwerkte. Nieuw jaar, nieuwe kansen
Ik kan nu heel hoopvolle dingen gaan typen, over het uitbannen van vlagen van onhandigheid en het in staat zijn om als de nood aan de An [sic] is echt even pas op de plaats te maken. Ik vrees echter dat dat weinig zin heeft. Ik ben nu eenmaal een beetje onhandig op z'n tijd en de lauweren waarop een mens zou kunnen rusten zitten niet in mijn standaardpakket.
Ook dát is Anne, beste lezer.
En ook dát moet ik na 28 jaar maar eens gaan accepteren.
zaterdag 14 april 2012
Dol op D.
Onlangs gaf ik u een aantal opties voor de inhoud van mijn volgende blogje. Eén van de keuzemogelijkheden was een stukje over mijn kleine neef, maar dit behaalde niet de nummer één positie. Ik heb uw verzoek op dat moment ingewilligd en een stukje over supermarktgedrag geschreven, maar nu neem ik de zaak weer in eigen hand.
Ik ga dus iets schrijven over mijn neefje D.
Baby's
Veel vrouwen vinden baby's per definitie geweldig. Ik niet. Ik vind baby's vooral leuk wanneer ze iets beginnen te kunnen. Het is niet dat ik er voor die tijd niets aan vind, want een beetje knuffelen en tuttelen is heus ook aan mij besteed, maar na verloop van een aantal maanden beleef ik steeds meer plezier aan zo'n uk.
Maar toen: D.
Op oudjaarsdag schonk mijn zus het leven aan kleine D., twee dagen later zag ik het mannetje voor het eerst en ik zakte door mijn hoeven van instant verliefdheid. Werkelijk. Ik keek naar zijn koppie en ik dacht: "Oooooohhhhhhh". En ik dacht: "Jij hoort bij mij". Dat laatste vond ik erg wonderlijk. Hij was twee dagen. Ik zag hem voor het eerst. En op dat moment wist ik: je hoort erbij, je mag nooit meer weg.
De mooiste en de liefste
Nou, en vanaf dat moment was het dus raak. D. nestelde zich in mijn hart en in mijn hoofd en als een verliefde puber toon ik fotootjes aan mijn vriendinnen. En ik weet heus wel dat zij bij die foto's zeer waarschijnlijk hetzelfde denken als wat ik denk bij foto's van willekeurige baby's: "Tsja. Een baby." Maar voor mij is D. niet 'een baby', maar de allerleukste baby ooit.
Kleine kanttekening
Ooit komt er misschien wel een leukere, maar ik zoek daar nog een vader bij. Dit terzijde.
Tante zijn
De rol van tante past mij prima. "Tante Anne" klinkt ook gewoon goed. Ik kwijt me van mijn taak met een gedrevenheid waar je stil van wordt. In winkels snuffel ik tussen babykleertjes, bij elke kinderactiviteit waar ik over hoor denk ik: 'Oeh, dat ga ik met D. doen als hij wat groter is!', ik kijk Sesamstraat (maar dat deed ik toch al) en als ik even niets meer kan bedenken, kijk ik naar fotootjes van D.
Houden van
Ik vind het een wonderlijk fenomeen. D. is er en dat maakt alles anders. Er is ineens een nieuwe zonnestraal. Zoals ik al schreef: vanaf het eerste moment was het meer dan goed, wist ik heel zeker: ik hou van jou.
Een stukje over D. - schreef ik laatst - zou best een tikkie dweperig kunnen worden. Misschien is dit stukje dat ook wel. Maar waar het mij om gaat: hij raakt me zo. Dat hij er is betekent zoveel. En dat is niet dweperig, een beetje sentimenteel wellicht, maar voor mij o zo belangrijk.
Ik ga dus iets schrijven over mijn neefje D.
Baby's
Veel vrouwen vinden baby's per definitie geweldig. Ik niet. Ik vind baby's vooral leuk wanneer ze iets beginnen te kunnen. Het is niet dat ik er voor die tijd niets aan vind, want een beetje knuffelen en tuttelen is heus ook aan mij besteed, maar na verloop van een aantal maanden beleef ik steeds meer plezier aan zo'n uk.
Maar toen: D.
Op oudjaarsdag schonk mijn zus het leven aan kleine D., twee dagen later zag ik het mannetje voor het eerst en ik zakte door mijn hoeven van instant verliefdheid. Werkelijk. Ik keek naar zijn koppie en ik dacht: "Oooooohhhhhhh". En ik dacht: "Jij hoort bij mij". Dat laatste vond ik erg wonderlijk. Hij was twee dagen. Ik zag hem voor het eerst. En op dat moment wist ik: je hoort erbij, je mag nooit meer weg.
De mooiste en de liefste
Nou, en vanaf dat moment was het dus raak. D. nestelde zich in mijn hart en in mijn hoofd en als een verliefde puber toon ik fotootjes aan mijn vriendinnen. En ik weet heus wel dat zij bij die foto's zeer waarschijnlijk hetzelfde denken als wat ik denk bij foto's van willekeurige baby's: "Tsja. Een baby." Maar voor mij is D. niet 'een baby', maar de allerleukste baby ooit.
Kleine kanttekening
Ooit komt er misschien wel een leukere, maar ik zoek daar nog een vader bij. Dit terzijde.
Tante zijn
De rol van tante past mij prima. "Tante Anne" klinkt ook gewoon goed. Ik kwijt me van mijn taak met een gedrevenheid waar je stil van wordt. In winkels snuffel ik tussen babykleertjes, bij elke kinderactiviteit waar ik over hoor denk ik: 'Oeh, dat ga ik met D. doen als hij wat groter is!', ik kijk Sesamstraat (maar dat deed ik toch al) en als ik even niets meer kan bedenken, kijk ik naar fotootjes van D.
Houden van
Ik vind het een wonderlijk fenomeen. D. is er en dat maakt alles anders. Er is ineens een nieuwe zonnestraal. Zoals ik al schreef: vanaf het eerste moment was het meer dan goed, wist ik heel zeker: ik hou van jou.
Een stukje over D. - schreef ik laatst - zou best een tikkie dweperig kunnen worden. Misschien is dit stukje dat ook wel. Maar waar het mij om gaat: hij raakt me zo. Dat hij er is betekent zoveel. En dat is niet dweperig, een beetje sentimenteel wellicht, maar voor mij o zo belangrijk.
vrijdag 6 april 2012
Een stichtelijk stukje
Gisteravond was The Passion op TV en ik keek dat, samen met nog zo'n anderhalf miljoen Nederlanders.
The Passion
Op het Rotterdamse Willemsplein werd een dappere poging gedaan om het lijdensverhaal op eigentijdse wijze na te vertellen, opgeluisterd met wat hedendaagse muziek en een processie door de stad. Bekende acteurs en artiesten nemen daarbij de belangrijke rollen voor hun rekening,
Cast
Danny de Munk speelde de rol van Jezus. Een opmerkelijke keuze, vond ik, maar dat gold eigenlijk voor de hele cast. Als er iemand niet Jezus-fähig is, dan is het toch Danny de Munk. En dan Frans Bauer als Petrus - de trouwste apostel die over het water naar Jezus liep. Dat Petrus vervolgens in twijfel wegzonk heeft misschien de doorslag gegeven om Frans deze rol te geven. Althans, ik vind Frans als persoon ook vrij twijfelachtig.
John de Wolf was in de huid van Barabbas gekropen en dat verbaasde me nog het meest. Volgens het evangelie werd Barabbas in plaats van Jezus vrijgelaten, wat in deze setting toch een tamelijke komische bijsmaak kreeg. Ik dacht: als the Passion 2012 met dezelfde cast in Amsterdam had gespeeld, had dat nog weleens een fraai stukje geschiedvervalsing kunnen opleveren. De keuze tussen een Amsterdammer en een Rotterdammer zal op zo'n moment toch anders uitvallen. Maar misschien koppel ik nu teveel aan elkaar.
Oordeel
Qua bijbelvastheid kom ik niet in de buurt van een Andries Knevel, maar ik ken mijn klassiekers wel. Ik weet dus dat we met Pasen veel meer gedenken dan alleen de uitvinding van het praline-eitje, hoewel dat laatste wel een waardevolle bijdrage aan de feestvreugde levert.
Het publiek dat the Passion live bijwoonde, leek over minder bijbelkennis te beschikken. Antoinette Hertsenberg nam hier en daar wat interviewtjes af, en daaruit leerden we dat het kruis "best wel zwaar" was ("En ik had ook best wel last van m'n schouders na het oefenen") en verder was het hele spektakel "bijzonder" en "mooi om mee te maken".
Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden...
Is it just me, of zijn er meer mensen die zich op zo'n moment fronsend zitten af te vragen wat Jezus van zulke uitlatingen zou vinden? Ik vind het goed dat er aandacht is voor het lijdensverhaal en dat we de focus verleggen van commerciële paaskuikens naar de man om wie het allemaal te doen is. Prima. Want zó 'op de hoogte' zijn veel mensen niet meer en dit is dan een aansprekende manier om de geheugens weer eens op te frissen.
(Ik wilde het woord bijspijkeren gebruiken, maar eh... en hier dan iets met 'de plank misslaan').
Maar toch vraag ik me af of er geen betere manier is dan met een liedjesfestijn, een dubieuze cast en het eindoordeel dat the Passion "Superleuk" was.
Volgens mij schiet het zijn doel zo een beetje voorbij.
The Passion
Op het Rotterdamse Willemsplein werd een dappere poging gedaan om het lijdensverhaal op eigentijdse wijze na te vertellen, opgeluisterd met wat hedendaagse muziek en een processie door de stad. Bekende acteurs en artiesten nemen daarbij de belangrijke rollen voor hun rekening,
Cast
Danny de Munk speelde de rol van Jezus. Een opmerkelijke keuze, vond ik, maar dat gold eigenlijk voor de hele cast. Als er iemand niet Jezus-fähig is, dan is het toch Danny de Munk. En dan Frans Bauer als Petrus - de trouwste apostel die over het water naar Jezus liep. Dat Petrus vervolgens in twijfel wegzonk heeft misschien de doorslag gegeven om Frans deze rol te geven. Althans, ik vind Frans als persoon ook vrij twijfelachtig.
John de Wolf was in de huid van Barabbas gekropen en dat verbaasde me nog het meest. Volgens het evangelie werd Barabbas in plaats van Jezus vrijgelaten, wat in deze setting toch een tamelijke komische bijsmaak kreeg. Ik dacht: als the Passion 2012 met dezelfde cast in Amsterdam had gespeeld, had dat nog weleens een fraai stukje geschiedvervalsing kunnen opleveren. De keuze tussen een Amsterdammer en een Rotterdammer zal op zo'n moment toch anders uitvallen. Maar misschien koppel ik nu teveel aan elkaar.
Oordeel
Qua bijbelvastheid kom ik niet in de buurt van een Andries Knevel, maar ik ken mijn klassiekers wel. Ik weet dus dat we met Pasen veel meer gedenken dan alleen de uitvinding van het praline-eitje, hoewel dat laatste wel een waardevolle bijdrage aan de feestvreugde levert.
Het publiek dat the Passion live bijwoonde, leek over minder bijbelkennis te beschikken. Antoinette Hertsenberg nam hier en daar wat interviewtjes af, en daaruit leerden we dat het kruis "best wel zwaar" was ("En ik had ook best wel last van m'n schouders na het oefenen") en verder was het hele spektakel "bijzonder" en "mooi om mee te maken".
Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden...
Is it just me, of zijn er meer mensen die zich op zo'n moment fronsend zitten af te vragen wat Jezus van zulke uitlatingen zou vinden? Ik vind het goed dat er aandacht is voor het lijdensverhaal en dat we de focus verleggen van commerciële paaskuikens naar de man om wie het allemaal te doen is. Prima. Want zó 'op de hoogte' zijn veel mensen niet meer en dit is dan een aansprekende manier om de geheugens weer eens op te frissen.
(Ik wilde het woord bijspijkeren gebruiken, maar eh... en hier dan iets met 'de plank misslaan').
Maar toch vraag ik me af of er geen betere manier is dan met een liedjesfestijn, een dubieuze cast en het eindoordeel dat the Passion "Superleuk" was.
Volgens mij schiet het zijn doel zo een beetje voorbij.
Abonneren op:
Berichten (Atom)